Onlangs verklaarde iemand, waarvan ik de naam vergeten ben, dat de twintigste eeuw de meest bloedige is geweest in de geschiedenis van de mensheid. Nog nooit was het zo gevaarlijk leven als in de voorbije eeuw. Het is de eeuw van de twee wereldoorlogen die allebei begonnen zijn in het oude Europa. Maar het is ook de eeuw die erin geslaagd is in Europa de oorzaken van de wereldconflicten weg te werken. De mensen zijn erin geslaagd zich te verzoenen met vijanden en er zelfs verbonden mee te sluiten. We kunnen niet genoeg de grote Europabouwers danken omdat zij geloofden in een verenigd Europa. Het is de eerste keer sinds eeuwen dat we in ons oude West-Europa erin geslaagd zestig jaar lang in vrede met elkaar te leven. Als dat geen vooruitgang is.
Ondertussen beseffen wij niet meer hoe slecht het er elders in de wereld aan toegaat. We zien het wel op TV en we horen ervan in de radio. Maar uiteindelijk is het voor velen toch maar een ver-van-mijn-bed-show. In het Midden-Oosten, waar de bakermat van onze beschaving ligt, is de toestand hopeloos. De conflicten worden almaar bitsiger. Er bestaat geen respect meer voor een mensenleven. Mensen worden gegijzeld, vliegtuigen werpen niet zo’n propere bommen in steden, zelfmoordenaars zaaien dood en vernieling onder burgers. We houden ons hart vast als we denken hoe dat allemaal gaat evolueren.
Vrouwen als kracht van vrede is het motto van de vredesweek van Pax Christi. Ik weet nu niet of vrouwen per definitie betere politici zijn en of zij per definitie vredelievender zijn dan hun mannelijke collega’s. Maar ik weet wel dat de vrouwen vaak de grootste slachtoffers zijn van allerlei geweld dat vaak door mannen wordt uitgevochten.
Ik zie nog altijd de beelden van de moeders die in Argentinië in de straten van de hoofdstad geduldig en standvastig op straat kwamen om rekenschap te vragen aan de machthebbers over het lot van hun verdwenen mannen en echtgenoten. Zij wilden het geweten wakker schudden van Argentinië en ze hebben het ook in grote mate gedaan.
In Oost-Congo komen de trekken de vrouwen van Bukavu door de straten om te protesteren tegen het geweld. Ze zijn het moe slachtoffer te zijn van agressie en geweld.
We hebben de schrijnende beelden gezien van die vele vrouwen, moeders van gegijzelde kinderen in de school van Beslan. Hun huilen klinkt als een luide schreeuw van verontwaardiging die de wereld zou moeten wakker schudden.
We zitten volop in de Vredesweek en de vrede wordt steeds bedreigd, niet alleen omwille van gewetenloze fanatiekelingen, maar ook omwille van heel veel onrecht dat mensen wordt aangedaan. Uit onrecht wordt vaak geweld geboren.
Wij, mensen van weinig tel, hebben niet veel te zeggen in deze wereld. We weten niet wat doen. We staan machteloos. Woorden als: “Wil je vrede, begin bij jezelf” zijn heel mooi en op onze kleine schaal allicht doeltreffend, maar ze veranderen niets aan de situatie in de wereld.
En toch is dit het enige wat wij kunnen en moeten doen. Als allen die zich Christen noemen inspiratie zouden zoeken bij de Prins van de Vrede die Jezus Christus toch is, dan zou dit wereldwijd invloed moeten hebben op het wereldgebeuren. Het staat ergens in het evangelie dat wij zout moeten zijn in de wereld, licht in de duisternis. Wij moeten vredemakers zijn.
Het probleem is, dat wij daar niet aan toe zijn. Onze westerse wereld is geen toonbeeld van evangelisch leven. De geest van de Bergrede is ver te zoeken.
Het evangelie van van deze vredezondag zegt ons de Jezus Christus die vrede geeft. Hij voegt er echter aan toe: Dit is geen vrede zoals de wereld die geeft.
Jezus Christus vraagt ons de helse kring van onrecht te doorbreken: het kwaad nooit vergelden met ander kwaad. We moeten de eerste stap zetten naar vrede en gerechtigheid. We moeten heel ver gaan op de weg naar de verzoening en kost wat kost ruimte geven aan dialoog en gesprek.
Met de mensen op weg gaan om te praten: ‘als de mensen u vorderen één mijl met hen te gaan, wel ga er dan twee met hen’ staat in de Bergrede.
Maar vandaag zouden we toch ook de nadruk willen leggen op een andere vraag van de Heer. “Bemin uw vijanden en bid voor wie u vervolgen” zegt Jezus. Wij spreken veel over wat er zou moeten gebeuren. Wij zijn echt activisten. Er wordt echter niet genoeg gesproken over het gebed.
Vorige week werd in vele scholen een minuut stilte gehouden ter nagedachtenis van de kinderen, slachtoffers van de terreur. We hadden die dag ook moeten bidden. We hadden er een gebedsdag moeten van maken. Wij bidden niet genoeg.
Aan onze daden zal men zien dat we leerlingen van Jezus zijn, maar we kunnen slechts ten volle Christen zijn als we ook verbonden leven met God die de wereld, zijn Schepping, in zijn handen draagt. Intens verbonden leven met God kan maar als we echt tijd maken om te bidden, om van tijd tot tijd bewust te leven in zijn aanwezigheid. Bidden is God intens betrekken bij ons leven, bij het wereldgebeuren. Bidden is naar de grond gaan van de zaak. Bidden is met open en soms lege handen staan voor God en dan hopen en wensen dat hij de leegte vult met zijn aanwezigheid.
Iemand schreef ooit het volgende: “We moeten niet alleen zeggen wat de mensen moeten doen. Onze tijd heeft ook een geweldige nood aan mystiek en contemplatie. Mensen hebben nood, zeker in deze tijd, om terug te zoeken naar de zin van hun bestaan en naar de zin van hun geloof.” Ik geloof dat hij gelijk heeft. Bidden voor vrede is God betrekken bij onze zorg voor de toekomst, het is inspiratie putten bij Gods Geest om zelf vrede te zijn voor de mensen. Bidden is ook - dat geloof ik echt - God beroeren en bewegen tot medeleven met het leed van de mensen die in onvrede leven.
Ik zou u willen vragen heel intens mee te bidden in deze viering. We moeten God uit het diepste van ons hart vragen dat wij ons mogen bekeren tot vrede en gerechtigheid.
Vredeszondag (2004)
Thematisch · Allerlei · groen