Allerheiligen

Feest · 1 november · Allerheiligen · wit

Eucharistisch Gebed - Allerheiligen

  • De Heer zal bij u zijn. * Verheft uw hart * Brengen wij dank aan de Heer, onze God.

Heilige Vader, genadige God,

om recht te doen aan uw heerlijkheid

en om heil en genezing te vinden

zullen wij U danken altijd en overal.

Vandaag vieren wij feest.

Uw huis is gereinigd en versierd.

De tafel staat voor de eredienst gereed.

Wat hier klein begon

vindt zijn voltooiing

in het hemelse Jeruzalem.

Van Oost tot het West, van aarde tot hemel

klinkt een lied van lof U ter ere.

Als pelgrims zijn we nog op weg.

Voor ons hebben anderen

hun kleren witgewassen in hun bloed.

Trouw tot de dood omdat zij in niemand anders

hun geluk vonden dan in U.

Voor ons, zwakke mensen,

is hun bevestiging

een steun en voorbeeld onderweg.

Daarom met de ontelbare menigte van engelen en heiligen,

roemen wij uw grote daden

en zingen U toe vol vreugde:

Heilig, heilig, heilig…

Gij die weet wat in mensen omgaat

aan hoop en twijfel,

aan domheid en drift, aan plezier en onzekerheid,

Gij die ons denken peilt

en ieder woord naar waarheid schat,

en wat onzegbaar is onmiddellijk verstaat,

Gij toetst ons hart

en Gij zijt groter dan ons hart.

Op elk van ons houdt gij uw oog gericht,

En niemand bestaat, of hij heeft een naam bij U,

en niemand valt, of hij valt in uw handen,

en niemand leeft, of hij leeft naar U toe.

Maar nooit heeft iemand U gezien.

In dit heelal zijt Gij onhoorbaar.

En diep in de aarde klinkt uw stem niet.

En uit de hoogte ook niet.

En niemand die de dood is ingegaan

keerde ooit terug, om ons van U te groeten.

Aan U zijn wij gehecht, naar U genoemd'

Gij alleen weet wat dat betekent. Wij niet.

Wij gaan de wereld door met dichte ogen',

maar soms herinneren wij ons een naam,

een oud verhaal, dat ons is doorverteld,

over een mens die vol was van uw kracht,

Jezus van Nazareth, een Joodse man.

In hem zou uw genade zijn verschenen,

uw mildheid en uw trouw.

In hem zou, voorgoed,

aan het licht gekomen zijn, hoe gij bestaat:

weerloos en zelveloos, dienaar van mensen.

Hij was zoals wij zouden willen zijn:

een mens van God, een vriend,

een licht, een herder,

een die niet ten eigen bate heeft geleefd,

en niet vergeefs, onvruchtbaar, is gestorven.

Hem mogen wij bij ons weten

als wij eten van dit brood en drinken uit deze beker.

Beadem dan ook deze gaven met de dauw van uw Geest (+)

zodat zij het Lichaam en Bloed worden van Jezus, uw Zoon.

Hij die in de laatste nacht

dat Hij nog leefde U dank zegde,

brood gebroken heeft, uitgedeeld aan zijn vrienden,

met de woorden:

neemt en eet hiervan gij allen,

want dit is mijn Lichaam,

dat voor u gegeven wordt.

Zo nam Hij ook, toen zij gegeten hadden, de beker in zijn handen.

Hij sprak een dankgebed waarin Hij U zegende.

Hij reikte de beker over aan zijn leerlingen en zei:

Neemt deze beker en drinkt hier allen uit,

want dit is de beker

van het nieuwe, altijddurende verbond;

dit is mijn Bloed

dat voor u en alle mensen wordt vergoten

tot vergeving van de zonden.

Blijft dit doen om Mij te gedenken.

Verkondigen wij het mysterie van ons geloof.

Tot zijn gedachtenis nemen wij daarom dit brood,

en breken het voor elkaar;

om goed te weten wat ons te wachten staat,

als wij leven in Jezus’ spoor.

Als Gij hem hebt gered van de dood, God,

als Hij, dood en begraven, toch leeft bij U:

red dan ook ons en houd ons in leven.

Haal ook ons door de dood heen.

Breng ons eenmaal in de vreugde

van uw Vaderhuis.

Bewaar uw Kerk

als één gemeenschap van heiligen,

verbonden in eenzelfde liefde:

wij die nog onderweg zijn,

die de last en de hitte van het leven nog moeten dragen

en zij die ons zijn voorgegaan

en de weg van de zaligsprekingen reeds hebben waargemaakt.

Eén solidaire gemeenschap vormen wij als Kerk,

met alle heiligen

die ons steunen en tot voorbeeld zijn.

Verbind ons door deze eucharistie met allen die ons dierbaar zijn

en op onze hulp en gebed rekenen.

Wees ook nabij aan hen die in uw vrede zijn ontslapen.

Mochten zij onze namen levend houden bij U.

Dan zullen wij eenmaal kunnen aanheffen

het lied van dank met de verrezen Heer.

Door hem en met hem en in hem,

zal uw Naam geprezen zijn,

Heer, onze God, almachtige Vader

in de eenheid van de heilige Geest,

hier en nu en tot in eeuwigheid.

** met dank aan cv De Talentade - bisdom Brugge*

Zoeken in Preken Online