Preek voor het feest van Allerheiligen - 2011-10-27
Beste vrienden,
Willen jullie heilig worden? Waarschijnlijk denken jullie nu: “In Gods naam, dat is niets voor mij”.
De ambitie om heilig te worden laat ik toch liever aan anderen over. Ik blijf liever wie ik ben.
Maar misschien vergissen we ons wel als we zo denken. Want ieder van ons, of we dat willen of niet, heeft toch wel een verborgen en goed gecamoufleerd streven naar volmaaktheid in zich. En dat streven wordt van buiten af ook steeds opnieuw zeer winstgevend gevoed.
Wie van ons zou niet graag altijd “naar de laatste mode gekleed”, “totaal fit”, “overal geliefd” of “de ideale gastheer” zijn. Wie van ons is totaal ongevoelig voor wat de moderne reclame ons voorspiegelt: “De zuiverste was”, “het beste wat de natuur te bieden heeft”, “de volmaakte teint”, “het volmaakte figuur”; in één woord: de absolute perfectie.
We moeten onszelf niets wijsmaken, we lopen allemaal gevaar om door die dikwijls goed gecamoufleerde waan voor perfectie te worden ingepalmd en er aan toe te geven. We koketteren met de verleidingen van het schijnbaar onovertreffelijke en door hen voelen we ons even aan de top in ons optreden en onze levenswijze. Maar dat is dan meestal meer schijn dan zijn.
En daar ligt nu net ons probleem.
Dat streven naar volkomenheid hebben we nooit opgegeven. We hebben het alleen vervangen door pure uiterlijkheden. Zo kan iedereen het zien, ervan horen en ons ervoor bewonderen.
Bij de heiligen is dat net andersom. Zelfs wanneer ze in hun leven echt grote daden hebben volbracht, begon bij hen alles meestal in de stilte van hun hart of in een aanvankelijk onbeduidend lijkende ontmoeting met een medemens. Zelfs als ze later opvielen door bijzondere ascese, vroomheid of zelfverloochening, begon het in de eenvoud van alle dag, in het worstelen met de eenvoudige kleine dingen van het leven.
Maar hoe wordt ge dan een heilige? Zeker niet door gekund of bewust op te vallen. De heiligen hielden van de alledaagsheid en leefden heel bewust, want ze wisten dat God daar te vinden is. Ze wisten dat geen enkel mens volkomen is en hebben daarom in hun eigen onvolmaaktheid het beste van zichzelf gegeven. Eigenlijk waren het gewone mensen zoals u en ik. En als je daarnet misschien bent geschrokken van de vraag of je heilig zoudt willen worden, dan kan ik jullie zeggen dat we zulke gedachten mogen hebben. Een dergelijke gedachte heeft niets met arrogantie of zelfoverschatting te maken; want heiligheid is niet iets voor extreem vrome christenen- neen: het is iets voor u en voor mij. Het haalt ons niet uit ons dagelijkse mens- en christen zijn, maar plaatst ons er juist middenin.
Misschien een kort verhaal om dit te verduidelijken:
Er was eens een kleine jongen die er sterk naar verlangde om God te ontmoeten. Hij was er zich terdege van bewust dat de weg naar de plaats waar God woonde heel ver moest zijn. Daarom pakte hij zijn rugzak vol met dozen cola en chocoladerepen en ging op weg. Na een tijd kwam hij in een park, waar hij op een bank een oud vrouwtje zag zitten die toekeek hoe de vogels aten. De jongen ging naast haar zitten en opende zijn rugzak. Hij wou net een cola uit de rugzak halen als hij de hongerige blik van het oude vrouwtje zag. Dus nam hij een chocoladereep en gaf die aan haar. Ze nam de zoetigheid dankbaar aan en glimlachte. Het was een stralende glimlach die recht uit haar hart kwam. De jongen wilde die glimlach nog eens zien en bood haar ook een cola aan. Ze nam de doos en glimlachte opnieuw, nu zelfs nog stralender dan de eerste keer. De kleine jongen voelde zich zalig gelukkig.
Zo bleven ze beiden heel de middag op hun bank in het park zitten, aten chocoladerepen en dronken cola, zonder ook maar één woord te spreken.
Toen het donker werd voelde de jongen dat hij moe werd en besloot terug naar huis te gaan. Na enkele stappen keerde hij zich om, ging terug naar het vrouwtje en omhelsde haar. Het vrouwtje schonk hem daarvoor haar liefste glimlach. Terug thuis zag zijn moeder de vreugde op zijn gezicht en vroeg:”wat heb je vandaag gedaan, je ziet er zo gelukkig uit?” De kleine jongen antwoordde: “Ik heb vanmiddag met God gegeten, en Zij glimlachte toch zo lief”.
Ook de oude vrouw was naar huis gegaan waar ze werd opgewacht door haar zoon. Ook hij vroeg haar waarom ze er zo gelukkig uitzag. Zij antwoordde:”Ik heb vanmiddag met God gegeten – en, weet je, Hij is veel jonger dan ik dacht!”
Een verhaal om even over na te denken, vindt u ook niet? Het gaat over heel normale alledaagse dingen: Hoe twee mensen mekaar ontmoeten, eigenlijk niets bijzonders doen, maar elkaar wel iets geven. Voor beiden is het achteraf net of ze God zelf hebben ontmoet. Ze voelen aan wat het betekent dat wij God in de gedaante van onze medemensen kunnen ervaren. En dat is nu juist wat heiligen zijn en ook willen zijn: mensen waarin wij God ontmoeten. Heilig zijn en heilig worden is dus niet het resultaat van een bijzondere verdienste. Dan zou je een plaats in de hemel kunnen verdienen of door goede daden kunnen kopen. Neen – het gaat om zulke eenvoudige dingen zoals een doos cola of een chocoladereep die je kan delen en een glimlach die je elkaar kan schenken. Dat is helemaal niets bijzonders, maar toch oneindig veel. Heiligen zijn mensen die, waar het nodig was, door hun aanpak iemand hebben geholpen: die met hun glimlach hun omgeving hebben veranderd. Gewone mensen, die door hun menselijk leven over God hebben verteld – zonder pathos en zonder omhaal.
Nu hoop ik toch dat ook jullie heilig zouden willen worden; want ik hoop dat ook jullie hebben gevoeld hoe eenvoudig dat kan zijn. Amen