Broeders en zusters,
Vorige week was er wat verwarring rond het moment van de viering voor Allerheiligen-Allerzielen. Normaal vieren wij altijd op de vooravond van een feest, vandaag echter op de dag zelf. Dat heeft niets te maken met gemakzucht, eerder met ons onbewuste besef dat de twee dagen, Allerheiligen en Allerzielen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Wat is nu juist de band en het verschil tussen deze twee feestdagen? Allerheiligen is veel ouder dan Allerzielen en de twee feestdagen werden in de loop de eeuwen op heel wat verschillende dagen gevierd. Zo werd Allerheiligen ooit gevierd op de eerste vrijdag na Pasen, om zo de band met de verrijzenis van Jezus meer aan te halen. Het werd pas gevierd op 1 november omdat er in onze streken al zo’n feest gevierd werd als begin vvan het Keltische jaar. Het christelijke antwoord op dit feest was: “op 1 november mogen wij beroep doen op alle heiligen om ons te beschermen gedurende het hele jaar”, zo werden de heiligen in het volksgeloof “vooral gezien als beschermers en voorsprekers bij God, waar zij oorspronkelijk geëerd werden om hun voorbeeldig christelijk leven”[1](J. Lamberts, Volksgebruiken in de loop van het liturgisch jaar, Averbode, 2001, 165.) . Later werd daar ook het feest aan gekoppeld van het herdenken van alle overledenen. Terwijl Allerheiligen een jubelzang is op het verrijzenisgeloof is Allerzielen eerder een serene oproep om ons geloof in die verrijzenis te verdiepen.
Onbewust moet ik ook terugdenken aan de kerkhofbezoeken uit mijn jeugd, ik dacht eerst dat wij vooral het kerkhofbezoek op 1 november deden, omdat er dan een dag verlof was voor mijn ouders, maar waarschijnlijk is het eerder andersom: iedereen kreeg een dag verlof omdat ze op die dag naar het kerkhof gingen. Op die dag bezochten mijn grootvader, mijn ouders en ikzelf eerst het graf van mijn grootmoeder, die stierf toen mijn moeder zestien was. Daarna gingen we naar het graf van ‘nonkel Jacques’, zee-kapitein gestorven aan een gesprongen appendix op de lange omvaart. Er werd bij ieder graf een Onze Vader en een Wees Gegroet gebeden. Voor mij werd het verdriet pas tastbaar toen ook mijn grootvader overleed, en een jaar later een kameraad van op school een einde aan zijn leven maakte. Ik zet dus de traditie van mijn grootvader verder, nu bij 4 overledenen, en ondertussen is er al mijn dochter die moeite doet om te snappen wat er juist gebeurt. Op zo’n moment voelt een mens zich verbonden met de seizoenen en zie je tegelijk al het nieuwe bot, maar ook het blad dat zachtjes van de boom dwarrelt. Men voelt zich verbonden met alle levenden die hun dierbare gedenken, maar ook verbonden met alle overledenen die hun plaats vonden in het Vaderhuis. En alhoewel je weet dat de dood een deel van het leven is en je weet dat je van de dood niet bang moet zijn, enkel voor het lijden, kun je het toch niet onder stoelen of banken steken dat je het eigenlijk anders had gewild.
Daarom denken we op een dag als Allerheiligen aan die mensen die een speciale verbondenheid hadden met Jezus, die soms zelfs zo fel getuigenis aflegden van het feit dat met de dood niet alles gezegd is en dat een man als Jezus een antwoord biedt op al onze vragen over het hoe en waarom, dat ze zelf getuigenis werden (martelaar martyrion is het griekse woord voor getuigenis). Onbewust gaan onze gedachten ook uit naar al die mensen waarvan de band met Jezus misschien niet altijd zo sterk was, waarvan de band zelfs soms vooral verliep via één van zijn Heiligen, maar waarvan de band met onszelf des te sterker is. Deze band is zo sterk, dat zij niet verbroken wordt door de dood. En dat, deze verbondenheid, is de kiem van ons verrijzenisgeloof. Amen.
1 J. Lamberts, Volksgebruiken in de loop van het liturgisch jaar, Averbode, 2001, 165.