Zusters en broeders,
Dit feest is een bevreemdend feest.
Het zit gewrongen tussen de droefheid die deze dagen sowieso met zich meebrengen, aan de ene kant, en aan de andere kant de volheid van leven die ons door God werd beloofd.
En dat is op zijn minst een vreemde positie.
We vieren Alle heiligen, gekend en ongekend, vereerd of vergeten, die vertrouwend op Gods Woord, hun weg door het leven zijn gegaan.
En wij zusters en broeders, proberen diezelfde paden te bewandelen, met vallen en opstaan, telkens weer.
Want Gods Woord klinkt ook voor ons.
En zijn belofte van leven wordt ook aan ons gedaan.
Wij worden uitgenodigd, zo goed en zo kwaad wij dat kunnen, heilig te worden, te groeien, elke dag opnieuw in de liefde die God ons toezegt.
Dat lijkt bij momenten een onmogelijke opdracht.
Maar we mogen vallen,
We mogen falen,
Want elke dag krijgen we de kans om opnieuw te beginnen.
Om het leven te nemen, zoals het zich aandient, en daar dan het beste van te maken.
Want we mogen weten: geen weg gaan we alleen.
Er zijn mensen die meegaan.
Mensen met dezelfde wens, datzelfde ideaal: beter worden, en groeien.
Groeien in de liefde ons toegezegd.
En zijn we dan alleen, en niemand om ons heen,
Dan is er God die meegaat.
En dat is bijzonder.
Want Hij is dicht bij ons, en hij heeft ons lief.
Dezer dagen wordt er heel veel gesproken over de nieuwe bijbelvertaling. Er wordt van alles over gezegd. En er wordt gestruikeld over taal en stijl. Maar gaat het daar dan over?
Wat de bijbel vertelt is aan geen grammatica, geen woordenschat onderhevig.
De bijbel vertelt wat God gedaan heeft om bij ons te raken. Hij vertelt de weg die God is gegaan om ons te bereiken. En dan speelt hoe je een woord vertaalt, niet de minste rol meer.
Wat speelt is de liefde. De liefde van een God die ons het eerst heeft bemind.
Wij moeten niet op zoek naar God, God zoekt naar ieder van ons.
En wij zijn heilig, als wij ons laten vinden.
Als wij zijn Geest in ons hart binnenlaten. Als wij leven op het ritme van zijn Woord…
Het woord dat ook nu weer tot ons heeft geklonken. En we kennen het, we hoorden het genoegzaam, al zo dikwijls…
Mag het ons raken?
Want het is tot ons gericht…
De zaligsprekingen zijn niet zomaar felicitaties. We zouden er wel mee zijn.
Ze zijn wegwijzers.
Wegwijzers naar plaatsen waar God zich laat vinden.
Bij de armen van Geest, mensen die proberen los te komen van zichzelf omdat ze donders goed weten, dat zelfgenoegzaamheid Godsverduisterend werkt. Hoe zou God zich laten vinden als wij denken aan onszelf genoeg te hebben.
Hoe zou God zich laten vinden als het leed van de wereld ons niet raakt? Hij is bereikbaar voor mensen die snakken naar steun en vertroosting, naar gerechtigheid en liefde, en die proberen dat waar te maken om zich heen, elke dag opnieuw…
En bij harde mensen kan hij evenmin binnen. Want hij komt niet met vertoon van overmacht; hij komt als de kleine, de zachtmoedige, de nederige, hij komt als degene die dient…
Wie vindt dat alleen met vechten en knokken iets bereikt kan worden in het leven, heeft bij voorbaat de weg afgesneden waarlangs God wil komen.
Gods kant is de kant van de vredebrengers, hoe broos hun kansen in deze wereld ook zijn…
Goede mensen,
De zaligsprekingen doen ons nadenken over de voorwaarden die wij aan God stellen, om onze God te zijn.
Een iets zijn we zeker:
Hij is naar ieder van ons op zoek.
Ons hart voor hem openstellen, en liefdevol bereikbaar zijn, is bijna heilig zijn.
Of erin groeien, in elk geval…
AMEN.
Allerheiligen (2004)
Feest · 1 november · Allerheiligen · wit