In de vorige eeuw was er hier in ons land een schoolboekje in zwang, een leesboekje dat niet alleen de kinderen leerde lezen maar ook nog wilde opvoeden. ‘De brave Hendrik’ heette het. Daarin werd het ideaal voorgehouden van een gehoorzame jongen. Hendrik was het model. Waaraan je moest proberen te beantwoorden. Hij was een jongen, die deed wat door zijn ouders of meesters werd gezegd. Hij week niet af van hun aanmoedigingen en hij ging nooit eigen wegen.
‘Brave Hendrik’ is nu een scheldwoord geworden voor iemand die niets durft, saai is en met wie niets te beginnen is. Zo werden onze ouders opgevoed in de eerste helft van de eeuw. Gehoorzaam, nederig, onderdanig. En het zijn precies díe eigenschappen die ons ook van de heiligen zijn overgeleverd. Daarom is heiligheid zo’n beetje het ergste wat je kan overkomen.
Als je met iemand praat over geloof of godsdienst en hij toont wat betrokkenheid, zegt hij of zij al heel gauw: “Ja, maar je moet niet denken, dat ik een heilige ben.” Want als je een heilige bent, zo lijkt ’t, dan ben je niet normaal, dan hoor je er niet bij. Ons werd voorgesteld dat heiligen een gedrag vertoonden, dat niet van deze wereld en voor gewone mensen niet haalbaar was. En daarom kregen wij een hekel aan deze voortreffelijke lieden.
Het is jammer dat ons een eenzijdig moralistisch beeld over heiligen is voorgehouden. Want daardoor is onze aandacht en onze waardering voor de heiligen vaak verloren gegaan. Heiligen zijn heel concreet mannen en vrouwen, die met alle fouten en gebreken vandien toch grote indruk hebben gemaakt op hun eigen omgeving, omdat zij aanvoelden dat in hen God aan het werk was. Maar mensen konden niet lezen of schrijven en daarom zijn verhalen over dit soort mensen vaak mondeling doorverteld. En iedere generatie maakte die verhalen mooier, en iedere generatie liet stukje bij beetje de gebreken weg die er even goed waren. Gewone mensen waren ze, die blijkbaar ‘n beter zicht hadden dan wij dat sommige wegen in het leven dood lopen. Zij konden verder, dieper horen en zien en bleven niet staan bij beperktheid of uitzichtloosheid. Het zijn mensen die zich bewegen tussen de dood-in-de-pot en leven-in-overvloed. Het zijn grensgangers, zou je kunnen zeggen.
Heiligen doen ons denken aan onze eigen afstamming als christenen. Wij stammen in godsdienstig opzicht af van het joodse volk, van de Hebreeën. Letterlijk betekent dat woord ‘grensganger’. Ze waren slaaf, maar geroepen tot vrijheid. Zij zijn van over de grens. Zo worden ze ook door de Egyptenaren aangeduid. Wij, christenen, zijn mensen van over de grens. Wij leggen ons niet neer bij de bestaande orde, willen grenzen verleggen, de overkant opzoeken. Zo is het verhaal van de heiligen die ons meetrekken, voorbeeldig. Hun gedrag roept ons op om gerechtigheid te doen, om niet te rusten als ergens nog lichamen worden gebroken en onschuldig bloed wordt vergoten. Hun levensverhalen zijn geen verhalen over de goede oude tijd maar veeleer verhalen over toekomst, explosief materiaal voor een wereld die anders moet. Denk maar aan mensen in onze dagen die veel indruk hebben gemaakt en nog maken: Steve Biko en Nelson Mandela, wat bedoelden zij anders dan een ander Zuid-Afrika? Paus Johannes drie en twintig, wat bedoelde hij, ongelukkig zittend op die pauselijke troon, anders dan een nieuwe kerk, anders omgaan met macht en verantwoordelijkheid? Moeder Teresa, wat bedoelde zij anders dan leven voor de allerminsten?
Nieuwe wegen zien in je werk, in je omgaan met mensen, in je verantwoordelijkheden. En dat levend houden bij elkaar. Zo bevorderen wij heiligheid in ons midden…
Gewoon heilig
Feest · 1 november · Allerheiligen · wit