God op de eerste plaats

Feest · 1 november · Allerheiligen · wit

Het gebeurde in de drukbezette trein van Utrecht naar Den Bosch. Het was herfst­vakantie, veel jongelui op stap. We stonden met z’n vijf tienen in het halletje, verder komen lukte niet. Plotseling ging het signaal van een mobieltje. Ergens tussen ons in begon een meisje een gesprek met haar vriend. Het werd een lang gesprek en het was voor iedereen meer dan duidelijk, dat het haar vriend was. Je doet in zo’n geval alsof je niets hoort, je kijkt zo neutraal mogelijk, maar je merkt dat de sfeer in de groep veranderd. Van ongeïnteresseerd naar belangstellend; elkaar aankijken, knipogen. En het meisje praatte maar door, zonder enige gêne, alsof ze alleen in de trein stond.

Nadenkend over Allerheiligen, kwam het me voor, dat zich zoiets ook tussen God en mens zou kunnen afspelen. God Iaat van zich horen, zoekt contact en dat doet Hij vaak en op allerlei manieren. Je kunt opnemen en een gesprek met Hem begin­nen. Je kunt ook zeggen, dat Hij straks moet terugbellen, dat het nu te lastig is, dat je op een ongelukkige plaats staat of het te druk hebt. Maar dat kan ook géén rol spelen. Hij is aan de lijn en dat wil je weten. Mensen die altijd open staan voor God, zulke mensen kunnen we heiligen noemen. Voor hen is God de eerste priori­teit, belangrijker dan al het andere.

Onder hen zijn belangrijke namen, maar de meesten zijn naamloos en leven een­voudig onder ons. Maar je herkent ze wel aan hun spreken, aan hun doen en voor­al ook aan hun laten. Ze hebben het in onze wereld niet zo gemakkelijk. Velen vin­den zulke lieden wereldvreemd, generen zich voor zoveel uitbundige godsdienstig­heid. Zij worden vaak voor gek versleten: zoveel geduld met je kinderen, zoveel tijd en inzet voor je ouders, zoveel energie voor de kerk.

Er zijn er zelfs, die de omgang met zulke mensen mijden. De ‘grote verdrukking’ noemt de eerste lezing dat. Maar zij gaan door. We kunnen ons vandaag afvragen: ‘Wat is dat toch? Wat gebeurt er toch als mensen God op de eerste plaats zetten?’

Dat gaat natuurlijk niet zomaar. Er is, ook bij heiligen, altijd een spanning is tussen gave van God en opgave voor de mens. Om met het voorbeeld hierboven te spre­ken: God zoekt contact, Hij begint, en het is onze opgave te luisteren en te ant­woorden. Voor hen, die van Godswege tot heiligheid zijn geroepen, die zich aan Hem en zijn liefde hebben toevertrouwd, is niets zo belangrijk dan om ervoor te knokken dat Hij op de eerste plaats komt, wat mensen er ook van zeggen of den­ken. Voor sommigen was er zodoende hun leven mee gemoeid. Zulke mensen wor­den weggehaald uit het oude land van ieder-vaar-zich en gaan op weg naar een nieuw land, door God beloofd. Afgesneden van het kwaad en toegewend naar het goede. En daartussen is de zee van ellende, waar zij doorheen moeten. Daar houdt God hun dat visioen voor ogen: ‘Je komt erdoor, je bent mijn kind, Ik zal niet ver­dragen dat je in de wereld ten onder gaat.’ Die keuze voor God blijven maken is een karakteristiek van heilige mensen. Het vertrouwen voeden, dat Hij ons voor ogen heeft en houdt met al ons wel en wee, en thuisbrengt.

Door die inzet verandert ook de omgeving. Heiligheid werkt aanstekelijk! In de kring van mensen die ingaan op Gods uitnodiging, wordt gaandeweg anders gedacht, anders gedaan en geleefd. Je ziet het in een gezin, in een parochie, in een werkgroep, in een gemeente. Zo worden we verbonden, want het gaat om ons alle­maal: dat we allemaal gered worden: een niet te tellen menigte.

Misschien kent u mensen in uw eigen kring, bent u ze tegengekomen in het voor­bije jaar: mensen van het visioen, mensen die voorrang geven aan de liefde. Vandaag zeggen we tegen hen: ‘Gelukkig, zalig, op de goede weg ben je. In jou herken ik God, goed dat je er bent!’…

Zoeken in Preken Online