Het feest dat we vandaag vieren schijnt ons uit deze wereld weg te nemen. We herdenken hen die van ons heengingen en die nu met God zijn, of zoals Johannes het in zijn brief zonder enige aarzeling zegt, we herdenken hen die nu ‘aan God gelijk zijn’.
Er zijn allerhande soorten hemelbeschrijvingen. Beschrijvingen die afhangen van onze interessen hier op aarde. Als je van muziek houdt dan zijn er in de hemel hemelse koren. De nieuwsgierigen denken dat ze in de hemel alles te weten zullen komen. De drinkers hopen op nectar, de hongerigen op voedsel, de theologen op het begrijpen van God. Zij die het nu moe zijn verwachten eeuwige rust, de huiselijken hopen eindelijk ‘thuis’ te komen, de blinden hopen te zien, de doven te horen, de artritispatiënten te dansen, en kinderen aan te zitten aan maaltijden waar ze alleen maar het toetje hoeven te eten.
Toen ik jong was geloofde ik vast in wat een oude zuster me op de fröbelschool vertelde: in de hemel zouden we van gouden borden warme rijst eten met veel rozijnen, bruine suiker en kaneel. We hopen, we dromen, we kijken naar boven, we zijn benieuwd, zelfs als we niet eens meer in een hemel kunnen geloven.
In het begin van deze eeuw waren er filosofen - die nu een beetje uit de mode raken - die beweerden dat dit hele idee van een hemel niet alleen maar een illusie, maar zelfs een gevaar was. Zij menen, of meenden, dat een geloof in de hemel mensen afhoudt van een echte interesse voor wat er hier in de wereld aan de hand is. Gelovigen, of ze nu christen zijn of niet, die in een alles-rechtrekkend en vereffenend hiernamaals geloven, zouden niet geïnteresseerd zijn in het werken aan rechtvaardigheid en vrede in deze wereld.
In derdewereldlanden werd dat hele hemelidee soms als een complot van de rijken tegen de armen beschouwd. De kapitalistische rijken gebruiken de kerken om aan de armen te vertellen dat ze zich gelukkig moeten achten als ze nu hier arm, onderdanig, en geduldig zijn; als ze wenen, honger en dorst lijden; als ze barmhartig, kuis, en vergevingsgezind zijn; als ze vervolgd en geterroriseerd worden. Dat alles met het oog op de zaligsprekingen van Jezus. Is het niet aan de armen dat het hemelrijk beloofd is? Die ideeën zijn niet nieuw. Ze zijn ook niet alleen maar te vinden in vreemde derdewereldlanden. In Tilburg, waar ik geboren ben, hoorde ik vaak vertellen dat er een soort overeenkomst geweest was tussen de textielfabrikanten en de plaatselijke pastoors. Het verhaal wilde dat die met elkaar afgesproken hadden: ‘Als jullie ze arm houden dan zullen wij ze onwetend houden.’
Heeft dit alles iets te maken met het feest, met de hemel, die we vandaag en eigenlijk ook morgen met Allerzielen vieren?
We vieren hen die in de hemel zijn, of daar zo gauw mogelijk hopen te komen. Maar als je de teksten voor vandaag leest dan gaat het daarin over mensen die hier op aarde leven. De tekst uit de Apocalyps vertelt hoe er een engel de wereld in gezonden wordt om de heiligen daar te identificeren. Het evangelie vertelt ons hoe Jezus het in zijn bergrede heeft over mensen die hier en nu, in deze wereld, gelukkig zijn, niet omdat ze naar de hemel kijken, maar omdat ze actief, en bezield door Jezus’ geest diens leven onder ons leven, werkend aan de genezing van onze wereld en de hele schepping.
Als we vandaag heiligen gedenken, dan dienen we de heiligen met wie we nu samenleven niet te vergeten. De heiligen, die hier op aarde nu onze eigen gemeenschap vormen. Die aardse goedheid, rechtvaardigheid en liefde zullen nooit verloren gaan, en daarom zijn die hemels…
Hier of daar
Feest · 1 november · Allerheiligen · wit