Is het toevallig dat de kerk aan haar doden denkt op het ogenblik, dat in de natuur alles aan ’t sterven is? De velden hebben hun rijke vruchten afgestaan en liggen nu leeg en kaal. De bomen hebben hun bladeren verloren en staan als het ware dood en levenloos in de mistige herfst. Alles schijnt dood, maar iedereen van ons weet dat de akkers niet dood zijn, zij gonzen van leven onder de aarde, en de bomen bruisen van leven onder de schors. De natuur zegt ons: ik ben niet dood, kijk naar de binnenkant en je ziet het nieuwe leven, dat de lente voorbereidt.
Zo is het ook met onze dierbare doden, die in de Heer ontslapen zijn en die de kerk heiligen noemt. Zij zijn niet dood; zij zijn ontslapen in de Heer en dragen het nieuwe leven in zich. Bij de heiligen is het leven ook verborgen; je ziet het alleen met de ogen van het geloof.
Wie zijn die heiligen, waarover de kerk vandaag in feeststemming spreekt? Zij zijn gekleed in witte gewaden als een teken van vreugde en dragen palmtakken in de hand als een teken dat zij de beproeving hebben doorstaan.
Wij zien onder hen de ‘grote’ heiligen, zoals wij die noemen, de heiligen met naam, zoals de Maagd Maria, de heilige Jozef, de heilige Petrus… en noem maar op! Maar ook de kleine heiligen, die geen naam hebben, maar waarover het evangelie vandaag spreekt. De armen van geest, de zachtmoedigen, zij die treuren, zij die vrede brengen, zij die vervolgd worden. Tijdens hun leven hebben de mensen daarvan niets gezien, zij vielen niet op zolang zij midden onder ons leefden, maar dan nodigt de kerk ons vandaag uit en zegt: kijk eens naar de binnenkant; je kunt het alleen zien met de ogen van het geloof, want de heiligheid zit aan de binnenkant.
Wij hebben dit jaar veel heiligen ten grave gedragen. Ik denk maar aan een vrouw van 74 jaar. Heel haar leven was een hel, haar man een tiran, maar zij heeft altijd de vrede bewaard, is hem nooit ontrouw geworden, alle leed heeft ze gedragen in de kracht van haar gebed. Vandaag is het haar feestdag. Of die man van 41 jaar, een lieve echtgenoot, een bezorgde vader voor zijn vijf kinderen. Hij heeft nooit iemand pijn gedaan, en is in de bloei van zijn leven in overgave aan Gods wil gestorven. Vandaag is het zijn feestdag. Of tenslotte dat vierjarig kindje, dat blij naar huis kwam gelopen en plotseling door een auto gegrepen werd en op slag gedood. Het was gedoopt, het kon al bidden tot Jezus; vandaag is het zijn feestdag.
Eens zal deze dag hopelijk ook onze feestdag worden, als wij blijven geloven in God in elke omstandigheid van ons leven en dienstbaar blijven aan de mensen. Misschien protesteren wij innerlijk en zeggen wij: ik ben nog geen heilige, maar dan zou ik u uitnodigen: kijk naar de binnenkant, ook in u leeft reeds die heilige, die in ons voortdurend dat verlangen levendig houdt om goed te zijn, die ons telkens weer aanspoort om toch maar Gods wil te doen, die ons aanzet om moedig stand te houden in dagen van beproeving en leed. Wij mogen het toch eens hardop zeggen: wij zijn veel beter dan we zelf weten, want Gods Geest maakt ons heilig. Kijk naar de binnenkant.
Allerheiligen nodigt ons uit om naar de overkant te kijken. De Joden bleven achterom kijken naar de vleespotten van Egypte, maar Mozes zei: nee, kijk naar de overkant, kijk naar het Beloofde Land, trek door de woestijn, het is de moeite waard!
De martelaren van alle tijden hielden ook vast aan het leven, maar in de beproeving van het geloof zei de Geest binnen in hen: kijk naar de overkant, zoals de heilige Stefanus zegt: ‘Ik zie de hemel open en Jezus staande aan de rechterhand van God’.
Misschien treurt u vandaag om een dierbare dode, die u meent niet te kunnen missen. Dan nodigt de kerk u vandaag uit: kijk naar de overkant. De dood is niet het laatste, het is slechts de poort naar het volle leven. Voor wie gelooft, is de dood een nieuwe geboorte, een ogenblik van pijn om dan te ontwaken tot het volle leven. Als je ervoor staat lijkt het moeilijk, maar eenmaal er doorheen wil niemand meer terug, zoals een kind dat reeds geademd heeft niet meer terug wil in de slaap van de moederschoot.
Ik ken een moeder die twee kinderen heeft verloren, en zoals elke moeder heeft ze daar veel om geschreid; en toch zei ze eens tussen haar tranen door: “Ik mag niet aan mezelf alleen denken, ik weet dat ze gelukkig zijn bij God. Als ik ze terug zou krijgen door het bidden van een weesgegroet, ik zou het niet doen. Zij zijn goed bij de Heer.” Zij had in haar gebed geleerd naar de overkant te kijken.
Kijk naar de overkant. Als je de ogen hebt van het geloof, dan zie je dat onze doden leven in het land waarin geen lijden, geen smart, geen tranen meer zijn. Zo’n geloof zou ik u vandaag allen willen toewensen; een geloof in Jezus, die zegt: “Ik ben de verrijzenis en het leven. Al wie gestorven is in geloof in Mij, hij leeft!”…
Het mysterie van het leven
Feest · 1 november · Allerheiligen · wit