Eens vroeg ik in de les catechese: “Kennen jullie iemand die een beetje heilig is?” eerst lachten de kinderen. Een heilige hier bij ons? Dat vonden ze vreemd. Toen zei een van hen: “De man die naast ons woont, dat vind ik een heilige. Hij heeft geen benen meer. Hij zit al twintig jaar in een rolstoel. Maar hij is altijd vriendelijk, hij klaagt nooit, en dikwijls krijgen we wat van hem.”
De kinderen werden stil. Dat er zo dicht in de buurt ook heiligen leefden, daaraan hadden zij niet gedacht. En meteen vonden ze de vraag niet meer zo gek. Ineens begonnen ze allemaal te vertellen: over de buren die drie buitenlandse kinderen aangenomen hebben, en onze buurvrouw die altijd gaat helpen bij een zieke en eenzame vrouw. Iedereen scheen in zijn familie of in zijn buurt wel iemand te hebben die een beetje heilig was.
Allerheiligen, het feest van alle heiligen, ook van al diegenen die een “beetje” heilig zijn. Of wij daar ook bij willen horen? Als men ons de vraag zo direct stelt, is onze spontane reactie: maar een “beetje” heilig? Zoals de man in de rolstoel, de buren met de aangenomen kinderen, de buurvrouw op ziekenbezoek… Dan is ons antwoord: “Ja, een beetje heilig”. Het is ook die heiligheid die God van ons verwacht.
In de Schrift lezen we: “Wees heilig, omdat Ik, uw God, heilig ben.” In onze taal is dat woord “heilig” afgeleid van “heil”. God wil samen met ons in de wereld heil bewerken. Iedereen die zich op zijn plaats inzet opdat mensen een beetje heilvoller, gelukkiger kunnen leven, is een “beetje heilig”.
Eens kwam een vrouw naar de heilige Franciscus van Sales en vroeg hem: “Wat moet ik doen om een heilige te worden?” De heilige antwoordde: “Probeer de deuren zacht te sluiten”. Geen uren lang bidden, geen vasten, geen heldendaden vroeg hij van deze vrouw, alleen: de deuren zacht te sluiten. Meer was volgens hem niet nodig om heilig te worden. Waaraan kan de heilige Franciscus gedacht hebben, toen hij dat zei? Hoeveel deuren - om maar een voorbeeld te noemen - worden er niet dichtgeslagen, of blijven gesloten? Een heilige moet een vredestichter zijn, dat wilde Franciscus zeggen.
Zo noemt ook Jezus in het evangelie degenen zalig of heilig, die vrede stichten en geen geweld gebruiken. Zacht de deuren sluiten, dat is een fijngevoelig omgaan met mensen. Een heilige werkt niet met zijn ellebogen om zich door te zetten ten koste van anderen. Zo noemt Jezus ook degenen zalig die een warm hart hebben voor anderen.
“Probeer de deuren zacht te sluiten”, is dat geen prachtig antwoord op de vraag hoe ik heilig moet worden? Wij hoeven niets bijzonders te doen. Wij moeten alleen proberen op onze plaats en op onze manier een beetje heil te brengen in deze wereld.
Bij het zien van zoveel ellende, hongerende kinderen, vluchtelingen, zou men zich gerust de vraag mogen stellen: “Waarom laat God dat toe?” Maar God zou ons misschien van antwoord kunnen dienen door te zeggen: “Ik heb jou toch geschapen en geroepen om er iets aan te doen,” zoals wij vaak zingen in een lied: “ Mens voor de mensen zijn, herder als God, trooster voor groot en klein, zo lief als God… teken van vrede zijn, zo trouw als Hij.” Door zulke mensen wordt God steeds weer een beetje zichtbaar in deze tijd. Zulke mensen zijn heilig…
Een beetje heilig zijn
Feest · 1 november · Allerheiligen · wit