Allerheiligen is een feest van optimisme. In feite is het christendom bijzonder optimistisch, en eigenlijk zouden christenen geweldige optimisten moeten zijn. Een christen, die pessimist is, zit helemaal fout. Want een pessimist is een zwartkijker. Hij ziet geen wit, alleen maar zwart. Hij ziet geen zon, alleen maar duister. Hij ziet geen goed, alleen maar slecht. Hij spreekt geen goed, alleen maar kwaad. Hij zegent nooit, maar roddelt veel. Hij maakt nooit leuke dingen mee, alleen maar nare. Dat is een pessimist! En christenen kunnen geen pessimisten zijn, althans als ze leven volgens hun geloof, hun overtuiging. En een christelijke overtuiging is, dat God, de goedheid zelf, duidelijke sporen heeft achtergelaten op onze wereld. Iemand, die wat verder keek dan zijn neus lang was, zei: ‘Ik zie in de natuur, in de bergen, in de bossen, in de zee de voetstappen van God.’ En het feest van Allerheiligen zegt: ‘Ik zie in ontzettend veel mensen zoveel goeds, zoveel liefs, zoveel moois, dat we er niet onderuit kunnen: God is met die mensen bezig geweest.’
Kunnen we dat nu nog zeggen, in een tijd dat er zoveel mensen zijn die zeggen: ‘Van God merk ik niets; daar kan ik niet meer in geloven’? Toch is het niet zo gek en niet irreëel als je echt goede mensen ziet en dan zegt: daar is God aan het werk, daar is zijn voetstap, zijn schaduw, zijn afglans, iets van Hem. Want er is een goddelijke goedheid, die telkens weer mens wordt, dan hier, dan daar, dan in de kerk, dan daar buiten.
Misschien is daar wel wat optimisme voor nodig. Want optimisme ziet het goede eerder, kijkt meer naar lichtpunten, heeft meer oog voor het positieve en ontdekt zoveel goeds onder de mensen, dat je kunt zeggen: ‘Alle heiligen! God heeft ons kennelijk niet in de steek gelaten.’…
Optimisme ziet lichtpunten
Feest · 1 november · Allerheiligen · wit