Iedereen is wel eens naar een begrafenis of crematie geweest. Bij die gelegenheden zijn er bijna altijd wel toespraken. Er is iets vreemds met heel wat van die toespraken. Neem de begrafenis van de man waarvan iedereen ooit gezegd had - of in elk geval wist - dat hij alleen maar aan zijn zaak dacht, dag en nacht. In feite had hij zich daar - volgens de verhalen -zozeer op geconcentreerd dat het zijn dood geworden was. Hij had zichzelf bij dat alles schromelijk en fataal verwaarloosd, om maar niet te spreken van zijn familieleden. Bij zijn begrafenis sprak niemand daar ook maar met een woord over. Ze zeiden wel dat hij zo’n goede vader was en dat zijn hart altijd open stond voor iedereen die een beroep op hem deed. Er werd gezegd dat hij een voorbeeld was voor iedereen.
Bij een begrafenis schijnt er plotseling geen enkele twijfel meer te zijn aan zijn deugd, aan haar barmhartigheid, aan zijn naastenliefde en haar rechtvaardigheid. Maar als de tranen droog zijn en de kist bedekt is met zand, als de bloemen verwelken op het graf of bij de urnen, als de laatste bezoeker weg is en iedereen weer terug in de wereld waarin de dierbare overledene leefde, dan zijn er zoveel andere dingen, zoveel wonden die ooit geslagen werden, pijn die blijft.
Het blijft inderdaad een probleem als we het leven van anderen en onszelf aflezen tegen de evangelietekst die ons geboden wordt bij het vieren van hen die ons voorgingen. Waren ze heilig, zijn ze in de hemel? Of waren ze niet goed en verblijven ze ergens anders?
Allerheiligen en Allerzielen. Zijn ze zondaars of heiligen? Horen we de acht zaligheden en het relaas van Matteüs over het einde van de tijden om hen te prijzen of om hen te evalueren? Ze hebben allemaal wel eens de hongerigen te eten gegeven, maar ze hebben dat ook ettelijke keren niet gedaan. Ze hebben allemaal wel eens de dorstigen te drinken gegeven, maar heel vaak ook niet. Ze hebben allemaal wel eens zieken bezocht, en misschien zelfs wel eens een gevangene, maar veel vaker helemaal niet. Ze hebben allemaal gehongerd en gedorst naar rechtvaardigheid, maar ze zijn er ook vaak de oorzaak van geweest dat anderen dat deden. Zijn ze echter zo verschillend van ons? Zitten we niet allemaal in dezelfde situatie?
Wij zijn allemaal hetzelfde mengsel van goed en kwaad, van deugd en ondeugd, half om half. Of om in de termen van Matteüs te spreken: we zijn allemaal half schaap en half geit. Weten we niet allemaal dat we omgeven zijn door hongerigen, dorstigen, zieken, gevangenen, terwijl we daar maar heel af en toe iets aan doen.
Als we eenmaal - op welke manier dan ook - samen ter verantwoording geroepen worden, zullen we maar al te bereid zijn om anderen de schade te vergeven die ze ons en de wereld hebben aangedaan. We hebben diezelfde vergeving immers zelf ook zo hard nodig. We zijn allemaal schuldig, we zaten met z’n allen in de fout, we hebben allemaal vergiffenis nodig. Misschien is het dat wat we - praktisch onbewust van wat we eigenlijk aan het doen zijn - uitdrukken als we die lovende toespraken houden en aanhoren bij begrafenissen en crematies. De feesten van Allerheiligen en Allerzielen horen bij elkaar. Ze zouden niet zonder elkaar kunnen. Ze van elkaar scheiden zou in zekere zin ons einde betekenen! Laten we hopen steeds te kunnen vergeven om zelf ook vergeven te worden!…
Toch heilig
Feest · 1 november · Allerheiligen · wit