Over de besnijdenis en de naamgeving

Feest · 1 januari · Maria, moeder van God · wit

Nieuwjaarsdag: we lezen over besnijdenis. Vreemd misschien, maar Iaat ons niet wijzer zijn dan de kerk, die ons dit verhaal voorlegt.
Wat is besnijdenis eigenlijk? Het is de insnijding in het vlees waaraan iedere jood volgens de wet werd onderworpen op de achtste dag. Dat is de dag van de voltooi¬ing, van de uitkomst. Wat betekent het anders dan van het begin van je leven af goed weten dat pijn bij het leven hoort, dat leven ook lijden is. Je zult het moeten doen met de beperkingen van jouw karakter, jouw afkomst en levensgeschiedenis. Tegen ieder pasgeboren joods jongetje wordt door deze kleine insnijding gezegd: jij bent nu wel gaan leven, er is ruimte gekomen nu je bent uitgetreden uit de moe¬derschoot, maar weet, je bent nu ingetreden in de moederschoot van deze familie, van dit land, van dit volk en dat brengt beperkingen met zich mee. Je zult in je leven niet God zijn en je zult je dus niet zo mogen gedragen. Tegelijk ben je lid van deze familie, van dit volk en dat is iets om trots op te zijn.
Dat lijkt me de diepste zin van de joodse besnijdenis. Een kind krijgt een teken in zijn vlees, precies daar waar leven gedragen wordt en daarmee is het ingevoerd in het verbond van Mozes; een verbond dat mogelijkheden geeft en beperkingen, dat vreugde en pijn meebrengt. Waar zo’n kind verschijnt komen alle koningen, profeten, aartsvaders, psalmdichters, daar komt heel de stoet joodse geschiedenis mee.
Jezus en zijn toekomst kunnen alleen verstaan worden in dit perspectief van Israël en zijn geschiedenis met God. ‘Deze geschiedenis is jouw leven, hier zul je het mee moeten doen. Tevreden zul je er niet mee zijn, want je zult je stoten tegen de beperkingen. Maar weet dan, dat Ik, jouw God en Heer, aan de beperkingen van jouw geschiedenis de zegen van mijn welwillendheid heb gehecht.’
Kerstmis is alweer acht dagen geleden. De nuchtere feiten dienen zich aan voor Jezus en voor ons. Het is 1 januari! Met Kerstmis hoorden we: de genade en welwillendheid van onze God is verschenen. Vandaag heet het: de wet moet vervuld worden. Jezus stelt zich onder de beperkende feiten van Zijn volk. En Hij krijgt daarbij een naam. Hij is niet iedereen; Hij wordt Jezus genoemd, ‘Joshoea’, dat wil zeggen: hij die ruimte maakt, die bevrijdt, die helpt in de nood.
Gods genade (Jezus) wordt uitgeleverd aan de feiten, opdat de feiten heiligheid kunnen dragen. Dat is de verkondiging voor vandaag.
1 Januari brengt ons terug bij de feiten van onze tijd; 1 januari brengt ons onze eigen levensgeschiedenis te binnen, die sterk bepaald wordt door alles wat we tot nu toe hebben meegemaakt. Dat hele mensenleven telt mee in wat we geworden zijn op de dag van vandaag. Ruimte en beperking.
Verwacht geen gouden bergen van het jaar dat komt. Het wordt al weer bijgeschoven, vandaag al, in die hele rij van jaren, die wordingsgeschiedenis van mensen. Tegelijkertijd is dit nieuwe jaar nog blank, een nieuwe kans. Wij zijn niet aan het noodlot overgeleverd, of aan de sterren zoals sommigen denken. Integendeel, wij hebben met dit nieuwe jaar iets in handen gekregen, dat wij ook zelf maken kunnen, dat onze kleur zal krijgen met Gods hulp en genade.
Dat is ons leven, evenzeer als dat van Jezus, Die aan de ene kant Zoon van de wet wordt en daarmee die hele geschiedenis van de joden meeneemt en zegt: ‘Ik kan niet meer zijn dan mijn volk, Ik ben Israël.’ Aan de ander kant geeft Hij aan zijn leven een onvoorstelbaar eigen invulling. Hij is bevrijder geworden, ruimtemaker. En wij zijn niet beter dan Hij, we doen hetzelfde.
Ik hoop, dat dit jaar van Gods genade, nu gevoegd bij al die jaren die ons leven zijn geworden ook onze geschiedenis een beetje anders zal maken, nieuw, fris, sprankelend; en dat dit jaar een eigen invulling van ieders roeping zal mogen zien. Er is werk aan de winkel vooraleer de toekomst van God er zal zijn. Ik hoop dat wij met zin aan de gang gaan. Zalig Nieuwjaar!

Zoeken in Preken Online