Welkom
Welkom, jong en oud, vaste bezoekers, of die zo nu en dan komen, of nooit, met name de pelgrims, groot en klein, jong en oud die uit het verre Nederweert_- Eind, oftewel Stokershorst, helemaal naar hier zijn komen lopen.
Eerst zal Kees Lagerberg, onze misdienaar, als een jonge vader, het Jezuskindje in het kribbetje leggen. Daar heeft hij weken geleden al om gevraagd!
Vervolgens zal Kees de vier kaarsen op de prachtige adventskrans doven, want de Advent, de toenadering, het verwachten is voor bij. Met kerstmis vieren we dat Hij er is, later horen we in het evangelie wie er is. Maar eerst steekt Kees de Vijfde Kaars aan, het licht dat ons herinnert aan wat we verlangen, waar we blij om zijn, waar we naar uitzien, met vreugde of met pijn.
Ik bid dat we dat licht mee mogen nemen als we straks de kerk uitgaan en dat het blijft branden en ons de weg wijst en ons voor elkaar zichtbaar maakt.
Homilie
Beste dorpsgenoten,
Vanmorgen stond in de krant een artikel over kerststress. De symptomen er van zijn: hevig zweten en moordneigingen.
Ik begin met een stuk aan te halen dat ik gevonden heb in een tijdschrift, niet in de bijbel!:
“De ander die mij aanziet slaat een bres in mijn gesloten wereld. In zijn weerloosheid doet het aangezicht van de Ander een onontkoombaar appel op mij. Als de Ander mij aanziet met de ogen van een medemens, zegt hij tot mij: “Jij bent geen moordenaar.” Daarmee word ik verantwoordelijk voor het leven en het welzijn van de ander. Als ik zijn blik ontwijk, kan ik “uit de hoogte” op hem neerkijken en hem voor mijn doeleinden misbruiken. Maar als we elkaar eenmaal in de ogen gekeken hebben, vraagt de ander dat we hem ontzien en naar hem omzien en voor hem zorgen. Op die manier komt de Oneindige naar mij toe. Zo verschijnt de Eeuwige in de tijd. Als ik dat aangezicht van de ander tot mij laat spreken, dan kan ik nooit zeggen: “Nu heb ik genoeg gedaan.” Je wordt juist steeds verder getrokken in de richting van aandacht en zorg voor de ander. Je kunt alleen nog zeggen: “Hier ben ik.” (Naar Levinas.)
In Gods bestaan hoef je dan niet meer te geloven. Je ontdekt dat God alleen maar gedaan kan worden. Zoals de gulden regel, die in alle grote godsdiensten voorkomt, zegt: “Wat gij wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander.” Niet om waarheid gaat het, maar om gerechtigheid,.om compassie, om mededogen. Recht doen aan de arme en de ongelukkige valt samen met God kennen en in God geloven. Recht doen aan de arme en de ongelukkige is ook het werk van de Messias. In dat perspectief ben ik die messias. En ons geweten is dan de plaats waar God woont.
En nu naar dat kindje Jezus in het kribje, of voor hetzelfde geld, uw eigen baby of kleinkind, voor wie u alles over heeft, ’s nachts opstaan, voeden, verschonen enzovoorts, tegen wie u nooit zegt: “Nu is het genoeg.” Die baby heeft een grenzeloos vertrouwen in u. En als de baby zijn handjes naar u uitsteekt of naar u kijkt of tegen u lacht, dan bent u bereid om hem te dienen als was hij een koningskind. Telkens als zij u aankijkt: zegt zij: “Jij bent goed, jij bent geen moordenaar.”
En als het kindje Jezus weer op zolder staat, of als u baby zindelijk is, braaf en stout begint te worden, en als u dus niet meer ondervindt wat ik zo juist beschreven heb, dan heeft u misschien wel een huisdier dat u ook aankijkt met totaal vertrouwen, dat vraagt om geknuffeld te worden, dan kunt u zich op die manier oefenen in compassie en mededogen. Zo iets als mijn kat die me om de zoveel tijd heel zacht op mijn bovenarm tikt omdat hij weet dat ik dan meega om hem te knuffelen.
Want die compassie komt niet vanzelf. Daar moet je in groeien. Zo gauw we wat groter zijn steken we niet meer onze armpjes uit maar gaan we met onze ellebogen werken, of gaan we schoppen en duwen, kijk maar op het voetbalveld.
Ik gebruikte het woord groeien. Als baby groot wordt en rapport cijfers krijgt en goals moet maken, en nog later als we moeten verdienen en laten zien hoeveel we verdienen, dan heet dat ook groeien.
Mij gaat het er om dat we die baby in onszelf tot zijn recht laten komen. Dan groeien we op een heel andere manier, door klein te beginnen binnen onszelf. Van hem leren we hoe je als baby van alles gedaan krijgt, door klein te zijn en de ander aan te kijken en te vertrouwen. Dan gaan we anders met mensen om, minder ellebogenwerk, minder schoppen, minder klagen, anderen in hun waarde laten
Groot worden door klein te zijn, vooruit te gaan door stil te staan en te vragen waar het eigenlijk omgaat. Zoiets bedoelde Jezus met de woorden: " Als gij niet wordt als kinderen, zult ge het rijk der hemelen niet binnen gaan.
Hier valt nog veel meer over te zeggen. Het is zeker niet allemaal duidelijk wat ik gezegd heb. Denk er over na. Praat er samen over. En de kinderen zullen het zeker niet allemaal begrepen hebben. Leg het dan aan hen uit. En misschien maken zij ook nog iets duidelijk aan u, hoe groot en wijs en succesvol u ook bent.
In deze geest wens ik u heel fijne kerstdagen toe.