De machtigste man ter wereld en zijn vrouw hebben onlangs aan miljoenen
mensen een kerstkaart verstuurd met daarop het Witte Huis en in de
sneeuw ervoor hun twee hondjes en een poes. Je vraagt je af wat dat nog
met kerstmis te maken heeft, en hoe een zogenaamd herboren christen zo
laf kan zijn door niet uit te komen voor zijn geloof in Jezus, die als
redder in onze wereld verschenen is. Hij heeft dan ook flink de wind
van voren gekregen van christelijk rechts in Amerika, die vindt dat je
Christus weer moet terugbrengen in het kerstfeest. Maar dat wil niet
zeggen dat ik me schaar aan de kant van deze christelijke
fundamentalisten, die tegen de evolutieleer en voor de doodstraf zijn,
tegen homoseksuelen en voor de inval in Irak. Elke vorm van
fundamentalisme betekent uiteindelijk een vernedering van de mens, en
dat kan volgens mijn en onze God nooit de bedoeling zijn.
Natuurlijk maken velen er zich zorgen over dat God lijkt te verdwijnen
in onze cultuur, en dat er akelige vormen van godsdienst worden
verkocht door enge geestelijke leiders. Maar terugkeer en herwaardering
van het geloof kun je niet organiseren via politiek of wetgeving. God
stelt alleen pas weer wat voor als wij God voorstellen. Daarmee bedoel
ik, dat wij God voorstellen aan anderen, zoals we een dierbaar iemand
aan een derde voorstellen op een receptie, omdat we trots zijn op hem
of haar en graag willen dat die derde kennis maakt met de partner of
vriend, die naast ons staat. Maar ook betekent het, dat wij God
voorstellen via onszelf, dat wij doen zoals God zou doen, dat wij
praten en leven zoals God zou leven, dat wij laten zien dat we ieder
geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis - zoals zo veelzeggend
beschreven staat op de eerste bladzijde van de bijbel. Als we op die
manier durven leven kan God vanuit de randen van het bestaan weer meer
in het centrum komen te staan. Het ligt op de allereerste plaats aan
onszelf of God weer in beeld komt. Dat ligt niet aan de paus, de imam,
de dominee of de televisie.
Of God weer een gezicht krijgt in onze samenleving hangt af van de
keuzes die wij maken. Maar we vinden kiezen moeilijk, luidde de uitslag
van een landelijke enquête van twee dagen geleden. Al ging dat
onderzoek over de aanschaf van een mobiele telefoon, we zien het ook
met de nieuwe zorgverzekering, met de keuze van een studierichting,
beroep of politieke partij, met de keuze van een partner. Kiezen heeft
te maken met lef hebben, met je toevertrouwen aan die ene of dat ene.
Wie alle mogelijkheden denkt te kunnen openhouden, zit straks zeker met
lege handen. Je kiest iets of iemand, je komt ervoor uit, je staat
ervoor, of dat nu past in de grillige mode van het ogenblik of niet.
Wie kiest maakt een eind aan de al zo lang durende ongeëngageerdheid,
en zet een streep door politiek correct gedrag.
God is niet politiek correct, en ook nooit politiek correct geweest.
God heeft gekozen, en God kiest, elke dag opnieuw, voor ons. Dat is de
kern van het kerstevangelie, dat we al zo vaak hebben gelezen, dat het
ons nauwelijks nog raakt. Maar het zou ons tot in het diepst van ons
wezen moeten shockeren. Want wat er staat geschreven is een
werkelijkheid, die alle tot dan toe bestaande beelden over God en goden
volledig onderuit haalt. God was een ongenaakbare macht, die gepaaid
kon worden met mensenoffers, die in al zijn humeurigheid rampen over de
wereld uitstrooide, die vanuit een grillige voorkeur de een wel genadig
was, maar de ander niet. Dankzij profeten als Jesaja waren de contouren
van die nieuwe en andere God al uitgetekend.
De nieuwe God zou spectaculair zijn, niet door de stunts die hij zou
kunnen uithalen, maar door het feit dat hij op een adembenemend
dichtbije manier tussen ons in zou liggen, naast ons zou zitten en
achter ons zou staan. God liet zijn macht zien door machteloos als een
baby te worden, opdat wij ons over hem zouden kunnen ontfermen zoals
hij zich over ons wil ontfermen. De nieuwe God zou zich niet als een
vorst op zijn troon verheven voelen boven de mensen, maar zou zich
solidair tonen met daklozen en asielzoekers - want dat waren Maria en
Jozef letterlijk geworden. Voor de nieuwe God geen koninklijk bed met
dons en goud, maar een voederbak als wieg. Voor de nieuwe God geen
receptie van hoogwaardigheidsbekleders in gala, maar bezoek van
stinkende herders uit de buurt, die ambassadeurs moesten worden van een
totaal nieuwe boodschap: eer aan God in de hoogste hemel kan er alleen
maar zijn als mensen op aarde in vrede leven. Die eer en die vrede gaan
hand in hand, omdat God alle mensen liefheeft.
Als wij die nieuwe God een kans willen geven, moeten we ook zelf een
nieuwe geboorte aandurven die grote overeenkomst vertoont met de
geboorte van God in onze wereld. Dat lijkt een hele toer, maar het is
een kwestie van kiezen. Het heeft te maken met je geloof in een
toekomst ondanks de handicaps van het heden. Wie bij de pasgeboren
Jezus staat, heeft uiteraard bagage bij zich vol sores en tassen vol
verdriet: over een gestorven zus, een ongeneeslijke ziekte, een
onopgeloste ruzie, een onvervulde wens, een verloren vriend, een
ontbrekende partner. Die sores smelten niet weg als je Bethlehem
binnenstapt, maar de ballast wordt hopelijk wel meer dragelijk. We
kunnen ons misschien identificeren met een recent gedicht, waarin een
herder in het veld zijn ontmoeting met de engel beschrijft:
IN HET VELD
‘Lichter dan vannacht
zal het niet worden’,
zei de engel opeens.
Met zijn bronzen ogen
raakte hij me diep,
trok een spoor van vuur
over mijn huid, legde
zijn hand in mijn nek en
trok me overeind.
‘Lichter dan vannacht
zal het niet worden’,
weet ik bij het zien van
de kudde die slaapt. Een
enkel dier beweegt,
maakt geluiden. Ik
kijk de engel in de
ogen, hij knikt en neemt
me ferm bij de hand.
‘Lichter dan vannacht
zal het niet worden’,
klinkt het nu overal.
‘Hier zul je hem vinden’,
zingt het rond, ‘hier in
het natte gras van
de nacht.’ Nu voel ik de
regen. Of is het al
het water van mijn
geboorte?
Mogen we ervaren dat met de geboorte van Jezus ook onze nieuwe geboorte een feit wordt.
Overweging op Kerstnacht (2005)
Feest · 25 december · Kerstnacht · wit