Kom, laten wij Hem begroeten (2005)

Feest · 25 december · Kerstnacht · wit

Begroeting

O Gij, Morgenster van een verwachte dageraad, wij staan in het donker maar kijken reikhalzend uit opdat deze wereld een nieuwe lente zou kennen. Opdat een kind bij het hol van de adder mag spelen en iedereen zijn zwaard zou omsmeden tot een ploegschaar. Dat niemand in de nacht moet wakker schrikken, bang voor de nieuwe morgen die komt. Het zijn allemaal Bijbelse beelden over een onnoembare vrede en verbondenheid waar deze wereld naar op zoek is. Nu nog staande in het donker hopen we dat mensen weer thuis mogen komen in zichzelf en terug contact krijgen met hun diepste verlangen. In deze Kerstnacht kunnen we alleen maar kijken, hopen en wachten. Samen zingen opdat een nieuwe tijd zou aanbreken en een straaltje van licht zou mogen dagen, dat misschien, wie weet, ooit kan uitgroeien tot een zon waarin we ons kunnen warmen. Want in deze nacht begroeten we Hem van wie gezegd wordt dat Hij gestalte is van de levende God. In Hem hebben we ervaren hoe God onvoorwaardelijk kiest voor het lot van de mens.

In deze Advent stond een tekst centraal van Eleia Bollen, een Nederlandse contemplatieve, waar ze zegt:

“Het is best wel eens donker in mijn leven, maar ik heb ervaren dat het duister altijd weer zal wijken, dat het licht wordt in mijn bestaan. … Duisternis is voor mij niet alleen duisternis, het is meer zoals de nacht weer dag wordt. Zo weet ik dat het duister zal verdwijnen. En als het licht dan komt, kan ik ook wel achteraf blij zijn met het donker… Ik heb zo mogen ervaren dat zelfs uit het duister leven kan voortkomen.” ( In: De reis van je hoofd naar je hart. Red. Leo Fijen, p. 117.)

Na een lange periode van verlies en radeloosheid had deze vrouw het gevoel dat God haar omhoog trok en weer tot leven bracht. Misschien was zij het zelf geweest, die dit donkere had overwonnen, maar in haar beleving was haar vertrouwen in God en haar wachten op Hem van grote betekenis geweest. “Zelfs uit het duister kan leven voortkomen.”

En toch weten we dat voor velen verdriet verdriet blijft en dat aan de nacht soms geen einde lijkt te komen. Een levenssituatie of maatschappelijke structuren kunnen van die aard zijn dat je als eenling machteloos tot speelbal wordt van iets dat je niet kan veranderen. Voor hen bidden wij opdat een nieuwe tijd mag aanbreken.

Maar er is meer: in deze dagen zie je ook veel mensen, die het schijnbaar goed hebben, koortsachtig zoeken naar een plek om thuis te komen en daar niet in slagen. Vandaar de vraag waar ik de laatste dagen mee in mijn hoofd liep: Wat moet met ons gebeuren opdat het Licht in deze nacht in ons kan geboren worden? Allereerst gaat het om geduldig wachten. Wachtend uitzien in vertrouwen dat Iets ons gegeven wordt. Maar het heeft ook met onze houding te maken. Enerzijds met liefde kunnen ontvangen en passief aan je laten gebeuren wat je emotioneel kan onderuit halen. En anderzijds zit er iets van verantwoordelijkheid in tegenover hen die nooit in staat zijn uit zichzelf een ruimte te creëren waarin het goddelijke Kind kan geboren worden.

Inleiding op kerstverhaal

In de periode waarover ons verhaal gaat wordt in geen enkel document gewag gemaakt van een volkstelling. Waarom zou Jozef naar Bethlehem moeten gaan? Iedereen die één jaar in een gebied woonde hoorde onder het ter plaatse heersende Romeinse recht. Wie herinnerde zich trouwens nog de stad van zijn voorvaderen zoals Lucas over Jozef zegt? En waarom zou een man zijn hoogzwangere vrouw wel meenemen op zo’n riskante tocht? Veel Bijbelspecialisten vermoeden dat Lucas zich als een overijverige staatsburger heeft opgesteld tegenover Rome en een gunstig verhaal voor Romeinse staatsburgers wilde vertellen, opdat ze geen problemen zouden krijgen met het regime. In die tijd waren er echter in Galilea verschillende opstanden en heeft in de streek van Nazareth een echt pogrom gewoed. Wellicht is de waarheid eerder dat een man moest vluchten. Misschien weigerde hij zoals zovelen om belasting te betalen en riskeerde hij een zware straf. Heeft hij daarom zijn hoogzwangere verloofde uit veiligheidsoverwegingen meegenomen? Alles wijst erop dat onder het vertederende verhaal een rauwe realiteit zit van trotse zelfwaarde, van verzet in naam van God zich aan geen vreemde te onderwerpen en van angstige vlucht.

Homilie

Ongeveer een jaar geleden rond deze tijd zat ik als externe begeleider in het team van Begeleid Wonen, een organisatie die mensen met een lichte en matige mentale handicap helpt zelfstandig te wonen. Het gesprek ging over een licht mentaal gehandicapte man, laat ik hem Kim noemen. Het ging tegen Kerstmis aan. Kim had zijn huisje heel mooi gemaakt. Er stond een prachtig versierde boom in de living, de hulpverleenster had hem geholpen om kaartjes te versturen naar enkele bekenden, hij had aankopen gedaan voor een lekkere maaltijd. Maar naarmate het feest dichterbij kwam werd hij meer en meer rusteloos. En uiteindelijk zegde hij alles af en vroeg aan de begeleidster om enkele dagen in een beschermde gemeenschap te mogen verblijven. Kim heeft een hechtingsprobleem. Zoals veel van zijn lotgenoten kent hij een geschiedenis van instellingen, een mislukte opvang in een pleeggezin, enz. Telkens zich een situatie voordoet waar heel veel gevoel bij te pas komt, klapt hij dicht en houdt hij mensen op afstand terwijl hij hun genegenheid tegelijk zo nodig heeft. En zo gebeurde ook nu waar hij zoveel schrik voor had.

Terwijl ik zo mijmerend zat te luisteren naar het verhaal van de begeleidster en haar onmacht voelde bij wat gebeurde, moest ik eigenlijk aan heel deze Kersttijd denken en aan alles wat mensen deze dagen niet doen, opdat zou gebeuren waar ze zo op hopen. In de voorbije dagen hebben we allemaal wellicht ons best gedaan om pakjes te kopen en het thuis gezellig te maken. Maar, zoals het verhaal van Kim mij leert, moet er nog iets anders gebeuren. Om Kerstmis te kunnen vieren moet je over de fundamentele vaardigheid beschikken om genegenheid toe te laten en ze door te geven. De Deens-Amerikaanse psycholoog E. Erikson omschreef het als oervertrouwen dat zich uitdrukt in een onbezorgd kunnen geven en ontvangen. Je moet erin slagen om een soort van innerlijke ruimte te creëren waarin iets kan geboren worden dat je zelf niet meer in de hand hebt en dat groter is dan jezelf. Kerstmis vieren is net als naar een feest gaan: je kunt alles organiseren, maar of het een echt feest wordt, hangt af van iets dat je niet in de hand hebt. Je kan alleen maar je overgeven en intreden in het gebeuren, maar al het overige is een geschenk dat zich belangeloos geeft. Zo is het ook met ons geloof: Voor een mens die zich zo kwetsbaar en weerloos durft openstellen kan God niet anders dan zich helemaal geven. Zijn wezen is niets anders dan Verlangen: verlangen om in de armoede van onze persoon in te treden als een verwarmend, troostend Licht. Niet overdonderend en zelfverzekerd, maar schamel en voorzichtig.

Het verhaal van Kim heeft voor mij nog een andere kant: veel mensen zijn niet of niet meer in staat vanuit zichzelf deze houding te scheppen. Omdat ze zelf vluchteling zijn, omdat ze gekwetst zijn en tot geen geven in staat, omdat ze lichamelijk zo getroffen zijn dat hun uitstraling werd verstoord. Hoe groot is niet onze verantwoordelijkheid om hen te dragen en op te nemen in de sfeer van hoop die rond dit feest hangt. Want toen God in een mens geboren werd, heeft Hij zichzelf ontledigd, heeft Hij de armoede van dit leven geaccepteerd, opdat ze verrijkt zou worden door zijn en onze liefde. Dat is een kernpunt van ons christendom. Wil je weten hoe God is dan moet je niet naar boven kijken, maar naar de geschiedenis: in een vluchtelingenkind ergens in een uithoek van de wereld wilde Hij geboren worden. In de donkerste en ellendigste hoeken van het leven wil God aanwezig zijn als een lichtje van hoop.

Zo wil ik u uitnodigen om in deze nacht open te staan en te uitzien naar een God die op zijn beurt zelf uitziet naar de mens.

Zoeken in Preken Online