Wij weten van elkaar niet precies waarom wij hier bij elkaar zitten deze nacht. Toch is dit de plek waar je dacht het vanavond te moeten zoeken, in deze herberg hier op ‘t Zand. Op zoek, maar naar wie en wat? Misschien zijn we hier omdat we iets weten over een woord, een verhaal dat ons kan wegvoeren uit het huis van zorg en angst en ons kan binnenvoeren in nieuw vertrouwen en, ja, vreugde!
Zo kwamen ooit in het sjofele kerkhuis, ergens achteraf in de grote stad Babel, waar het nu Irak is, daar kwamen ooit gedeporteerde ballingen uit Jeruzalem bij elkaar. En ze vroegen zich af: Waarom zit de wereld zo in elkaar? Waarom al dat onrecht, die wreedheid en dat geweld? Waarom vult verdriet onze dagen en bevolken angstdromen onze nachten? Is er dan niet één die ons bevrijden kan? En het antwoord dat zij God in hun diepste ziel laten geven is: Vrees niet, ik ben met u, ik kom bevrijden. En daarmee wisten ze tegelijk wat hun te doen stond: dat zij zelf als God moesten zijn en doen: hier ben ik!
De oude verhalen en de visioenen, die deze mensen aan ons hebben overgeleverd, die stellen de wereld niet mooier voor dan ze is. We hebben gewoon te maken met een rauwe werkelijkheid, die voor veel mensen niet te harden is. Dat weten we maar al te goed. Want sinds enige tijd kennen ook wij in onze eigen samenleving een fundamenteel gebrek aan vertrouwen. De puinhopen van extremisme, religieus fanatisme, terrorisme en straatterreur hebben ons de angst ingejaagd. En dat heeft in korte tijd onze wereld veranderd. Onze angst heeft grote ogen gekregen. Angst voor de ander, angst voor wat er zomaar allemaal mis kan gaan, angst voor de toekomst, angst voor het leven, angst voor de dood. Deze angst richt veel schade aan in onze dagen. We dreigen steeds meer te leven als wij en zij, als mensen die het goed vóór hebben met de samenleving en “de anderen”, wie dat dan ook mogen zijn. Het visioen van een wereld waar niemand bang hoeft te zijn is verder weg dan ooit. En de grote verliezers zijn ons vertrouwen, onze onbevangenheid en vooral onze levensvreugde.
Wat ons van die mensen uit de geloofsverhalen is overgeleverd is dat zij hebben geweigerd om die angsttoestand te promoveren tot de enige werkelijkheid.
Zij weten namelijk iets wat zij ooit niet wisten. Hun verhalen nodigen ons uit om een reis te maken naar ons binnenste: dat we als het ware weer thuiskomen bij ons diepste geheim. Want daar, voorbij ons bange ego, is een vonk te vinden van Gods wezen, een geestkracht die ons kan bevrijden van onze angsten en die nieuwe samenhang kan geven aan het mensenleven. Vanuit de binnenkamer van hun ziel, uit kracht van Gods Geest daar, durven ze de angst te laten varen en zich weer te verheugen: Hij is er, Hij komt bevrijden!
Wat die mensen doen is: geloven. Dat heeft niets te maken met het aannemen van wereldvreemde waarheden, loden begrippen of achterhaalde instituten. Nee, hun geloof is een levenshouding: je durven overgeven aan iets dat groter is dan jezelf, aan de Eeuwige, bron van alle leven. Vertrouwen schenken, goede hoop hebben, zoals tussen vrienden en geliefden. Ik vertrouw me aan jou toe. Van U is de toekomst, kome wat komt. Volgens de scheppingsverhalen van die mensen is het heelal dan ook niet voortgekomen uit een oerknal, maar uit een hand. Ook uit een oerknal natuurlijk, maar ook uit een hand. En die hand, waaruit je voort komt, is trouw en laat je niet vallen. Ik zal er zijn, is zijn Naam. Dat geloof, dat vertrouwen in je ziel kan alle machten, die ons omringen en bedreigen, weerstaan. Vandaar in barre tijden altijd weer dat oplaaiend vuur van visioenen bij profeten als Jesaja. We hebben ze gelezen. De beelden tuimelen over elkaar heen: wildernis jubelt, knikkende knieën worden krachtig, kreupele mensen dansen, water welt op in de woestijn, mensen juichen, een maagd zal zwanger worden en er zal een kind geboren worden dat God-met-ons heet. Altijd weer wordt het beeld van de geboorte van een kind, met barensweeën en al, gebruikt om de doorbraak naar een nieuwe wereld te verbeelden. Met pijn en vreugde, zoals bij elke geboorte. Dat kind van de nieuwe tijd wordt niet geboren uit man en macht, zeggen ze, niet uit onze eigen potentie dus, maar uit een maagd, want hier bevrucht de hémel de aarde. Niet voor niets staat er dat Maria zwanger is van de Geest van de Eeuwige. Dat heeft niet van doen met biologie. Nee, het is een geloofsbelijdenis. Die mensen willen met kracht aan ons doorgeven: Als er iets goeds moet gebeuren met het oog op de toekomst, dan moeten we God er bij betrekken. Dan moeten we het zoeken bij mensen die leven uit Gods hand en die op grond daarvan vertrouwen uitstralen en vreugde. Nou, daar staat die nieuwe mens Jezus voor. In Hem mag God inderdaad leven met heel zijn volheid. En vanuit dat bewustzijn doet Hij wat Hij doen moet, vol vertrouwen en vol vreugde. Een schitterende mens, een weg om te gaan!
Deze nacht vieren we zijn geboorte. We geven dat bericht opnieuw aan elkaar door en zingen: Ons is een kind geboren en het heet Emmanuël, God-met-ons. In de loop van de tijd is dat kind nogal verpakt geraakt, in veel te veel doeken gewikkeld en maar al te vaak naar de hemel teruggeschoven. Maar wij hier, wij brengen ons Hem te binnen en vieren Hem als de Mens die aan God alle ruimte heeft gegeven. Dat Jezuskind leeft, wandelend met God, aan alle angst voorbij, vol vertrouwen, vol vreugde. Hoe moet je dat noemen wat Hem drijft: een drang van iemand in Hem verborgen, onzichtbare onbedwingbare kracht die Hem gaande houdt en draagt, die Hem doet hopen en zien. Och, laten we het noemen met één woord, één Naam: God, die in Hem woont, die samenvalt met zijn ziel en die ooit “alles in allen” zal zijn. Keer je leven om, zegt Hij, wees niet langer bevreesd. Verheug je. Ik ben de weg. Volg Mij.
Dat gelooft tegenwoordig toch niemand meer, zou je zeggen? Inderdaad, ook ik zou die visioenen en ook dit kerstverhaal al lang niet meer kunnen horen, als er niet tot op vandaag mensen zouden zijn, ook hier in ons midden, die op Hem lijken. Zij overtuigen mij. Ze zijn vaak van een oud geloof afgevallen, waarbij ze angstig waren en o zo bezorgd voor eigen ziel en zaligheid. Ze hebben het gewaagd om het land van de angst verlaten. Alleen de oude geloofsverhalen hebben ze meegenomen in hun weerbarstig geheugen. Verhalen die stug volhouden dat de pessimisten onder ons ongelijk hebben. Ze weten zich, soms tegen beter weten in, gedragen door woorden als: Vrees niet, Ik ben met je. Ze zijn daarmee als het ware de rivier doorgewaad. En ze zijn in een nieuw land gekomen, verwonderd over het perspectief dat het nieuwe bewuste geloof hen biedt. Samen met dit mensenkind Jezus kiezen ze er nu voor om vol vreugde te leven met God in hun ziel. Ze zijn niet langer overgeleverd aan allerlei machten die angst zaaien in onze ziel. Nee, ze schuilen bij God, vertrouwen zich toe aan zijn hand, op hoop van zegen. Ze houden zich vast aan Hem en doen dán wat hun hart hen ingeeft. Sindsdien durven ze te leven met een dunne huid en zetten ze zich in voor meer, veel meer dan eigen belang. Ze dragen bij aan een beter samenleven, zetten de schouders er onder, en hebben daar plezier in. Maar ze beseffen elke dag: zó leven, dat kan alleen als je contact houdt met je innerlijke bron, de plek waar God woont. Hij is het die je uiteindelijk geborgenheid geeft.
Daarom proberen we hier op ’t Zand ook altijd voluit te zingen over het leven, over hoop en vertrouwen en inderdaad: vreugde. Dat is een keuze die we maken.
We zingen ons aan onze angst voorbij, omdat we gelovige mensen zijn. We vergeten hier even de zwaartekracht van het leven, we worden licht omdat Hij ons open ademt en wij ons door Hem gedragen weten.
Ik herinner u dan ook graag aan een afspraak die wij hier al eens eerder met kerstmis heb gemaakt. Namelijk: om dat samen met ons vol te houden, om te blijven verlangen naar een wereld waar God mag wonen en waar vertrouwen en vreugde sterker zijn dan angst en dood. Dat dát onze levenshouding is, of zeg: spiritualiteit. De meest bondige samenvatting daarvan is het ritueel van brood en wijn. Je houdt je hand op, krijgt een stukje van het ene brood, brood dat staat voor die nieuwe mens, God-met-ons, voor leven en toekomst. En je zegt: Amen! Wat betekent: hier ben ik, ik doe mee, op u vertrouw ik, kome wat komt. Samen zullen wij er zorg voor dragen dat de kleine stukjes wildernis in onze buurt bloeien als een roos en dat er een lijster te horen zal zijn. Zo wens ik u een vreugdevol kerstfeest toe.