Kerstnacht (2005)

Feest · 25 december · Kerstnacht · wit

Wie kan zich aan het wonder van deze kerstnacht onttrekken?
De dichteres Ida Gerhardt schrijft in haar gedicht “Geboorte”:

Gods liefde op aarde neergedaald
ligt in een stal op stro te slapen.
De stille herders van de schapen
Zij hebben het alom verhaald.

(Verzamelde Gedichten, p. 356)

Herders hebben het alom verhaald. En wij, wij vertellen het elkaar op onze beurt verder. In deze nacht, op ontelbare plaatsen overal in de wereld. Zoals hier in deze kathedraal van Roermond. En van hieruit via het medium televisie naar de vele huiskamers toe. Wij vertellen het verder dat Gods liefde op deze aarde is neergedaald. Want, het weerloze Kind in de kribbe is de glimlach van God. God leeft, Hij heeft zich het lot van ons mensen aangetrokken. Daartoe is Hij binnengetreden in onze geschiedenis. De draagwijdte van dit gebeuren is immens. Wij geven ons er doorgaans te weinig rekenschap van. God blijft niet langer een bloedloos begrip, een vaag geheim. Neen, Hij is ons rakelings nabij gekomen. Sinds Hij mens geworden in Jezus, bestaat er ook geen enkele menselijke situatie meer die ver van God zou zijn. Zijn heerlijkheid woont midden onder ons. Beseffen wij wel de consequenties van dit kerstmysterie! Het zou jammer zijn als de viering van deze stille, heilige nacht een korte jaarlijkse idylle zou blijven, een vrome droom die weinig of niets met onze alledaagse realiteit van doen zou hebben. Die realiteit ziet er welbeschouwd niet zo rooskleurig uit. Wij leven in een warrige maatschappij; Nederland is in de war. Al te vaak worden wij opgeschrikt door een angstaanjagende brutaliteit en gewelddadigheid. Mensen voelen zich niet veilig meer. Er is ook veel innerlijke nood. In een koele onverschilligheid wordt langs elkaar heen geleefd. Met als gevolg veel eenzaamheid. Het leeftempo is jachtig en druk. Met als gevolg grote stress. Onze samenleving lijdt aan een groot tekort. Er is een manco aan onderlinge binding, aan onderling respect ook. Een woord als eerbied lijkt langzamerhand uit onze taal weg te glippen. “Ben ik soms mijn broeders hoeder?” (Gen. 4,9), vroeg Kaïn na zijn broedermoord zich af. Helaas heeft deze vraag weer een klemmende actualiteit herkregen! Maar, wat te doen aan deze kwaal? Politieke oplossingen komen meestal niet verder dan symptoombestrijding. Wij moeten dieper peilen. De oorzaak ligt dieper. Zij is namelijk van geestelijke aard. Een mentaliteitsverandering is nodig. Wij dreigen de ziel van onze humane-christelijke beschaving te verliezen: dat is het geloof in “de genade van God, bron van heil voor alle mensen”. Eerbied voor God vestigt opnieuw de eerbied voor die ander die mijn naaste is. Gaat het geloof in onze gemeenschappelijke hemelse Vader verloren, dan voelen wij ons ook niet langer meer gebonden áán elkaar, als broeders en zusters ván elkaar! Daarom wordt het hoog tijd dat wij opnieuw de liefde van Christus herontdekken. Deze zet ons weer op het spoor van God; en bindt ons aan elkaar in een band van saamhorigheid, in onderlinge zorg en in mededogen. Hoog op de toren van deze kathedraal prijkt het beeld van de heilige Christophorus. Oftewel van St.-Christoffel, zoals wij hem hier in Roermond beter kennen. Met het Christuskind op zijn brede schouder waakt hij als patroon over deze stad en deze aan hem toegewijde kerk. Wij hebben wellicht zijn legendarisch verhaal wel eens gehoord. Hij, de reus Reprobus, de Weerspannige zoals hij voordien heette, had maar vaag iets over Jezus gehoord. Zijn geloof was wankel. Maar hij gaat ijverig naar Hem op zoek. Op een dag draagt Hij een Kind over een ondoorwaadbare rivier. En al wordt halverwege de last hem wel wat zwaar, voldaan en gelukkig belandt hij aan de overkant. Hij voelt zich een ander mens geworden. Want het Kind dat hij naar de andere oever droeg, blijkt het Jezuskind te zijn. Een nieuwe naam mag hij voortaan dragen. Christophorus mag hij heten, hetgeen Christusdrager betekent. Hij is een ander mens geworden voor wie de waarden van geloof en liefde opnieuw gaan tellen. Christusdrager! Eigenlijk een mooie naam voor ieder die zich een gelovig christen noemt. Sinds het water van onze doop dragen wij immers Christus in ons leven mee; naar zijn eigen zeggen: als “een zacht juk en een lichte last” (Mt. 11,30). Christusdragers mogen wij heten! Een erenaam waarop wij trots moeten zijn. Misschien is het besef hiervan wel ietwat bij ons weggedreven. Maar op Kerstmis is bij alle commerciële uiterlijkheid bij velen toch een innerlijke notie levend gebleven van waar het in ons geloven om gaat. Dat ook wij weer in de echte zin van het woord Christusdragers mogen worden. Dat is mijn kerstwens aan u allen, in deze St.-Christoffelkathedraal. Het is mijn Kerstwens vooral ook aan u allen die in de huiskamers met ons deze kerstnacht wilt vieren, vooral ook aan de bejaarde en zieke mensen. Dat wij Christus, “de genade van God, bron van heil voor alle mensen” weer in ons hart gaan dragen; ja, het ook aandurven zijn Boodschap vol vreugde uit te dragen naar onze samenleving toe. Gods liefde is op aarde neergedaald.

Een Zalig Kerstfeest.
Amen.

Zoeken in Preken Online