Kerstnacht (2007)

Feest · 25 december · Kerstnacht · wit

Beste dorpsgenoten en gasten,

Mijn hartelijke dank aan de heren die de kerststal en de kerstboom hebben opgebouwd, weliswaar op een nieuwe locatie, achter uw rug! U kunt nu niet meer naar de kerststal kijken, zolang de dienst duurt.

Gelukkig hangt de poster daar nog, duidelijk zichtbaar. Die zoudt u kunnen verstaan als moderne uitbeelding van het kribbetje, waar Jezus in ligt.

Ik werd getroffen door het aantal keren dat het woord vreugde valt, in de eerste lezing: ”Gij hebt hun blijdschap vermeerderd, hun vreugde vergroot. Voor uw aanschijn zijn zij vol vreugde, een vreugde als die om de oogst, als die van mensen die jubelen bij het verdelen van de buit. “ En in het evangelie zegt de engel tegen de geschrokken herders: ”Vreest niet, want zie ik verkondig u een vreugdevolle boodschap.”

Ik zou u toe willen wensen dat u momenten van ontroering en vreugde moogt ervaren als u in deze dagen bij elkaar bent en samen feest viert, kriebeltjes van sterretjes en lichtjes diep in u zelf die daar even blijven branden.

Met Kerstmis vieren we dat God zo solidair en nabij wilde zijn met de mensen en de schepping dat hij/zijzelf mens werd, zoals ieder van ons. Vlees en bloed, om zelf te voelen en met ons te beleven dat we het hier moeten maken, dat we hier beneden met elkaar verbonden zijn en bij elkaar horen, God en wij. Voor veel mensen zijn het lege woorden, voor anderen roepen deze woorden vragen op: “Hoe kan dat nou?” Dag mag ook. Aan mijn goede wensen doet dat niets af.

Het woord solidair verdient in een uur als dit onze aandacht.

Van hogerhand worden dikwijls de woorden verdraagzaamheid en tolerantie gebruikt om de burgers duidelijk te maken hoe wij om moeten gaan met de “vreemdelingen” in ons land, de allochtonen; gewoon gezegd: Turken en Marokkanen.

Sinds er veel allochtonen in ons land wonen, worden we onophoudelijk geconfronteerd met de vraag hoe we ons tegenover die vreemde, heel andere mensen moeten gedragen: moeten we blij zijn om hun aanwezigheid, moeten we ons interesseren in hun eigenaardigheden, moeten we ons bedreigd voelen door hun uitgesproken godsdienstigheid, die ons heel vreemd voorkomt, moeten we ze, hoe dan ook, het land uit zien uit te krijgen?

Als ons antwoord is: “Ze doen maar”, dan drukken die woorden onverschilligheid uit, meer niet. En daarmee los je nooit een probleem op, welk dan ook.

Verdraagzaamheid en tolerantie drukken een soort betrokkenheid uit. Alleen is het een betrokkenheid die een meerdere en een mindere veronderstelt. Want die woorden houden in dat we de vreemde willen verdragen en tolereren zolang wij niet te veel last van hem hebben. En ook dat we ons niet interesseren voor wat die andere in onze ogen vreemd en anders maakt. Verdraagzaamheid en tolerantie kunnen ons land niet geven wat wij zelf èn de vreemden het liefst zouden willen: het gevoel van bij elkaar te horen.

Als we nu naar de poster kijken met de twee handen die de aardbol vasthouden, dan kunnen we daar een nieuw soort kribbetje in zien: niet meer de kleine Jezus in het stro, maar Jezus in iedere mens, wit en zwart, rijk en arm, van welke godsdienst of nationaliteit dan ook, die graag ergens bij wil horen, die geen vreemde wil zijn, die blij wil zijn met anderen. En de handen? Die houden de aardbol niet vast als iets dat vies of griezelig is, ze omklemmen de aardbol ook niet alsof ze hem in de macht hebben. Ze houden de aardbol vast zoals je een baby vasthoudt, een jong poesje of een vogeltje dat uit het nest gevallen is.

Dat is geen verdraagzaamheid of tolerantie: ik houd je wel even vast tot ik je ergens kwijt kan. Dat is betrokkenheid: we horen bij elkaar, ik geef om je: wat fijn om je vast te houden, houd ik je zo goed vast?

Voor de praktische situatie van burgerlijk en nationaal gedrag, kan Kerstmis heel inspirerend zijn. Hier in onze kerk is de betekenis en de boodschap van het kersstalletje verplaatst en vertaald naar de poster met de twee handen die de aardbol vasthouden.

We kunnen er God in zien die met ons wil kennis maken als klein diertje of vogeltje, wij zeggen niet: “Nou goed dan, nu je toch eenmaal hier bent, wil ik je wel even vasthouden”, nee: “Wat fijn dat ik je vast mag houden, voelt het lekker zoals ik je vasthoudt?”

Je voelt je niet méér dan wat je tussen je handen houdt, eerder de gelijke, je bent betrokken, bezorgd, je voelt dat je bij elkaar hoort en dat het wezen in je handen precies hetzelfde voelt: we horen bij elkaar. Zo als mijn kat soms op me afkomt, op mijn boek springt, op het toetsenbord, om precies dat te ervaren: we horen bij elkaar.

God wil laten zien dat we bij elkaar horen, jij hoort in mijn handen thuis maar ik even zeer in die van jou. We kunnen niet zonder elkaar.

Vergeet even dogma’s en tien geboden, vergeet even dat mijn vertegenwoordigers je meestal zondaar noemen. Vergeet dat allemaal, begin opnieuw zoals je met een pasgeboren baby opnieuw begint, geen geschiedenis, alleen vreugde om wat je in je handen hebt en veiligheid waarin die kleine gestalte helemaal verdrinkt.

“Over wie heeft hij het nu?”, vraagt de goede luisteraar zich af! Ik heb het over God in onze handen, die zegt: “We horen bij elkaar!”. En ik heb het over die aardbol die wij zijn in Gods hand en die zeggen: “We horen bij elkaar.” Dat is geen brave verdraagzaamheid of tolerantie, dat is Solidariteit, bij elkaar horen. We lopen in elkaar over. Genoeg om heel blij om te zijn.

Zo is het.

Zoeken in Preken Online