Het kleine verhaal van Jezus (2007)

Feest · 25 december · Kerstnacht · wit

Deze homilie sluit direct aan bij de specifieke viering , ook te vinden op www.preken.be


Bij het zoeken naar een eigentijdse omkadering voor onze Adventsliturgie, had Marcel het over ‘het einde van de grote verhalen’. Die grote stromingen, die eeuwenlang de ziel van de mensheid bewogen en geleid hebben. Maar die steeds meer hun heilzaamheid blijken te verliezen en verstillen. Marcel situeerde het kerstverhaal een beetje in het tegenlicht daarvan en plaatste het onder de noemer ‘Het kleine verhaal van Jezus’. Het was een uitdrukking die mij even heel verbaasd deed opkijken. Ik had het nooit zo gezien. Wij zijn niet geneigd het levensverhaal van Jezus van Nazareth, dat de slagader werd voor ons geloof, te beschouwen als een ‘klein verhaal'.

En toch. In zijn tijd geplaatst en in de context van een ontzaglijke bestaansgeschiedenis kan dat verhaal, zeker dat van de geboorte, niet anders dan een klein verhaal geweest zijn. Een natuurlijke, weliswaar vervullende gebeurtenis in het leven van een doodgewone man en vrouw, zij het in een zeer oncomfortabele situatie. Slechts een fait divers, dat nergens opzien baarde. Alleen herders, zij wier leven zich afspeelt, onbeschut onder de blote hemel, zij die troost vinden in kleine tekenen en die waken over het kwetsbaarste leven, lotgenoten dus, zijn bevoorrechte getuigen.

Het is moeilijk voor mensen als wij, levend in een zo complexe wereld, om toegang te krijgen tot de eenvoud van die gebeurtenis. Bovendien is doorheen de tijd dat kleine verhaal zo gemystificeerd geraakt, zo onaards, dat het alle menselijkheid te boven gaat. Of zoals Oosterhuis het zegt : ‘Hoe verder zijn volgelingen verwijderd raakten van hun land en van de bronnen van hun traditie, hoe meer ze van zijn verhaal een onbestaanbaar mooi verhaal zijn gaan maken. Zeer onjoods hebben ze hem de naam gegeven die geen naam is, ‘goddelijke zaligmaker’. Ze hebben hem op een troon gezet, ver boven ons bestaan. Dat vertroebelt de herkenning. En op die manier ontgaat ons ook de diepst mogelijke betekenis van ‘beeld van ons bestaan’.

Het ligt niet voor de hand om die verheven omschrijvingen te laten wegvallen. En om Jezus' komst in de wereld dus niet te zien als een van meetaf aan gepland goddelijk ingrijpen, maar als iets volkomen menselijks. Jezus, geboren als kind van deze aarde, in een wereld die even verscheurd was als de onze. Maar gaandeweg mens geworden, zozeer levend vanuit Gods bronlicht, zo in overeenkomst met het scheppings- en het schriftwoord en zo absoluut betrokken op het lot van een hele mensheid, dat God zich met die mens wil vereenzelvigen. Dat is de mens in wie Zijn licht van het begin kan doorbreken. Dat is de mens die Hij wil vergoddelijken, zoals Hij iedere mens wil vergoddelijken, tegen elke afbraak en ontluistering in. De geboorte van zo iemand brengt God dichter bij ons, dan enig ander teken. Als een kleingeworden God, die elk beeld, elke benaming die naar macht en heerschappij neigt afwijst. En daarom ook altijd onvermoed, altijd waar wij Hem niet verwachten, in situaties waaraan wij achteloos voorbij gaan.

Het kleine verhaal van Jezus doet, in al zijn grootsheid, een ongelooflijk sterk appel aan ons. Van begin tot einde, van de kribbe tot het graf, toont het ons de weg die wij moeten gaan. Klein en kwetsbaar, onzeker en sterfelijk. Geen van ons moet groter willen worden. En we zullen nergens méér op Hem gelijken, dan wanneer wij voortdurend ons eigen lot verbinden met dat van de kleinen in deze wereld, met de allerminsten. Wanneer wij de kracht en de middelen die ons gegeven zijn gebruiken om anderen op te tillen.

Menswording wordt tastbaar waar mensen geen groter doel voor ogen hebben. En waar zorg en mededogen zo van harte zijn, zo onberekend, dat er iets onaantastbaars, iets goddelijks in doorschemert.

Het is iets wat gebeurt, ook op de meest ondenkbare en de meest uitzichtloze plekken en misschien in minuscule fragmentjes. Laten wij vannacht die mogelijkheid, die hoop in handen nemen om ze in elkanders ziel te leggen. Laten wij erover zingen. Laten wij erover spreken met warme en begeesterende woorden. Laten wij ze samenvoegen en geloven dat elk ogenblik van menswording het aanschijn van de wereld reeds verandert.

En zou er een mooier beeld zijn dat de hoop weergeeft, dan dat van de bejaarde die het pasgeboren leven in zijn handen neemt en naar het licht houdt ?

Daarom nodig ik één van onze oudsten uit, om het kindje in de kribbe te leggen.

Het kindje wordt in de kribbe gelegd

Zoeken in Preken Online