Kerstmis is het feest van de menswording, niet alleen Gods menswording, God die als een mens verschijnt op de wereld, maar ook onze eigen menswording. Natuurlijk, we zijn geboren als mensen, niet als ossen of ezels of schapen, dieren waar het ook vaak over gaat in deze tijd. Daar voelen we ons ver boven verheven, wij zijn mensen met verstand en vrije wil, maar gedragen we ons ook altijd als mensen, menswaardig, menslievend, mensvriendelijk?
Als je om je heen kijkt in de wereld van vandaag, dan zie je soms mensen die zich gedragen als wilde beesten, beesten waar iedereen bang van is omdat ze je verscheuren. Die onmensen veroorzaken een hoop verdriet en ellende. Die lui zouden inderdaad wat menselijker moeten worden.
Maar laten we even naar onszelf kijken. Gedragen wij ons altijd als mensen? Zijn we soms geen schapen, kuddedieren die anderen achteraan lopen. Laten we ons niet al te vaak beïnvloeden door wat mén zegt, door wat mén vindt van waarden en normen in de samenleving,? We zijn trots op onze vrije wil, maar zijn we wel zo vrij?
En zijn we soms geen ezels, zeggen we niet dikwijls, achteraf: wat ben ik dom geweest. Had ik maar even nagedacht? We zijn begiftigd met verstand, maar gebruiken we het ook altijd?
Natuurlijk zijn we mensen maar tegelijk hebben we de opdracht om meer mens te worden, beter mens, wijzer mens, vooral meer mens jegens anderen met wie we het leven delen.
Op dit feest van de menswording, Gods menswording, worden we uitgenodigd om naar een kind te kijken, het kind van Betlehem dat later in zijn leven een belangrijke boodschap had voor iedereen die echt mens wil zijn. Maar je kunt ook naar elk kind kijken, daar kunnen we veel van leren.
Wat wij grote mensen elkaar zo moeilijk schijnen te kunnen geven, dat roept een klein kind spontaan in ons op: genegenheid en liefde, welwillendheid en geduld, vertrouwen en warmte. Als alweer die luier nat is en de wasmachine wol, als alweer ’s nachts het hele huis wakker gehuild wordt, dan wordt er misschien wel eens gezucht, maar men wordt niet kwaad, geduldig wordt voor een klein kind allerlei ongemak verdragen, want, ach, zo’n kind kan er toch niets aan doen.
Maar, o wee, als een volwassene ons wat overlast bezorgt, dan is onze verdraagzaamheid meestal van korte duur, dan vliegen de verwijten door de lucht.
Als een kind verwaarloosd wordt of zelfs mishandeld, dan is ieder hoogst verontwaardigd, dan roepen we schande en zeggen: hoe kunnen ze zo onmenselijk zijn, en zo’n onschuldig weerloos kind zo slecht behandelen. Maar als een volwassene geslagen wordt, verwaarloosd, getreiterd, in de hoek gedrukt, dan hoor je heel dikwijls niemand protesteren. Op zijn hoogst zegt iemand: het zal zijn eigen schuld wel zijn.
Waarom wordt een kind zoveel milder benaderd dan een volwassene? Het antwoord lijkt nogal eenvoudig: een kind is de onschuld zelf, het is weerloos, je kunt het gewoon niets echt kwalijk nemen. Maar een volwassene is wel verantwoordelijk voor zijn doen en laten, en dus kun je het hem wel kwalijk nemen als hij iets doet wat je niet bevalt. Maar is dat antwoord altijd wel zo goed als we denken. Is een volwassene altijd wel zo schuldig als we zeggen? Wij, grote mensen, kunnen ons wel verbeelden dat we baas in eigen huis zijn, maar we zijn ook onderworpen aan een heleboel invloeden en krachten waaraan we zelf niets of maar heel weinig kunnen doen. We zijn in feite maar net iets minder weerloos dan een kind. We kunnen maar net iets meer dan een kind ons eigen leven bepalen.
Als je meer mens wilt worden, kijk dan naar het kind, is de kerstboodschap, elk kind al, maar zeker het kind van Betlehem waarin God zijn woord heeft uitgesproken, het kind dat later die boodschap op alle mogelijke manieren uitdraagt. Hij wordt verlosser en vredebrenger genoemd, de nieuwe mens. Mens-worden als hij, je zijn idealen, zijn levenshouding eigen maken: dat is verlossing, dat is licht, dat is Kerstmis, niet alleen vandaag, maar alle dagen. In die zin wens ik u allemaal een zalig kerstfeest toe.
Kerstmis (2008)
Feest · 25 december · Kerstmis · wit