OPENINGSWOORD
Beste mensen, volwassenen, jongeren en kinderen, allemaal welkom in deze heilige kerstnacht/op deze eerste kerstdag. Wij vieren de geboorte van Jezus Christus. Als er weer eens akelige dingen in de wereld zijn gebeurd, natuurrampen of oorlogen, dan vragen mensen weleens: Waar is die God van jullie? Wel, nu kunnen wij zeggen: Daar is onze God. Daar in de stal. Je kunt Hem zien. Je kunt Hem horen, zelfs oppakken als je zou willen, maar héél voorzichtig, want Hij is heel klein, een baby, klein en zwak, kwetsbaar.
En dus is Hij niet gekomen om met geweld het kwaad in de wereld te stoppen. Nee, Hij is gekomen om ons allemaal te laten zien, dat je met veel liefde en geduld iets moois van deze wereld kunt maken. En misschien is Hij wel een superman, die alles veel beter kan dan wij, maar Hij wil ons graag helpen om ook goed te doen. Daarom heeft Hij ons later de Kerk gegeven. Hier kunnen wij Hem ontmoeten, in de woorden van de heilige Schrift, de Bijbel, en vooral in de heilige communie en de andere sacramenten.
En tenslotte, lieve mensen, is Jezus Christus ook op aarde gekomen om het kwaad dat dan toch in de wereld gebeurt goed te maken, als het ware de rekening, de bekeuring, te betalen. Daarom stierf Hij uiteindelijk aan een kruis.
Jezus Christus is de Ster aan de hemel. De Ster in ons hart. Hij is heel dicht bij ons. Zelfs dichter bij ons dan bij de herders en de wijzen. Want toen zij naar huis gingen, moesten zij het Kindje achterlaten, maar als wij strakjes naar huis gaan, nemen wij het Kind mee, in ons hart. Wij zijn nooit alleen. Dat komt, lieve mensen, doordat wij de sacramenten hebben ontvangen, doopsel, communie en vormsel.
Laten wij in deze heilige kerstnacht God er voor danken, dat Hij zo dicht bij ons is. En proberen wij zijn vrienden te zijn, want dat wil Jezus zo graag: dat wij in het leven van alledag wat vaker aan Hem denken, wat vaker raad aan Hem vragen door te bidden, te lezen in de bijbel, door stil te luisteren.
Proberen wij zijn vrienden te zijn. Dan kan Hij ons ook helpen om vrienden te zijn van elkaar.
Misschien dat wij de laatste tijd erg veel aan God hebben gevraagd en zelf Hem maar weinig hebben gegeven. Daarom willen wij nu samen Hem om vergeving vragen en Hem beloven een beetje vaker iets voor Hem te doen.\
OPENINGSGEBED
Heer onze God, niemand heeft U ooit gezien. In Jezus uw Zoon zijt Gij ons nabij gekomen; Hij is uw licht in de duisternis, ons heil en onze vrede. Open ons hart om van deze vreugde mee te delen aan ieder mens van goede wil. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … .\
PREEK
Jezus is in Bethlehem geboren, omdat God dat wilde. Bethlehem was immers de geboortestad van de grote koning David. Gods Zoon moest geboren worden in dezelfde stad als David. En door de volkstelling van keizer Augustus werd het plan van God werkelijkheid.
Maar als je naar een film over de geboorte van Jezus kijkt, zie je, dat de inwoners van Israël boos reageren. Begrijpelijk. Want niet alleen moet iedereen vanwege de reis voor een of meerdere dagen zijn winkel of bedrijf sluiten - de hele economie ligt meerdere dagen plat - maar daar komt nog bij, dat de Joden - zelf ook slimme zakenlui - goed in de gaten hebben, dat de uiteindelijke bedoeling van deze volkstelling is beter te weten wie waar woont om zo meer belasting te kunnen vangen. Toen al - en eigenlijk bijna vanaf het begin - speelde de kwestie van de portemonnee: wij tellen wat er in komt, en aan wie of wat wij het uitgeven of moeten afstaan.
Tellen zit er van jongsaf aan in: hij heeft twee snoepjes en ik één. Hij heeft een mooier huis dan ik. Zij heeft een betere baan. Waarom ik niet, ofschoon ik dezelfde opleiding heb!? Zij maken van die verre vakanties. Waarom kunnen wij dat niet? Waarom heeft hij zoveel meer capaciteiten dan ik en dus ook zoveel meer mogelijkheden in het leven?
Tellen en vergelijken met anderen, wij zijn er goed in. Met een kredietcrisis, die steeds verder om zich heen grijpt, gaan wij misschien allemaal weer wat beter op de kleintjes letten. En als je kijkt naar het toenemende aantal voedselbanken, weet je dat steeds meer mensen ook goed móéten tellen om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen en bij steeds meer mensen lukt het zelfs dan nog niet. Er komen steeds meer mensen in de problemen. En je hoopt en bidt dan maar dat er in Den Haag meer mensen komen, die niet alleen tellen met hun verstand, maar die ook eens hun hart laten meetellen!?
In steeds meer parochies wordt er een PCI; opgericht, een Parochiële Charitatieve Instelling. Een team van deskundigen, dat mensen in nood de goede weg wijst. Zoals een Ster aan de Drie Koningen de weg wees, zo kunnen deze mensen anderen helpen om binnen de ontstane problemen de best mogelijke weg te gaan. Er komen ook steeds meer voedselbanken. Teken dat de nood inderdaad steeds groter wordt.
Ieder mens telt zijn eigen zegeningen. Maar Jezus is op aarde gekomen om ons te leren, dat er soms ook níét moet worden geteld, dat wij enkel ons hart moeten laten spreken.
Zelf was en is Hij de Zoon van de Allerhoogste God. Maria had het voornemen gemaakt géén omgang met een man te hebben om helemaal voor God en voor alle mensen te kunnen leven en toch kreeg zij een Kind. Doordat de heilige Geest haar aanraakte.
Wij zien vóór en ná zijn geboorte bijzondere verschijnselen. Eerst komt de engel Gabriël om het Kind aan te kondigen. Dan komt de heilige Geest om het goddelijke leven in haar te verwekken.
Bij zijn geboorte verschijnen engelen, herders en wijzen, wat bij ons allemaal niet gebeurde. En vooral tussen zijn 30e en 33e jaar heeft Jezus veel wonderen gedaan. Vaak werd dat gezien door honderden, soms zelfs duizenden mensen. Deze wonderen deed Hij uit liefde voor mensen, om voor hen het onmogelijke mogelijk te maken, maar ook om te laten zien wie Hij was: de Zoon van God.
Hij had als Zoon van God ook zíjn zegeningen kunnen tellen. Kunnen denken, dat Hij als Zoon van de Allerhoogste niet thuis hoorde op aarde. Hij had kunnen bedenken, dat Hij als Almachtige en Alwijze God niet in de gedaante van een kleine en weerloze baby op aarde hoefde te komen. Dat Hij als Schepper van hemel en aarde niet het bestaan van een timmerman hoefde te leiden. Als Allerheiligste God hoefde Hij niet tussen de zondaars in de Jordaan te gaan staan en hoefde Hij al helemaal niet aan het kruis te gaan, want wat heeft Hij nu verkeerd gedaan?
Hij telde echter niet zijn zegeningen, zijn rechten, maar keek naar wat goed voor ons is. Hij zocht enkel ons geluk.
Beste medegelovigen, er is een tijd om te tellen en er is een tijd om niet te tellen. En onze maatschappij zal een betere samenleving worden als wij weer leren om in sommige situaties niet te tellen. Om er gewoon te zijn … voor God, voor de kerk, voor elkaar. Die mensen van bijvoorbeeld die Parochiële Charitatieve Instelling en van de voedselbanken zijn vrijwilligers. Zij doen het voor niets, voor hun medemensen. God zal hen er voor belonen.
Wat zou het niet prachtig zijn als alle mensen, hier aanwezig, wat vrijwilligerswerk gingen doen. Misschien doen velen het al, maar iedereen is nodig. Ook jij bent nodig.
Wil je kerstmis kunnen ervaren, moet je proberen te zijn als het kerstkind: niet jouw zegeningen tellen, maar die van een medemens. Zou je het willen, maar vind je het moeilijk om die stap te zetten, denk er dan aan dat Jezus door het doopsel al in je woont. Zeg gewoon: Jezus, God, help mij te zijn als U. Dan zal zijn goddelijke kracht en wijsheid in je gaan werken. Dan zul je zijn licht zien.
Ik wens jullie allemaal Zalig Kerstfeest! En dat jullie Gods Rijkste Zegen mogen ervaren in het jaar 2009. Maar denk eraan: dan moet je zelf ook God en je medemensen zegenen, goed doen. Wie goed doet, goed ontmoet. Niet altijd. Soms krijg je stank voor dank. Mensen stellen ons soms teleur. Maar daar hoeven we bij God niet bang voor te zijn. Zalig Kerstfeest!\
SLOTWOORD
Na zijn ereplaats in de kerstboom hadden ze de bordpapieren engel in de vuilnisbak gegooid en zijn glansrol bij het kerstfeest leek voorgoed voorbij. Maar tot zijn grote opluchting had een kind hem eruit getrokken en hem een jaar later boven in de kerstboom gehangen. Met een ijzeren haakje aan de top bevestigd, slingerde de engel heen en weer en genoot van zijn plaats te midden van zoveel fonkelende versierselen in de boom. Schitterend, dacht hij, werkelijk prachtig.
“Maar laat ik deze keer goed opletten, want dadelijk is het voorbij.” Toen zag hij hoe onder de boom de ogen van het kind zich richtten op een klein en vervallen huisje, waarin een man en vrouw en een kind te zien waren, en ook een os en een ezel, zo groot als de beestjes in een speelgoeddoos.
Opeens schrok de engel. Want toen hij goed keek zag hij hoe aan de nok van het huisje een engel bevestigd was, net zoals hij, met dezelfde gazen vleugels en met eenzelfde lint in de handen. En nu voor het eerst kon hij de woorden lezen, die erop stonden: “Glorie aan God en vrede op aarde aan de mensen van goede wil.”
Daarboven in de boom voelde de engel een groot geluk in zich komen. “Ik draag een boodschap in mijn handen,” dacht hij trots, “nu kan mij niets meer gebeuren. Want ik heb een schat bij me, die niemand mij kan afnemen.”
Na de kerst overkwamen de engel nog vele ongelukken. In het vierde jaar brak hij af van de boom en kwam hij toch nog op de vuilnishoop terecht. Daartussen de dorre bladeren lag hij stil op zijn rug naar de jagende wolken te kijken. Hij voelde zich langzaam en pijnloos wegteren, dag na dag. Maar in zijn handen hield hij zijn lint stevig vast en hij was niet bedroefd. Want hij wist dat hij een wezen was, bestemd om dood te gaan, maar toch ook uitgekozen om Gods goede boodschap tot het einde te bewaren.
Beste medegelovigen, dit verhaal van Godfried Bomans betekent, dat kerstmis een prachtig feest is, maar daarna toch weer het gewone leven met z’n ups en downs gaat beginnen. Maar zoals die engel zijn lint stevig vasthield, zo moeten ook wij ons aan de boodschap van kerstmis vasthouden. Geloven wij in de aanwezigheid van dit Kind, hier en nu in de kerk, maar ook in ons hart. Blijven wij contact houden met dit Kind, het hele jaar door. Dan kan dit goddelijke Kind ons ook altijd en overal helpen. Ik wens jullie nogmaals een Zalig Kerstfeest!\