Het Woord is vlees geworden

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

Wie is er eenzaam? Wij denken dan aan iemand, die onlangs weduwnaar of weduwe is geworden. Zij hebben niemand meer om voor te zorgen. Zij zitten hele avonden alleen. En vooral met de feestdagen voelen zij dat ontzettend zwaar. Wij zeggen dan: laten we die mensen eens verrassen met een bloemetje, of een bakje fruit. Oké, als wij maar niet denken dat wij daardoor die mensen uit hun eenzaamheid verlost hebben. Daar is iets anders voor nodig.

Wij denken dan aan bejaarden. Het kan zijn dat die mensen heel eenzaam zijn. Zij kunnen zo weinig meer voor anderen betekenen. En zij voelen dit vooral op feestdagen als ze met zijn tweetjes zijn. Wij zeggen dan: laten we die mensen eens verrassen met een bloemetje, of een bakje fruit. Oké, als wij maar niet denken dat we daardoor die mensen uit hun eenzaamheid verlost hebben. Daar is iets anders voor nodig.

Wij denken dan aan invalide of gehandicapte mensen. Wij vinden ze zielig, omdat zij niet kunnen wat wij wel kunnen. En dus sturen we die mensen een bloemetje met de feestdagen. Als wij maar niet denken dat we daardoor die mensen uit hun eenzaamheid verlost hebben. Daar is iets anders voor nodig.

En zo zouden we die lijst nog aan kunnen vullen met andere eenzame mensen. Wat moeten wij dán door die mensen doen?

Het woord is vlees geworden. God is mens geworden. Dat wil zeggen dat het goddelijke zich met het menselijke verenigd heeft. Nu kun je twee dingen alleen met elkaar combineren, als die twee op een of andere manier bij elkaar horen, verwantschap met elkaar hebben, op elkaar lijken. Blijkbaar heeft het goddelijke een zekere verwantschap met het menselijke. In ieder geval zijn die twee niet onverzoenlijk. Het zijn geen concurrenten van elkaar. Wat is het goddelijke? Wat weten we daarvan? De Bijbel heeft een naam voor het goddelijke. Want toen Mozes bij het brandende braambos vroeg naar de naam van God, toen werd hem gezegd: ‘Ik-ben-er-voor-anderen. Dat is mijn naam. Zo wil Ik genoemd worden’. Welnu als dit de naam van God is, dan is het duidelijk dat dit goddelijke niet onverzoenlijk is met het menselijke. Want hoeveel mensen zijn er niet voor anderen? En zo kon God mens worden.

Maar o wee als dit goddelijke niet de kans krijgt er te zijn voor anderen. Voor Jezus was er geen plaats in de herberg. Zelfs niet voor zijn sterfbed, want dat moest rechtop staan. Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden hem niet. Hij mocht er niet zijn voor anderen. Dat is dodelijke eenzaamheid.

Nu terug naar onze eenzame mensen, die wij uit hun eenzaamheid willen verlossen door hen iets te sturen. Hun eenzaamheid bestaat niet in het feit dat zij geen bezoek krijgen, maar dat ze er niet mogen zijn voor anderen. Want als deze mensen er mochten zijn voor ons, als zij iets voor ons zouden mogen betekenen, als wij ze nodig hadden en wij zouden laten merken dat wij hen nodig hebben: dan pas is hun eenzaamheid opgelost. Dan pas krijgt het goddelijke in hen de kans zich te ontplooien.

Waarom zou het zo moeilijk zijn met eenzame mensen in contact te komen? Waarschijnlijk omdat wij die eenzame mens niet de kans geven iets voor ons te zijn. Wij geven het goddelijke in hem geen levensvatbaarheid. Zou hierin niet de diepste grond liggen van de eenzaamheid van mannen of vrouwen, die hun levenspartner verloren hebben? Zou hierin niet de diepste grond liggen van de eenzaamheid van mensen, die in hun gezin of in hun gemeenschap niet geaccepteerd worden? Ze mogen niets voor anderen betekenen. En daarmee sturen wij ze de eenzaamheid in, met een bos bloemen.

Hoe wij dán de eenzame mensen moeten benaderen? Als wij hen maar laten merken dat wij ze nodig hebben.

Zoeken in Preken Online