Het Woord is vleesgeworden

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

De evangelisten ontwerpen elk hun eigen portret van Jezus. We hebben nu vier verschillende portretten van een en dezelfde Jezus.

Neem bijvoorbeeld het begin van elk evangelie. Marcus rept met geen woord over de geboorte van Jezus; het eigenlijke verhaal begint bij hem met de doop; en wat daarvoor ligt, boeit hem niet. Matteüs en Lucas van hun kant gaan verder in de tijd terug tot bij de aankondiging van Jezus’ geboorte; ze vinden dat het verhaal daarover beter helpt begrijpen wie Jezus eigenlijk is. En Johannes gaat nog veel verder terug. Zijn evangelie begint “in den beginne”, de uitdrukking waarmee ook het boek van de schepping aanvangt. Dat “in den beginne” is niet tijdelijk bedoeld; het is niet het moment waarop de klok van de wereld-tijd begint te lopen. Wij zouden het nu eerder vertalen als “in wezen”. In wezen - of in principe - gaat het om de verhouding van de wereld tot God. In wezen is de wereld geschapen, zegt het boek Genesis; in wezen is het woord (dat is Jezus Christus) bij God, zegt Johannes.

En dan verduidelijkt hij zijn uitspraak door een lange tekst. Die is minder moeilijk dan hij lijkt. Herlees hem eens en zie hoe hij is samengesteld. Hij herhaalt zijn sleutelwoorden twee of meer keren; zo bijvoorbeeld in vers 4 en 5 “had leven in hem en het leven was het licht van de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis nam het niet aan.” Die sleutelwoorden tonen zijn methode van schrijven. Je kan twee kolommen opbouwen: zet links onder elkaar de woorden die met God te maken hebben, en in de rechter kolom de woorden die bij de mens horen. Dan krijg je links: “woord, leven, licht, kinderen van God, de heerlijkheid” en rechts: “duisternis, de weg van het bloed, de begeerte van het vlees, de wil van de mens, vlees”. Die woorden staan tegenover elkaar, in tegenstelling. En die tegenstelling is de grootst denkbare: God, de oneindige, de barmhartige, de liefde tegenover de mens in zijn eindigheid, zijn onvolkomenheid, zijn zelfzucht.

De tekst van Johannes brengt die twee polen samen. Hij betrekt ze in een geschiedenis waarin God (of het licht of het woord) de mens (of de duisternis of het vlees) met zich wil verenigen, en de mens weigert. De duisternis weigert het licht, Johannes komt van het licht getuigen (in de duisternis), maar het licht wordt niet aanvaard. Dan doet God als het ware een nieuwe poging ; dan wordt het woord vlees. De tegenstelling tussen beide wordt opgeheven, en het ene wordt het andere. Het woord dat in de eeuwigheid en de kracht van God thuishoort, wordt nu sterfelijk en zwak zoals mensen zijn. Het heeft de wereld van God verlaten en “het heeft onder ons gewoond”, of om het preciezer te zeggen : “het woord heeft zijn tent tussen ons opgeslagen”.

Dat is een formidabele uitspraak. Ze bevestigt dat God zichtbaar, tastbaar, hoorbaar aanwezig is geweest in de menselijke geschiedenis en dat hij met ons in de pelgrimstocht van de mensheid is meegereisd.

Sindsdien is alles anders: de tijd voor Christus, en de tijd van onze tijdrekening, die met de geboorte begint. De mens kan nu op een nieuwe manier mens-zijn; hij kan uit God geboren worden, kind van God. Zijn alle mensen dan geen kinderen van God? Ze zijn inderdaad allen zijn schepselen en in die zin ook zijn kinderen. Maar de vleeswording van het woord heeft aan dat gegeven een nieuwe dimensie gegeven; de mens kan nu Gods kind worden op een andere manier. Nu kan hij, vrij en onafhankelijk, bewust voor God kiezen. Het woord is vlees geworden, opdat het vlees woord zou worden. De mens kan zoals vroeger leven met Gods levens-adem in zijn neus, maar bovendien bestaat de mogelijkheid dat hij nu geleid wordt door de geest van God. Dat wil niet zeggen dat hij nu almachtig is geworden, of immuun voor ziekten en bekoringen en gevaren allerhande. Wat het wil zeggen is dit: de mens kan zich zoals Jezus door de geest Gods laten inspireren, en van de liefde, de vergiffenis, de dienstbaarheid, en alle andere eigenschappen van Jezus de grondslag van zijn leven maken. Nu leren hoe te leven met de anderen om zo te kunnen leven met de Andere, en zoals de Andere. Zo is hij op aarde al kind van God, groeiend.

De weg daartoe is het geloof in Jezus. Daarom zal Johannes zijn hooggestemde proloog verhelderen door wat volgt. In het verhaal van Jezus’ leven zien wij hoe het woord in het vlees zichtbaar werd en hoe uit zijn woord nieuw leven voor de mens tot stand komt.

Johannes spreekt dus niet over Kerstmis, maar zijn hele evangelie is een verheerlijking van de vleeswording van het woord. En daarom wordt deze proloog van Johannes met kerstdag voorgelezen. Want al schijnt hij moeilijk, hij zegt het wezenlijke over God en mens. Lucas en Matteüs spreken in beelden en verhalen; Johannes in een liturgische hymne. Indien je een beetje moe bent van de romantiek rond de kribbe, is er geen betere meditatie over Kerstmis denkbaar dan een aandachtige lezing van Johannes. Hij heeft woorden gevonden om over het woord te spreken.

Nog dit: Johannes had wellicht een ander woord kunnen kiezen om Jezus aan te duiden. Hij had het woord “Zoon” kunnen gebruiken, of de term “openbaring” of “licht der wereld”, allemaal titels die aan Jezus zijn gegeven. Maar hij heeft hier de term “woord” gebruikt. Het is datgene wat God zegt aan de mens, wat hem uitdrukt, wat van God aan de mensen wordt gegeven, wat hem begrijpelijk maakt. In den beginne was het Woord: in wezen is God gericht op de mededeling van zichzelf aan ons. Van deze boodschap leeft de gelovige gemeenschap al tweeduizend jaar. En wij hebben het voorrecht in die traditie te mogen staan en deze uitnodiging Gods aan ieder van ons voortdurend weer te horen.

Zoeken in Preken Online