Het woord is vlees geworden

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

De Christushymne, die als een voorwoord aan het evangelie van Johannes voorafgaat, voert ons binnen in de diepte van het innerlijk leven van God. Deze hymne bevat de mooiste zinnen die ooit door een mens zijn uitgesproken. Alle belangrijke thema’s van het Christusmysterie zijn hier op een harmonische wijze verbonden in een gloedvolle ouverture: leven - licht - vermogen om kinderen van God te worden - genade - waarheid - heerlijkheid. En al deze woorden vinden tenslotte hun hoogtepunt in de kerstboodschap van St.-Jan: het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.

Het kerstmysterie begint bij God. God heeft het eerste woord: in het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Op dat Woord kunnen wij ons verlaten, want door dat Woord is alles geschapen. Het is een Woord van liefde dat als een licht schijnt in de duisternis.

Tegenover dit licht wordt de duisternis van deze wereld nog donkerder. De duisternis nam het licht niet aan! Wat een tragiek spreekt er uit deze woorden. Hij kwam in het zijne en de zijnen aanvaardden Hem niet. Het licht is daar, maar ze nemen het niet aan, zij blijven liever in de duisternis. Hij was het leven, maar ze willen het leven niet delen, daarom blijven ze in de dood. Hij is het begin, maar ze beginnen niet, daarom zullen ze nooit tot een goed einde komen. Wie het eerste en het laatste woord voor zichzelf wil houden, kan Gods woord niet aannemen, maar kan daarom ook nooit tot het volle leven komen. Wie Gods woord niet aanneemt, dooft het volle licht, om met een klein lantaarntje zelf zijn weg te zoeken.

Johannes zegt: het Woord is vlees geworden. Hij zegt niet: het Woord is mens geworden. Met opzet zegt hij: vlees geworden, om het ongehoorde van de menswording nog duidelijker in het licht te stellen. Jezus verruilt zijn macht tegen onmacht, rijkdom tegen armoede, heerlijkheid tegen armzaligheid. Hij is vlees geworden, dat wil zeggen: Hij heeft het lot van de mensheid ten volle gedeeld, arbeid en honger, moeheid en tegenslag, angst en doodstrijd heeft Hij gekend. Om het ongehoorde van de menswording nog duidelijker in het licht te stellen voegt Johannes eraan toe: Hij heeft onder ons gewoond! Letterlijk staat er: midden onder ons heeft Hij zijn tent opgeslagen. Daardoor heeft de wereld opgehouden alleen een tranendal te zijn. Voor hen die in zijn naam geloven, is deze wereld de startbaan geworden voor het eeuwige leven. Jezus in zijn menselijkheid is het zichtbare teken geworden van Gods reddende en blijvende aanwezigheid temidden van zijn volk, zoals de verbondstent voor de rondtrekkende Israëlieten het teken was van Gods aanwezigheid temidden van het volk.

Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd. Wat hebben wij dan gezien? Een kind in doeken gewikkeld, een arme timmerman, een rondtrekkende leraar, een gekruisigde die eenzaam en verlaten stierf. Maar zij die in Hem geloven, hebben in Hem Gods barmhartige liefde herkend, zij hebben het woord vernomen van eeuwig leven, zij hebben vergeving van de zonden verkregen, zij hebben Hem ervaren als hun verrezen Heer.

Van die volheid ontvangen wij nog elke dag genade op genade, als wij luisteren naar zijn woord en ons voeden met zijn vlees. Zijn heerlijkheid mogen wij aanschouwen in de viering van de eucharistie, waarin Hij zijn tent in ons hart wil opslaan

Zoeken in Preken Online