Het woord, het eigenlijke licht

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

Gods woning: een vaste burcht? Een tent verankerd in het verhuizen, een doek in de tocht tussen buiten en binnen, een golfplaten dak in het vluchtelingenkamp, permanente woningnood. Gods huis is zoiets als een mens, broos en beweeglijk, verborgen vuur. Zijn woord breekt ons op, en wat Hij zegt dat is Hij zelf.

Gods woord: ‘Er moet leven zijn, licht in het donker, recht en vrede’. Dat oude woord geschiedt, wordt - gestameld en gestunteld - waar in onze geschiedenis. Volkeren banen zich een weg naar vrijheid door water en woestijnen heen. Mensen vinden elkaar in de nacht, tasten, vechten, zegenen, houden het uit, en komen op. De stad van vrede, Jiroe-sjalajiem, groeit tegen dood en duister in. Dat oude woord is mens geworden, het licht van den beginne heeft vlees en bloed gekregen, in Jezus, antwoord-mens.

God heeft geroepen, ‘Mensen naar mijn beeld, wees vruchtbaar’. Dat oude woord heeft de wereld gemaakt: Abraham op weg gezet als vader, dromen gewekt van volle schoven, de schoot geopend van Elisabet en van meisje-moeder Mirjam. Dat woord is als zaad in de aarde gevallen, heeft vrucht gezet in kinderlozen, heeft de ba, gebroken van bloed en bodem. Het spreekt en zwijgt in alle talen totdat wij mens geworden zijn. Het woord van vlees en bloed vroeg ons: ‘Wie is mijn moeder, wij zijn mijn broeders?’. De Zoon keek de kring rond, en vond duizenden kinderen van God.

God zingt vanouds in de lieve lust der liefde en in de taaie vrijheidsstrijd, in den vreemde, in het hart. Wie zingen kan, die zingt maar mee, en wie geen stem heeft, hoort het wel. Barst los in jubel, puinen van Jeruzalem. Mirjam, verhef je lichaam, zing Hem groot. Dante en Brugman, vertel ons van hemel en hel. Vrouwen van Chili, sla op je potten en pannen. En Abdul, negen hoog in de Bijlmer vernederd, herhaal het: Allah is groot. Een nieuw lied: Jesjoe, Jezus, ‘God bevrijdt’. Bergen springen als rammen op, rotsen ontdooien tot bronnen en vijvers, stenen rollen weg van de graven. Niemand heeft ooit God gezien, maar zijn woord klinkt door in onze dagen, aanhoudend, onweerstaanbaar als het huilen van een kind, een lied van vlees en bloed.

God heeft zich uitgesproken, Hij heeft zijn woord gegeven: een mens van vlees en bloed, een eindelijk geboren Licht. Maar alles wat hij zegt, kan tegen hem gebruikt worden. De duisternis, ontmaskerd en als de dood voor de waarheid, zal het niet nemen, zal hem niet nemen. De donkerte van mijn eigenwaan kan mij afsluiten van toekomst en licht. En de godvergeten moordpartijen op de kleinen naar zijn beeld weten voorlopig van geen ophouden. De schijn is tegen ons. En toch: Gods woord laat zich niet verdonkeremanen. In pijn van schaduw en tegenlicht wordt onze geschiedenis ontsloten als de geschiedenis van God. Wij durven zeggen: wij zijn het zelf, de geboorteweeën zijn voorgoed begonnen.

God heeft zich uitgesproken, voorgoed, voor eens en voor al: ‘Jij bent mijn Zoon; Ik heb jou heden verwekt’. Al zou Hij zelf zich terug willen trekken uit onze trouwloze wereld: Hij kan niet meer. Zijn woord is mens geworden, een woord van vlees en bloed.

Zoeken in Preken Online