Op het eerste gezicht is dit eigenlijk een vreemd kerstverhaal. Alle bekoorlijke details van het kerstverhaal missen wij hier. Johannes spreekt niet over de ster, niet over de stal, niet over Betlehem, er zijn geen herders, geen driekoningen. Hij spreekt zelfs niet over Jozef, Maria of het kind.
En toch raakt dit evangelie misschien nog dieper dan de andere kerstverhalen, de kern van het Kerstfeest. God heeft midden onder ons gewoond.
Iedereen van u heeft wel eens van pater Kolbe gehoord, de priester die in het concentratiekamp van Auschwitz vrijwillig samen met negen anderen de hongerbunker inging om het leven van een huis-vader te redden. De huisvader, in wiens plaats pater Kolbe de dood inging, overleefde de oorlog. Later zei hij: ‘In het begin was ik verschrikkelijk in de war bij de gedachte dat ik nog leefde omdat hij voor mij gestorven was. Maar meer en meer kwam ik tot de overtuiging dat pater Kolbe dit gedaan had, niet zozeer om mij het leven te redden dan wel om bij de verschrikkelijke doodsstrijd van de negen anderen aanwezig te kunnen zijn’. Hij hield zoveel van mensen, dat hij de meest verschrikkelijke levensmomenten vrijwillig met hen wilde delen.
Het evangelie van vandaag is wegens zijn stijl en geladenheid van gedachten op het eerste gezicht een heel moeilijk evangelie. Heiligen zijn vaak de beste verklaarders van het evangelie. Wat pater Kolbe ons voorleefde, is de beste vertaling van het evangelie. Jezus is ons door de Vader gezonden, zegt Johannes, om bij ons te zijn. Door Hem is God zijn volk nabij gekomen. Hij heeft zijn tent midden onder ons opgeslagen. Jezus heeft niet alleen het leven met ons willen delen, maar ook het sterven. Als God werkelijk mens geworden is, dan heeft Hij zich onherroepelijk aan de kant van de mensen gesteld en zoals de heiligen dat overal gedaan hebben, heeft Jezus als eerste zich bij voorkeur aan de kant van die mensen gesteld die uitgesloten worden, die in de diepste nood verkeren. Als God werkelijk mens geworden is, dan wordt God mishandeld, waar mensen mishandeld worden, dan wordt God gefolterd waar mensen gefolterd worden. Al het kwaad dat je mensen aandoet, doe je dan God zelf aan.
Om dat nog duidelijker te maken, zou ik nog een voorbeeld willen geven, dat misschien niet zozeer bekend is. Misschien hebt u nog nooit gehoord van Janusc Korczak. Hij was dokter en leider van een Joods weeshuis in Polen. Op een dag kwamen de nazi’s alle joodse kinderen weghalen om ze in het concentratiekamp te vernietigen. De dokter ging vrijwillig met hen mee, hij hoefde dat niet, maar hij wilde de kinderen niet alleen aan hun lot overlaten. Toen de kinderen naar de gaskamer gebracht werden, ging Janusc voorop met twee kinderen aan zijn hand en al de anderen volgden. Hij is samen met hen de gaskamer binnen gegaan en is met hen gestorven.
Zo gaat Jezus met ons de weg door het leven, Hij houdt ons bij de hand en blijft ons trouw tot in de dood. Dat is de kern van de blijde boodschap: en het Woord is vlees geworden en heeft midden onder ons gewoond. Dit woord van God is geen woord van veroordeling, maar een woord van vrede en verzoening. In dit woord is heel de goedheid en mensenliefde van onze God zichtbaar geworden. Gods liefde wordt weerspiegeld in dit Kind in de kribbe.
Wij kunnen dat mysterie met ons verstand niet begrijpen, God kunnen wij met ons verstand niet vatten, maar wij kunnen geloven in Gods liefde, omdat die in Jezus zichtbaar is geworden.
Ik zou u willen uitnodigen om even stil na te denken over dit mateloos mysterie van liefde, om deze liefde te aanvaarden en kind van God te worden.