Hij kwam in het zijne, maar de zijnen ontvingen Hem niet

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

Wij zeggen nogal wat, als wij zingen: nu sijt wellecome, Jesu lieve Heer. En een voorganger zegt nogal wat als hij namens de Heer tegen ons zegt: u bent heel welkom. Want welkom zijn is de meest fundamentele levensbehoefte van elke mens. Welkom zijn is het fijnste dat er is.

Wanneer ben je welkom? en wanneer is een ander welkom bij ons? Er is ongetwijfeld iemand in ons leven die bij ons heel welkom is. Dat moet iemand zijn, die ons gelukkig maakt, die ons liefheeft met hart en ziel, die ons alle succes gunt, die intens blij is als ons iets lukt, die blij is met onze talenten en ons kunnen. Zo iemand laat ons dat merken op duizend-en-één manieren. Meestal zonder woorden. Met een oogopslag, die boekdelen spreekt, met een glimlach waar je warm van wordt, met een hand op je schouder waardoor je steun voelt, met die duizendvoudige taal die een lichaam kan spreken, en waardoor je voelt rot in je botten: hij of zij is blij dat ik er ben. Want alles aan die ander zegt ons: kom gauw, blijf lang, ga niet weg, kom snel terug en blijf bij me. Zo iemand is welkom bij ons, want wij zijn welkom bij hem.

Wanneer ben je niet welkom, en wie is er niet welkom bij ons? Dat is iemand, die ons niet gelukkig maakt, die een hekel aan ons heeft, die zich door ons bedreigd voelt, die ons geen succes gunt, die ons onze talenten misgunt, en die zal proberen de ontplooiing van onze talenten te blokkeren. Zo iemand laat ons dat ook merken op duizend-en-één manieren. Meestal zonder woorden. Met een oogopslag die boekdelen spreekt, met een glimlach die ijzig koud is, met een afwenden van de ogen als je tot hem spreekt, met die duizendvoudige taal die een lichaam kan spreken, en waardoor je voelt tot in je botten: hij, zij vindt het erg dat ik er ben, en hij zou er alles voor over hebben als ik zou gaan. En het ergste dat hem zou kunnen overkomen is dat je succes hebt. Want alles in die ander zegt: ga weg, blijf hier niet, kom niet terug. Zo iemand is niet welkom bij ons, want wij zijn niet welkom bij hem.

Ik hoef u niet te vertellen tot welke afschuwelijke vormen het niet-welkom-zijn kan uitgroeien. We kennen de ‘golden handshake’ in bedrijven om een niet welkome medewerker weg te krijgen. We kennen het doodzwijgen van een ander, die dat natuurlijk op den duur niet uit kan houden. We kennen het negeren van een ander, dat in diepste wezen niets anders is, dan een ontkennen van zijn bestaan. We kennen uit onze jongste geschiedenis, wat de Duitsers ausradieren noemen. We kennen het spoorloos verdwijnen van vaders en zonen. Maar laten we niet vergeten: deze methoden verschillen alleen gradueel van onze methoden, want doodzwijgen en negeren heeft ook met dood en negatie te maken.

Welkom zijn is de meest fundamentele levensbehoefte van elke mens. Ons komen in deze wereld was niet alleen afhankelijk van het welkom van onze ouders, het was niet alleen een toevallige ontmoeting van een eicel en een zaadcel, ons komen in de wereld is bovenal een heel persoonlijke scheppingsdaad van de Heer en God. Hij wilde ons. Hij was blij met ons. Hij maakte ons zoals wij zijn. Hij gaf ons onze talenten. En Hij is blij als ons iets lukt. Want alles aan Hem zegt tegen ons: kom maar gauw; blijf alsjeblieft bij Mij. Ga niet weg; kom gauw terug en blijf dan altijd bij Mij. Nooit zal hij het werk van zijn handen verloochenen.

Zelf is Hij mens geworden. Welkom bij zijn ouders, welkom bij de herders, welkom bij zieken. Hij heeft het heerlijke gevoel van welkom te zijn gekend. En daarom kon Hij uitgroeien tot die volmaakte mens. Maar Hij heeft ook het-niet-welkom zijn ervaren. Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden Hem niet. Hij was niet welkom bij Herodes, die zich bedreigd voelde door Hem, die Hem zijn goddelijke talenten misgunde, die Hem wilde ausradieren. Hij was niet welkom bij de kerkelijke leiders van toen, die zich door Hem bedreigd voelden, die Hem zijn liefdevolle wondermacht misgunden, die Hem vervloekten omdat hij op sabbat een mens hielp, die Hem uit de wereld weg wilden hebben. Maar zij vergisten zich in de Heer God. Want bij God was Hij zo welkom, God was zo blij dat Hij er was, dat het ergste wat God kon overkomen was: dat Hij er niet meer zou zijn. Daarom deed God Hem verrijzen uit de dood.

Wij zingen Hem toe: nu sijt wellecome, Jesu lieve Heer. Want welkom is Hij bij ons, omdat Hij blij is met ons, omdat het ergste wat Hem zou kunnen overkomen is: als wij er niet meer zouden zijn. Daarom zei de voorganger - en hij zei nog al wat toen hij dat zei - in de naam van Jezus: u bent welkom in deze kerstviering. Ja, wij zijn welkom bij Hem. En het ergste dat Hem zou kunnen overkomen is dat wij er niet meer zouden zijn. Daarom zal Hij ook ons ooit doen verrijzen. Zo welkom zijn wij bij Hem.

Zoeken in Preken Online