Zusters en broeders,
Ik heb zoals zoveel mensen deze dagen mijn kerststalletje gezet. Dat is ieder jaar opnieuw een bijzonder gebeuren.
Het lijkt heel banaal maar het is het helemaal niet.
Het is integendeel heel bijzonder, omdat het het kind in ons wakker maakt, een zeker heimwee naar vroeger…
Zo een stal is meer dan wat romantiek, meer dan wat extra gezelligheid. Het is een getuigenis van de grootsheid van onze God.
God wordt mens.
Dat alleen al is een ongehoord gebeuren.
Ongehoord, letterlijk, nergens ter wereld, in geen godsdienst of religie, wordt God mens…
Wel in het Christendom.
En hij doet het niet aan het hof van de keizer, niet in een of andere gezellige woonwijk of toffe buurt,
Maar bij een koppel arme, verweesde mensen, in een duistere verlaten uithoek van de wereld.
Daar wordt Hij mens, voor ons…
Daar begint onze toekomst.
Een toekomst van bevrijding.
Een toekomst van vrede.
Een toekomst van solidariteit, voorbij alle uiterlijke schijn. Een toekomst van delen en meegaan doorheen zoveel donkere dagen, naar dagen van licht en vriendelijke warmte.
Die toekomst wordt ons aangezegd door een kind in de kribbe.
Kerstmis is voor veel mensen een mooi feest.
Maar eigenlijk is het geen vrijblijvend gebeuren.
Als onze God de kant van de kleinen koos, de kant van de sukkelaars, van de arme, zieke, oude, twijfelende, vragende, zoekende mens…
Als onze God, onze kant koos… Moeten wij dan niet kiezen voor elkaar?
Onze vooroordelen jegens elkaar laten varen.
Oude ruzies, waarvan geen mens meer weet waarom of waarvoor, vergeten.
Onze gekwetste ziel om zoveel dat in het leven niet verliep zoals wij het hadden gewild of gedroomd, kans bieden tot genezing.
En opnieuw vrij in het leven gaan staan.
We krijgen de kans, telkens weer, om het te proberen, om te herbeginnen met het leven. Leven wordt ons toegezegd. Leven mogen wij elkaar gunnen. Leven mogen wij onszelf gunnen.
Omdat God het ons gunt.
Omdat God zelf dat eigenste leven deelt.
…
Ik heb lang getwijfeld of ik het kindje in de kribbe een plaats zou geven in de stal. Een beetje uit principe. Omdat ik weet dat de nabijheid van onze God niet afhangt van een beeldje op de kast of onder een boom of waar dan ook. Omdat ik weet dat God leeft in elk van ons en ik Hem elke dag vele keren begroeten mag. Omdat ik weet dat God ook leeft in mij, in mijn kiezen voor het goede, ondanks veel kwaad dat ik in mezelf vind…
Wij zijn allemaal kerstekinderen. Wij delen allemaal in de nabijheid van onze God…
Evenwel… principes kunnen verstikkend werken. Daarom kreeg het kindje wel zijn plaats.
Want als God liefde is,
Hoe zou ik het beter kunnen zien, en beter aan de mensen kunnen tonen, dan in een pasgeboren boeleke, met open handjes, dat lacht…
Zalig Kerstfeest aan u allen.
AMEN.