-
Kerstmis is het feest dat men nooit vergeet. Men kan aan alle andere feesten (Pasen, Pinksteren…) voorbijgaan, toch behoudt Kerstdag zijn eigen gevoelswaarde. Maar de kerstman, de kerstkalkoen en de kerstréveillons, de glamour en de glitter kunnen de diepte van het gebeuren verdoezelen en verbergen.
-
In de kunsthall van Rotterdam staat een expo met Christus-etsen van Rembrandt, verrijkt met een bespiegelende catalogustekst van Ds Hans Visser v.d. St.-Pauluskerk: “Jezus als vreemdeling”. - In zijn afscheidscollege vorig jaar in Leuven heeft Prof. Adelbert Denaux dezelfde voorstelling gebracht: de Jezus in het Lucasevangelie is een “Jezus als vreemdeling”.
\
- Juist dat geluid hoorden we in het evangelie van de nachtmis: Jezus is een vreemdeling. Hij werd geboren in Bethlehem, ver weg van de woning in Nazareth (Lc 2,4): “ Ze legden Hem in een kribbe, omdat er geen plaats voor hem was in de herberg.” ( 2,7). Die kerstnacht was slechts het voorspel van wat voor Hem nog komen zou. Eens werd Hij uit zijn eigen vaderstad gegooid (4,29-30), en ooit werd Hem verblijf bij de Samaritanen geweigerd (9,53). Hij zou steeds op weg zijn door stad en dorp, en nooit ergens helemaal thuis ( 8,1; 4,42; 13,22), nooit aan een vaste heimat gebonden: “Vossen hebben hun holen en vogels hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets om zijn hoofd op neer te leggen.” (9,53) - Later zal het klaar worden waarom Hij reeds als 12-jarige jongen tot Maria en Jozef zei: “Wist gij dan niet dat ik in dingen van mijn Vader thuis hoor ?” (2,49)
\
- Ook in het Johannesevangelie is Jezus een vreemdeling. Dat horen we in de dagmis: “Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden Hem niet” (Joh 1,11) - “Het Woord is vlees geworden, en het heeft onder ons eventjes zijn tent opgeslagen.” (1,14). “Het Licht is in de wereld gekomen, maar de mensen hielden meer van de duisternis dan van het Licht.” (1,5; 3,19). “Hij is het Brood uit de hemel neergedaald.” (6, 32) en “van God uitgegaan.” (8,42) - Dat kwam voortdurend terug. En bij Pilatus zal Hij zeggen: “Mijn koningschap is niet van hier.” (18,36) Hij was van elders. Hij hoorde a.h.w. niet bij ons. Hij was als een vlugge komeet bij ons gekomen om weer te verdwijnen.
\
- Dezelfde Jezus, voor wie geen woning openstond bij zijn geboorte, komt vandaag - ook na zijn verrijzenis - als ongewenste vreemdeling weer naar ons toe, met de woorden: “Zie, Ik sta aan de deur en klop, indien iemand mijn stem hoort en zijn deur opent zal ik binnengaan en maaltijd met hem nemen.” (Openb. 3,20) - Hij heeft zich vermomd als zwerver, in de arme, de verstotene, de dakloze, in de politieke vluchteling, in de geteisterde door tsunami of aardbeving, in de mens uit de buurt met een of andere nood, die beroep op ons doet. Hij is het die u eens zal zeggen : “Ik had honger, dorst, ik was vreemdeling… en je hebt Mij opgenomen.” – “Wanneer hebben wij U, hongerig, dorstig, naakt en als vreemdeling… gezien ?”- “Al wat je aan de minsten van Mij gedaan hebt, heb je aan Mij gedaan” (Mt 25,40) – “Ja, Ik was het.” - “ Houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen engelen ontvangen zonder het te weten.” (Hebr. 13,2) - Moeder Theresa van Calcutta wist dat ze Jezus aanraakte, toen ze de kinderen opraapte van de grond .
\
- We moeten Hem eerst horen : zijn geklop en zijn stem. We horen zoveel vandaag dat we niets meer verstaan. Het is alsof we leven in een luide zaal met een slechte akoestiek. We moeten zijn stem selecteren in de stilte van het gebed. We moeten openen de deur van ons hart. We moeten Hem binnen laten en verwelkomen, zoals Hij uitzonderlijk welkom was in het huis van Lazarus, bij Martha en Maria, en eens bij de aartstollenaar Zacheus, die plots zijn grijpende handen open deed om te ontvangen en te geven. Dan zal Hij maaltijd met ons nemen. Dan wordt ons huis zijn tempel, en zijn we thuis bij Hem. Dan zal Hijzelf de gastheer zijn en ons bedienen. Toen Hij na zijn verrijzenis als onbekende kwam lopen naast de Emmaüsgangers, vroeg Klopas Hem: “ Zijt Gij dan de enige vreemdeling (!) in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen is gebeurd ?” (Lc 24,18) - Maar de ware onwetenden waren zij die niet wisten wat er wel gebeurd was. En eens aan tafel gingen hun ogen open. Hun onverwachte gast was hun Gastheer geworden.
* Juist voor het jubeljaar werd als jaarthema (1998-1999) gekozen: “Thuis komen bij God onze Vader”. In het kerstgebeuren werd God mens, opdat de mens op God zou gelijken, opdat wij godvormig zouden worden (Ireneus). De bekeerling Malcolm Muggeridge, gewezen prof en rector van de universiteit van Glasgow zei het zo: “Daarmee komt de eeuwigheid de tijd binnen, en verliest de tijd zich in eeuwigheid.” - Het kerstgebeuren is die zoen, die kus, die transformerende omhelzing van God aan de mensen. Alleen in wie Hij neerdaalt omarmt Hij, en wie Hij omarmt verlost Hij. En wie verlost is, is vrij, wordt anders en opent zijn handen in liefde en vrijgevigheid.
* Straks zult u uitgenodigd worden naar de H. Communie. Jezus komt tot u als vreemde bedelaar. Hij smeekt om uw liefde. Maak van u zelf een huis waarin Hij kan wonen. Laat u daar omvormen om ook voor anderen een haard en een huis te zijn. Dan zal kerstdag voor u Kerstdag zijn. Amen.