Kerstmis is een hoogtij voor de consumptie. Wat wordt er ons niet allemaal uitgestald aan spijzen, dranken, belevenissen, geschenken…
De honger moet wel heel groot zijn, een honger naar geluk, naar geborgenheid. Zijn wij in dit rijke westen dan zo hongerig en zo eenzaam ? en waarom, wat is de reden?
Is dat de verzuring of het gevoel van onveiligheid ? Of is het de anonimiteit niet alleen in de steden, maar stilaan ook in onze dorpen?
Het zal er allemaal wel iets mee te maken hebben maar laat ons de reden van het gemis niet alleen buiten ons zoeken. Misschien zit het waarom van de honger wel van binnen in ons. Bespeur je daar geen innerlijke leegte? Is daar geen afgrond van eenzaamheid, een niet te stillen honger naar geborgenheid?
In ons hart is een klein kamertje dat voorbehouden is voor God, een stille, geheime plek waar we God kunnen ontvangen. Dat kamertje is misschien onbewoonbaar geworden, deur is dichtgeklapt en te lang gesloten gebleven, gelijk die herberg waar geen plaats was voor Hem.
We kunnen niet meer gewoon spreken met God. Zelfs het woordje “God” heeft zijn inhoud verloren. We hebben nog wel enkele kerkelijke rituelen om de scherpe kanten van het leven wat op te poetsen. Maar in de grond zijn we van God vervreemd. We zijn geestelijk dakloos.
Als de feestmaaltijd ten einde is en de fles bijna leeg, dan krijgen de gesprekken een andere wending, dan komen zo vaak de vragen over zingeving en godsbestaan, over het waarom van de dingen naar boven.
In onze dagen klinkt luider en luider de roep horen naar meer spiritualiteit, naar meer geestelijke draagkracht, naar geestelijk voedsel, naar iets of Iemand die ons overstijgt.
De innerlijke leegte mag niet het laatste woord hebben. We zijn niet gemaakt voor verveling, niet voor verdwazing, en zeker niet voor verslaving. We zijn gemaakt voor een enorme ervaring van vrede zoals die op de eerste kerstmis is toegezegd aan alle mensen van goede wil.
Die vrede is meer dan een afwezigheid van ruzie. Vrede is zich diep gelukkig weten omdat God nabij is, omdat ge in God geborgen zijt en door hem bemind wordt.
In uw binnenste dankbaar kunnen glimlachen naar God… is dat niet zalig?
Als wij God terug binnenlaten in dat kleine, geheime kamertje van ons hart, als hij onze innerlijke leegte mag vullen met zijn liefde, dan is het pas echt kerstmis. Dan begint er iets nieuws. Ieder van ons kan een nieuw begin van vrede worden.