Kerstmis (2007)

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

Zusters en broeders,

Er werd een kind geboren, nu goed 2000 jaar geleden.
Lang al werd het aangezegd door zieners en profeten.
Lang al werd het verhoopt, het kind.
Het zou de tijd en de wereld keren; het zou Gods goedheid laten zien; het zou de wereld vrede leren.
Eeuwenlang al leip een volk zwanger van hoop op de Messias, de Redder, de Bevrijder, de Vredevorst.
Maar toen de tijd haar keerpunt kende en God mens wou worden, was voor het kind geen plaats.
In een stal werd het geboren.
Maar er waren herders en door de herders werd het begroet.
En er waren Jozef en Maria, en het werd door hen vroom aanbeden.
Kleine mensen waren het, die voor het kindje knielden.
Kleine mensen waren het, die engelen hoorden zingen van wat het kind toen nog niet verkondigen kon: vrede aan alle mensen die van goede wil zijn…
Kleine mensen waren het, die zagen en wisten: hier raakt de hemel de aarde in de broze schreeuw van een kind, in de tedere glimlach van een kind, in de zoete slaap van een kind.
In de herberg, even verderop, zagen en wisten ze van niets…

Soms schijnt er amper iets veranderd.
Want ook vandaag nog wil God mens worden.
Ook vandaag nog dient Hij zich aan als medemens, als deelgenoot van ons geluk, als vriend in de donkerste dagen.
Ook vandaag nog wil God ons bestaan blijven raken.
Ook vandaag nog zich laten vinden.
Het liefst door kleine mensen.
Het liefst door mensen als u en ik.
En worden we niet graag klein genoemd, of zwak, of zondig… We kennen onszelf en weten wel beter. Niet groter, niet sterker, niet meer zijn we, dan die schamele herders toen.
Maar zij waren het, die naar de stal werden gelokt.
Zij waren het, die het kind mochten zien en in zijn kleine handjes al iets van zegen mochten ontwaren.
Zij waren het, die mochten knielen, die mochten bidden, die al wat hun hart bezwaarde, hun zorgen, hun pijn, hun uitgesloten zijn, bij de kribbe mochten achterlaten.

In de herberg zien ze en weten ze van niets…
Behalve dan misschien van een oude dikke man, in rood kostuum, die dronken lijkt en met zijn HO HO HO geroep alleen maar het geluk bedriegt.
In zijn geschenken, in zijn rijke maaltijden, in zijn overvloed is misschien wel blijdschap te vinden en plezier.
Maar geluk is nog wat anders…
Geluk ligt niet in de welvaart die hij lijkt te brengen, want te veel zijn er die er niet in kunnen delen. Omdat ze door ziek zijn worden getekend of omdat ze een geliefde moeten missen en die pijn in deze dagen maar moeilijk een plaats kunnen geven. Omdat een ruzie het hart benijpt…

Veeleer ligt het geluk in de open handjes van het kind in de kribbe, dat op anderen lijkt aangewezen om te kunnen leven, om leven te geven…
De pijn om het rouwen, of het ziek zijn, of de ruzie, zal er allicht niet minder om zijn. Maar hoe klein ook het kerstekind, het is gekomen om ons te dragen en te tonen: wie we ook zijn: we zijn meer dan onze pijn. Hoe ons leven ook loopt of kronkelt: God zelf vindt het de moeite waard, dat leven te delen!

Goede mensen,
Wij wensen u een zalig kerstfeest toe,
Met een hart dat groot genoeg is om van zijn eigen kleinheid te gewagen;
Een hart, groot genoeg, om in het kind God zelf te zien en de vrede die het meebrengt, vriendelijk en teder, in woord en daad uit te dragen…

AMEN\

Zoeken in Preken Online