Door de telefoon klinkt een vlotte vrouwenstem: “Kunt u me aan een kerstverhaal helpen?”
De pastoor aan wie de vraag gesteld wordt, veinst even een diep nadenken.
“Ja, misschien heb ik wel iets.”
“Waar gaat het over?” klinkt het weer opgewekt.
“Over een stel jongeren, vluchtelingen eigenlijk en een vrouw in verwachting….”
“Leuk, dat vinden de patiënten vast leuk”, schalt het door de lijn.
“De bevalling vond plaats in een bouwval, zonder familie erbij”.
“Wat romantisch, hoe verzinnen ze het, klinkt het weer.”
“De enige kraamvisite bestaat uit zwervers.”
“Hoe loopt het af?” Haar stem begon ongeduldig te worden, want “het mag niet te lang duren”.
“Nee, dat was het eigenlijk wel.”
“Jammer er zit geen clou in, nou ja de clou is eigenlijk dat het kindje een geschenk van God is en het als twee druppels water op God lijkt…”
Teleurgesteld aan de andere kant van de lijn : “Nou nee ,daar kan ik niets mee… Hebt u niets anders, iets met sneeuw?”
‘Nee, vanavond heb ik niets anders, geen ander verhaal, geen sneeuw, wel iets goddellijks…".
De kerk was helemaal vol, zomaar op zaterdagmiddag. Het concertkoor zong alle bekende kerstliederen die je bijna van buiten kunt meezingen.
“Wat een prachtige sfeer,” hoorde ik iemand zeggen. Ja, de kerk heeft zo nu en dan nog sfeer en dan is het een veilige schuilplaats.
Met Kerstmis zoeken we het vertrouwde: we klimmen zoals een moeder het uitdrukte uit pure affectie even op Gods schoot, wetend dat we er eigenlijk te groot voor zijn. Maar zelfs een kind blijft maar even, zolang het warmte behoeft en glijdt er dan weer vanaf. We zoeken het vertrouwde.
In mijn vorige parochie kwamen we op een idee dat naderhand nogal onzalig bleek.We waren gewoon uitgekeken op het traditionele kribbetje dat altijd op dezelfde manier met rotspapier was opgezet. We haalden er een artistiek begaafd iemand bij en zochten naar een nieuw idee. De kunstenaar maakte er een kersttentje van. Heel bijbels overigens. Over de bekende beeldjes worden doeken gespannen vastgehouden door draagstokken, want de tent moet mee op reis.De tent als de oudste woning van God. Hij trok ooit in de ark mee door de woestijn. De tent was toch de ruimte van de allerhoogste.
Er staat letterlijk: ‘de draagstokken moeten in de ringen blijven, ze mogen er niet uitgenomen worden’. Een soort processiehemel dus. Maar de mensen vonden het maar niets : ze wilden hun oude stalletje terug, de oude vertrouwdheid. Eén keer en nooit meer !
“Waar woont God?” Met die vraag verraste de joodse rabbijn enkele geleerde mannen die bij hem te gast waren. Zij lachten hem uit: “Wat zegt hij nu? De wereld is toch vol van zijn heerlijkheid”. Maar hij antwoordde op zijn eigen vraag: “God woont waar men hem binnenlaat.” God kan niet overal wonen, dan woont hij overal en nergens. God moet ergens beginnen. En het mooie is nu dat God het op een originele wijze gearrangeerd heeft. Hij verzint als het ware een smoes: dat de mensen op tocht moeten om zich te laten inschrijven. Hij heeft alllang voorbereidingen getroffen, want de vader en de moeder weten van wanten, maar zeggen tegen niemand iets. En God arrangeert het zo dat het onopvallend en toch opvallend geschiedt.
Genoeg bezoekers om het bericht door te geven.God zet ons dus op het verkeerde been: hij wil ons aan het denken zetten, hij wil ons een doorkijk geven naar de dimensie die er doorheen straalt. Daarom is er plotseling zoveel licht dat de herders het niet aankunnen. Daarom zal straks weer een sterrelichtje gaan branden om anderen de weg te wijzen.
Maar heeft God er wel op gerekend dat de mensen maar de helft van het goddellijk arrangement kunnen vatten dat ze het tafereeltje op zichzelf gaan knuffelen en romantiseren? Terwijl de engelen een andere stoere taal laten klinken klinken : Heden is u een Redder geboren. Vredevorst wordt Hij genoemd, Goddellijke Held….
Daar had God niet mee gerekend dat zijn arrangement niet werkte en dat men het gedoe rond Kerstmis later ‘kerstgeneuzel’ is gaan noemen.
Vier en twintig uur gedwongen rust….Als je woont aan het bijna drukste plein kun je het aan den lijve ervaren. Het lijkt wel een zee die na een lange sterke vloed zich even terugtrekt. Even wordt het rustig, iedereen trekt naar zijn eigen plek. Mensen trekken zich terug op zichzelf en op een privé maar kunnen dat samenzijn niet lange tijd aan. En dan geeft de beeldbuis wel een spetterende show of een muzikaal boeket of een kersttoespraak die na de derde zin begint te vervelen. “Wat ziet ze er weer chique uit….”
Met Kerstmis kom je aan je eigen grenzen; is jou privé sterk genoeg ? Je voelt immers feilloos wie er op het appèl ontbreekt. Je voelt ook de gaten die er gevallen zijn. Kortom je voelt veel meer dan je lief is. Je voelt even je lege ziel die verkommert en dan weer dat plotselinge lichtpunt. Je zoekt uit pure onmacht opnieuw de verstrooiing.
Het bericht dat God zich inlaat met ons, bij ons komt wonen, is dat een reële optie voor een moderne mens? Eigenlijk wel, want het is niet hard te maken, het is een kwestie van vertrouwen. Dat geloofsvertrouwen heeft een flinke deuk gekreden, daar weet de kerk van mee te praten. We zijn van Gods schoot afgegeleden en we zijn te groot geworden, behalve misschien zoals die vader die met trots verklaarde: “soms even komt die stoere zoon van mij even naast me zitten op de bank en slaat een arm om me heen en dan vertelt hij me hoe het werkelijk met hem gaat”. Even heel intiem.
Dan ….tenslotte, omdat het alleen maar kan met omtrekkende bewegingen, het volgende verhaal:
“Er was eens een koning die bij zijn rondgang door het land een straatzanger hoorde zingen en viool spelen. De muziek beviel de koning zozeer dat de straatzanger werd uitgenodigd aan het hof. Nu gebeurde het echter regelmatig dat midden onder het lied een van de snaren knapte en dus moest de koning wachten totdat de snaar weer vervangen was. Tenslotte vroeg één van de hovelingen: “Waarom laat je die viool niet eens deugdelijk repareren zodat die onderbrekingen niet meer nodig zijn?” De straatzanger antwoordde: “De koning kan beschikken over de beste musici, die er zijn en die de prachtigste instrumenten hebben. Maar op de een of andere manier schijnt hij de voorkeur te geven aan mijn onvolmaakte zang en mijn gebrekkige viool. Zo heeft ook de koning van het heelal - gezegend zij zijn Naam - hele koren van zingende engelen tot zijn beschikking, en toch schijnt hij er aardigheid in te hebben met al onze onvolmaaktheden”.
God die kiest voor de gebrekkige mens, en komt zo dicht bij hem wonen dat we heel even - een keer op jaar op zijn schoot mogen kruipen of naast Hem op de bank met de armen over zijn schouder. Dan is het echt Kerstmis