Tweede kerstdag - leedvermaak (1997)

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

VOLKSGERICHT


Bijbelgeleerden zijn het er niet over eens of de dood van Stefanus een terechtstelling was of een moord. Wordt er een lynch-partij beschreven, een volksgericht, of een rechtsgang? Voor het laatste pleit de verdedigingsrede die Stefanus houdt. Maar ertegen pleit dat niets erop wijst dat de zaak voor het sanhedrin uitvoerig is afgewogen. Ook werd bij een officiële terechtstelling de ter dood veroordeelde ontkleed, terwijl Lucas beschrijft hoe de stenen-gooiers hun mantels aflegden. Het zou dus wel eens kunnen zijn dat het volk zelf, de jongeren, aangestookt door de ouderen, uitvoeren wat vanzelfsprekend was: wie de tempel of God lasterde was de dood schuldig. Voor de rest is het Lucas vooral te doen om een gelijkenis te tonen tussen Stefanus’ dood en die van Jezus.
Bij een steniging werd iemand ruggelings een meter of drie, vier naar beneden gegooid. Als hij niet dood was gooide iemand er een zware steen bovenop, het genadigst op het hoofd, anderen volgden. De wet van Mozes was heel duidelijk. De straf was verdiend door joden en vreemdelingen die God lasterden. Het volk vond Stefanus’ prediking van Jezus dus als lasterlijk. Ze voeren hem weg. Het dorp loopt daarbij uit, want strafvoltrekking had ook iets van openbaar vermaak.\

“KETELMUZIEK”

Volksgerichten kwamen vroeger veelvuldig voor. In besloten gemeenschappen met een duidelijke moraal en duidelijke normen bestonden talrijke tradities om het recht te handhaven. Dat deden de jongeren, moreel gesteund door de ouderen en met een duidelijke bijklank van vermaak. Zoals jongeren huizen van vreemdelingen in brand steken als zij in hun kroegen en huizen horen hoe de ouderen dit heimelijk wensen. Ik herinner mij een weduwvrouw die hertrouwde in ons dorp. De jonkheid kwam elke avond ketelmuziek maken bij haar huis totdat ze een krat bier kregen. Elders werden overspeligen op een kar het dorp rondgereden. We hadden vroeger een hulpje dat twaalfeneenhalf jaar verloofd zou zijn. Omdat ze wisten dat ook dit ketelmuziek tot gevolg had, stapten ze over haar onzekerheid heen en trouwden, waaruit blijkt dat deze tradities ook hun functie hadden. Alleen, het komt ons zo primitief voor, dat het volk zich vermaakte met de openbare straffen. Toch geloof ik dat wij geen haar beter zijn.\

LYNCHEN ANNO NU

U weet dat het in Nederland gebruikelijk is om beschuldigden en veroordeelden alleen met initialen te vermelden. Zo kopte een Noord Limburgse krant jaren geleden: “Pastoor Deken N.T. van Roermond (ik noem maar een plaats) na alcoholcontrole betrapt.” Omdat er in de stad maar één deken was, was de vermelding van de initialen rijkelijk schijnheilig. Maar u begrijpt dat menigeen met rode oortjes en handen wringend het bericht gelezen heeft. “Huiszoeking gedaan bij bankdirecteur”…. “Burgemeester gearresteerd”…. “Beroemde zanger verhoord”…. We lopen niet meer te hoop voor openbare terechtstellingen, maar het leedvermaak is nog even groot en achter de krant zitten we op de eerste rij. Daar komt nog iets bij. Wij hebben de gemartelden, de aan de kaak gestelden niet nodig voor ons vermaak. Twaalf televisiekanalen laten avond aan avond ruiger geweld zien dat hoog scoort. Nog altijd is er de massa, het volk, dat uitloopt en stenigen wil. Nog altijd is er de verleiding om met de meute mee te heulen, mee te veroordelen, mee te roepen. Nog altijd is er de haat voor het vreemde.
Stefanus moge ons de ogen openen voor alle mensen die het mikpunt worden van publieke verachting. Stefanus is het geplaagde kind op school, de getergde collega op het werk, de nagewezen vrouw op straat. Stefanus is de uitgehoonde idealist, de uitslover, de diaken die de zorg voor de armen op zich genomen had. En Stefanus is Gods kind omdat hij zelfs zijn stenigers vergeeft. Goed dat we zijn verhaal doorgeven vandaag!\

TWEEDE KERSTDAG IN BETHLEHEM

Lieve kinderen. Ik vraag me af: wat zouden Maria en Jozef toch op tweede kerstdag hebben gedaan? Gisteren was het kindje geboren, dus ze zullen ’s nachts wel weinig geslapen hebben, want een klein kindje huilt veel, en ook al huilt het nog zo zachtjes: pappa en mamma schrikken wakker, ook zonder babyfoon. Dus een beetje moe zitten vader en moeder naar hun baby’tje te kijken. Ze zijn trots. Het kindje is mooi en gezond. Daar zullen ze God wel voor bedankt hebben, en dan… dan wil je het aan iedereen gaan vertellen: je familie en vrienden en buren, iedereen moet het weten: we hebben een kindje, een jongen en hij heet Jezus! Nu was er vroeger geen post en geen telefoon. Alles ging nog te voet. Maar gelukkig woonden de familie van Jozef in hetzelfde dorp als waar Jezus was geboren, in Bethlehem. En de familie van Maria woonde een paar kilometer verder in Jeruzalem. Dus Jozef zei tegen Benjamin, dat was een herdersjongen, een jongen van een jaar of zestien die gister nog een liedje voor Jezus had gespeeld op de fluit en die ook heel hard kon lopen: “Benjamin, wil jij naar Jeruzalem gaan en dan vraag je naar het huis van Joachim en dan vertel je daar over Jezus, dat ie geboren is.” Dat wilde Benjamin wel. Want goed nieuws vertellen is leuk werk. Hij liep naar Jeruzalem, eerst nog even bij een vriendje langs of die mee wilde en toen nog bij de familie van Jozef, daar meegegeten, onderweg geslapen en nog verdwaald, in elk geval het duurde enkele dagen misschien wel weken vordat Benjamin bij de familie van Maria was. Daar waren ze heel blij, maar intussen weet niemand meer op welke dag het precies is geweest van Jezus’ geboorte. We weten het ongeveer en dat is wel genoeg.

Zoeken in Preken Online