Een medaille heeft twee kanten. Zo ook het leven van een mens. Het heeft een zonnige kant en een schaduwkant. Ons leven is een mengeling van licht en duister, van vreugde en verdriet. Of om het in bijbelse taal uit te drukken: in elk leven zijn er dalervaringen en bergervaringen. De dalervaringen vormen dan de schaduwzijden in het leven, de moeilijkheden, de ellende, de zorg en de kommer, alles wat tegengaat en tegenzit; de bergervaringen zijn de feestdagen, de deugddoende momenten, de vreugdevolle ervaringen.
De gedaanteverandering.
Enkele dagen na de eerste aankondiging van zijn dood, nam Jezus Petrus, Johannes en Jacobus met zich mee en bracht hen op een berg waar zij alleen waren.
Daar werd hij voor hun ogen veranderd van gedaante.
Terwijl hij in gebed was veranderde zijn gelaat van aanblik.
Zijn gelaat begon te stralen als de zon.
Ook zijn kleren werden glanzend als licht en straalden als sneeuw in de zon. Heel zijn wezen was een en al licht.
Het zou verkeerd zijn de Gedaanteverandering te interpreteren als een louter uitwendige metamorfose of als een miraculeus en magisch evenement.
De evangelieverhalen over de gedaanteverandering ontsluiten ons hun geheim pas wanneer men ophoudt te vragen naar wat er historisch gezien op die dag precies gebeurd is.
Alleen wie daartoe bereid is, kan de hoop koesteren de inwendige dynamiek te vatten van het gebeuren dat hier opgeroepen wordt.
De gedaanteverandering is dan niet langer meer een voorval van een bijzondere soort uit Jezus’ leven of een intermezzo met een wonderlijk karakter.
Ze is een essentieel onderdeel van de verkondiging van het Koninkrijk.
Het is het moment dat de verkondiging plots in haar diepste betekenis duidelijk wordt, dat aan ‘ het licht komt ’ dat ze vertrekt vanuit hetgeen Jezus in zijn intiemste innerlijk beleeft : zijn relatie met God : opnieuw klinkt die Stem van zijn Doop = GIJ ZIJT EEN MENS NAAR MIJN HART ! IK HEB U LIEF ALS GEEN ANDER.
En zo zal het blijven, midden in het lijden. De Stem laat duidelijk verstaan aan zijn leerlingen en aan ons “ Hij IS en BLIJFT de MESSIAS ”
De verkondiging van het evangelie zal ALLE mensengedaanten VERANDEREN.
Om de volle betekenis van de verhalen over de gedaanteverandering te begrijpen moet men nog een stap verder gaan. De transfigurerende kracht van het koninkrijk is het sterkst aan het werk daar waar ze het meest verborgen is, met name in de ervaring van het lijden, de vernedering en de dood… midden in mislukking en verlatenheid.
Op het ogenblik van de gedaanteverandering is Jezus in dialoog met Mozes én Elia.
Het zou wel kunnen zijn dat Jezus het ‘mensbeeld ’ van de Thora en de Profeten in zijn persoon zo heeft geïntegreerd - en getransformeerd door zijn nieuwe visie op de mens
( Bergrede ) - dat God zelf schittert in deze Welbeminde Zoon.
“ Heeft God hier van Jezus geleerd hoe Hij Zijn levenwekkende nabijheid
moet openbaren ? ”
( Wilhelm Bruners : ‘ Wat God van Jezus heeft geleerd ?!’ )
In het verhaal van de gedaanteverandering zit een opvallende parallel met de geschiedenis van Abraham. In de eerste lezing wordt verteld hoe Abraham zijn zekerheden losliet, een vage, donkere toekomst tegemoet ging met als enig lichtpunt Gods belofte: “Trek naar het land dat ik u tonen zal en Ik zal u maken tot een groot volk”. Nadat God eindelijk, veel later dan het gezond verstand voor mogelijk houdt, aan Abraham een zoon geschonken had, liep het opnieuw mis: hij moet Isaak op de berg Moria gaan slachtofferen. Abrahams geloof werd wel erg op de proef gesteld; hij zal vaak geaarzeld en getwijfeld hebben of het allemaal wel zin had , of dat risico met God wel zin had ?. Maar boven op de berg bleek dat God de dood van Isaak niet wilde. Daar herhaalde God zijn belofte van destijds: “Ik zal u maken tot een groot volk”. Van toen af twijfelde Abraham niet langer. Het gebeuren op de berg maakte hem er rotsvast van overtuigd dat God, ondanks de schijn van het tegendeel, steeds trouw blijft (Gen., 22:14).
Door zijn lijden en dood zal Jezus het Koninkrijk tot stand brengen, niet in een ver dromenland maar midden in de meest harde , verminkte omstandigheden van het menselijk bestaan.
Alle mensen die uitgesloten, verbannen en verlaten zijn, alle gekruisigden brengt Hij in het Licht.
In de geschiedenis van het christendom heeft men het heilsgebeuren ( het gelukkig worden ) veel te vaak beschreven in termen van ‘bevrijding’ dan in termen van transfiguratie, van transparantie, van een verheerlijkt lichaam, zegt Paulus.
Deze interpretatie van Jezus’ verheerlijking op Tabor, waarin duidelijk wordt dat het Rijk slechts ten volle komt in zijn dood, is slechts mogelijk geworden in het licht van de Verrijzenis . Om het filmterminologie te zeggen :de gedaanteverandering is de trailer van Pasen.
Jezus heeft het Rijk toegezegd aan de ‘anawim’ , aan de ‘barmhartigen’ , aan de ‘achtervolgden ‘, aan de ‘vredespoëten’ , aan de ‘bedroefden’ …
Vooraleer te verrijzen gaat Jezus ‘ de stervenden’ eerst zalig prijzen.
De celebratie van deze liturgie is het voorspel, de anticipatie van dit christelijk toekomstbeeld van de mens. Vooraleer dat Pasen aan ons gebeurt, moeten we beseffen dat ook onze Goede Vrijdag , ons aller kruis, eraan voorafgaat.
Johan Van Calbergh
( met dank aan de paters OP van Schilde )