Maria ten hemelopneming (2007)

Feest · 15 augustus · Maria ten hemelopneming · wit

Deze vakantie waren wij als gezin ruim een week veel in Taizé, u weet wel, dat oecumenische klooster in Bourgondië, waar zoveel jongeren komen. Toen wij er waren verbleven er meer dan 5000 jonge mensen, uit tal van landen, maar de meesten uit Europa. Er zijn sinds 1940 al meer dan 100 broeders ingetreden, waaronder 6 uit Nederland. Toen wij er waren trad opnieuw een jonge Duitser toe. De gemeenschap is oecumenisch; er zijn protestantse en katholieke broeders. Deze tijd, augustus, is in Taizé een wat bijzondere tijd geworden, omdat twee jaar geleden de stichter en leider van de gemeenschap, broeder Roger, 90 jaar, tijdens een viering met messteken werd omgebracht. De dader was een jonge Roemeense vrouw, die leed aan schizofrenie. Er waren toen jongeren uit Nieuwegein in de kerk. Toen, in 2005, wilden de aanwezige Roemeense jongeren uit schaamte meteen naar huis terugkeren. Maar de broeders bezwoeren hen om te blijven. En dat deden ze. Niet voor niets heet de kloosterkerk de kerk van de verzoening. Taizé is een plaats die bedoeld is voor verzoening. Er is aandacht voor elkaar zonder vooroordeel. Er hebben joden ondergedoken gezeten. Maar ook Duitse krijgsgevangenen werden geholpen. Protestant en katholiek en oosters-orthodox ontmoeten elkaar. Jongeren uit tal van landen, rijk en arm, leren elkaar waarderen. En dat alles op basis van een liturgie die uitstraalt: God houdt van alle mensen. Taizé heeft een grote aantrekkingskracht, met name op jongeren. Ze vinden het geweldig.
Roger Schutz, de stichter, was een Zwitserse calvinist. In het begin waren er alleen protestantse medebroeders. Vanaf 1968 kwamen er steeds meer katholieken bij. De huidige prior is katholiek. Sinds de val van de muur is er ook veel contact met oosters-orthodoxe jongeren en hun priesters. Toen ik er voor het eerst kwam, in 1978, nam ik een reproductie mee naar huis van een icoon van Maria. Die icoon heeft een prominente plaats in de kloosterkerk. Toch is het opvallend dat de icoon waar in Taizé het meest bij gebeden wordt niet de Maria-icoon is. Na de avondvieringen knielen tientallen, ja honderden jongeren rond de meer dan twee meter hoge icoon van het kruis van Jezus. Ik weet niet hoe het bij u is, maar het is toch anders: bidden bij een kruisbeeld of bij een Mariabeeld. In Nederland zijn wij katholieken toch meer gewend om een kaars op te steken bij Maria als we verdriet hebben of ons zorgen maken of zomaar wat stil willen zijn en wat willen bidden. Maria heeft een bepaalde gevoelswaarde. Maria is een moeder, zij heeft veel meegemaakt, zij bewaart alles in haar hart, zij blijft geloven, door alles heen. Daar gaat troost vanuit. Je voelt er de ruimte om je hart te luchten; huilen of verward zijn mag; je durft je te tonen zoals je echt bent. Wij doen dat niet zo gemakkelijk bij een kruisbeeld. Ik weet niet hoe het bij u is, maar naar mijn gevoel gaat dan toch meer de aandacht naar het lijden van Jezus zelf. Bij een kruis staan is toch eerder Hem eren.
Toch is deze tegenstelling slechts schijn. Taizé heeft me dat geleerd. Maria en Jezus horen beiden bij ons én bij God. Ze behoren helemaal tot de sfeer van de aarde, en tegelijkertijd zijn ze in ons midden vanuit de sfeer van het hemelse, van het goddelijke. Juist omdat ze bij de hemel, bij God horen, fascineren ze ons. Ze zijn beiden anders dan gewoon aardse mensen die veel meegemaakt hebben. Ze zijn verrezen uit de dood, leven allebei bij God, en van daaruit zijn ze op ons betrokken. Als we ons eigen leven in verbinding brengen met hen, dan wordt onze horizon veel groter. Juist omdat zij van God zijn. Bij de icoon van de gekruisigde Jezus én bij de icoon van zijn moeder is er altijd ruimte voor wat ons bedrukt. Want wij weten hoe ook zij geleden hebben. Op zichzelf troost dat al: er is lotsverbondenheid. Maar er is meer. Je kúnt bidden tot Maria of tot Jezus en opgesloten blijven in je eigen gevoelens en gedachten. Je bent dan vol van jezelf. Soms zit je gewoon innerlijk helemaal dicht. Je voelt lotsverbondenheid, maar niet meer dan dat. Maar op dat moment is dat al genoeg om weer wat lucht te krijgen. Je kunt bij een beeld of icoon van Jezus of Maria ook tot contemplatie komen, je kunt je richten op wie zíj zijn. Mens als jij en ik, en tegelijk veel meer. In die eerbiedige aandacht voor Jezus of Maria kun je jezelf loslaten, je aan de ander toevertrouwen, uit je eigen kringetje komen. Alle aandacht gaat naar hen, en juist dan kun je merken dat zij je teruggeven aan jezelf. Je wordt door hen gekend, getroost, gezegend, moed ingesproken. Zij geven je wat je jezelf niet kunt geven. Daarom noemen we wat zij ons geven: Genade.
Maria is in de hemel opgenomen. Juist daarom kunnen wij tot haar bidden. Laten we ons dan steeds weer aan haar toevertrouwen. Want dan kan zij ons geven waar zij zelf vol van is: de liefde van God. Amen.

Zoeken in Preken Online