Waar Maria thuis is

Feest · 15 augustus · Maria ten hemelopneming · wit

In de volle zomer krijgen we het feest van O. L. Vrouw tenhemelopneming. Het is uiteraard een blij feest. Het voltooit en bekroont het leven van Maria. Het bekrachtigt de belofte, dat als ons aardse huis afgebroken wordt, de Heer ons een plaats voorbereidt om daar voor goed te wonen. Dit feest is tevens het feest van onze eigen toekomst, die God ons schenken kan.

In de Bijbel vinden we niets over dit feest. De evangelisten zijn sober met hun vermelding over Maria. Lucas vertelt het meest over Maria, vooral in het kindheidsevangelie. In wat hij daar zegt ligt in kern besloten wat later zal ontvouwd wordt. Maria wordt begroet als de begenadigde (Lc. 1,28) en is degene die zalig zal geprezen worden door alle geslachten (Lc.1,48).

Gelukkig die geloofd heeft (Lc. 1,45)

De synoptici maken voor het laatst melding van Maria, wanneer zij naar Jezus toegaat, bezorgd om wat haar zoon uitricht en door wat over hem verteld wordt (Mt. 12,46-50; Mc. 3,31-35; Lc.8,19-21). Zijn familieleden gaan hem achterna om hem terug naar huis te halen (Mc. 3,21). Wanneer de omstanders aan Jezus zeggen dat zijn moeder er is, dan antwoordt hij: “Mijn moeder, mijn broers en zusters zijn degenen die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen” (Lc. 8,21). Naar Gods woord luisteren en ernaar handelen (Lc. 11,28). dat is een opdracht voor Maria en voor elke christen. Wij nemen graag aan dat zij die weg is gegaan en ook die keer in haar hart heeft overwogen wat Jezus heeft gezegd. Moeders bewaren zoveel. Zij lijden vaak bezorgd mee. Maria toont wat het betekent en inhoudt familie van Jezus te zijn: hem navolgen.

Johannes vermeldt in het vierde evangelie Maria twee keer. Ze was in Kana, in Galilea op een bruiloftsfeest (Joh. 2,1-12). Zij ziet de nood van mensen. Zij zegt met veel vertrouwen dat wij naar Jezus moeten luisteren en doen wat hij opdraagt.

De tweede vermelding van Maria staat bij het levenseinde van Jezus (Joh. 19,25-27). De evangelist plaatst haar onder het kruis. Historici betwijfelen of zij er zo dicht bij was. Vrouwen werden toen geweerd en de ruwe soldaten hebben haar en de andere wellicht niet toegelaten. Dankzij dit tafereel kregen we het beeld van de mater dolorasa en de piëta, van de vrouw onder het kruis, de vrouw die het lichaam van haar dode zoon draagt.

In de Handelingen van de apostelen plaatst Lucas Maria bij een nieuw begin (Hnd. 1,14). De groep die door het lijden is gegaan verenigt zich in gebed. Wat is er later met Maria gebeurd? Daarover geven de Schriften van het Nieuwe Testament geen bescheid. Bepaalde overleveringen laten Maria optrekken met Johannes naar Efese. Hogerop, op enkele kilometer van die oude stad staat het huisje, waar Maria zou verbleven hebben. In de Koran wordt Maria vernoemd als moeder van Jezus. De Islam erkent Jezus als een profeet. Vandaar dat in Efese moslims naar dat heiligdom komen. Hoogstwaarschijnlijk is Maria gestorven (ontslapen) in Jeruzalem. De kerk van de Dormitio, waar Duitse benedictijnen een klooster hebben, staat op het programma van vele bedevaarders.

In het boek der Openbaring is er het visioen over de vrouw die een kind baart. Omwille van het geweld van de Boze vlucht de vrouw met haar kind naar de woestijn (Op. 12). Wie bedoelt de ziener? Maria, het volk Israël, de Kerk?

We kunnen in deze tekst een allusie vinden op verzen uit het boek Genesis. Begin en einde van de Bijbel raken elkaar. De vijandschap tussen vrouw en serpent (Gen. 3,16) keert terug in de strijd tussen haar en de draak. Het paradijs als toekomst is geplaatst in het verleden. Het wordt Gods nieuwe stad. De iconografie legt op Maria, van bij haar oorsprong vrij van zonde, de heerlijkheid die ze eens zal ontvangen. Ze kroont de onbevlekte met twaalf steren.

Wie verder van het christendom afstaat, ziet in de aandacht voor Maria een zoektocht naar de eeuwige vrouw. Is het dit wat Sàndor Màrai, bedoelt in zijn roman Bekentenissen van een burger? Hij schrijft: “Van alles wat ik van het leven wist of graag had willen weten, vormde zij de achtergrond. Ik weet niet wie die vrouw is, of zij ooit geleefd heeft en of ik haar ooit ergens heb ontmoet. Misschien is zij de moeder – de andere, eeuwige en onbekende moeder, die ik graag zou willen ontmoeten, ik weet het niet, maar ik weet wel dat alle door mij geschreven regels en boeken en elk door mij beoefend genre en zovele pogingen waren om haar te vinden. Ik zocht naar haar met een gretigheid alsof zij de ultieme vraag had kunnen beantwoorden waar ik het antwoord op wilde weten. Maar naarmate de jaren verstreken – jaren waarin ik enorm hard werkte, talloze compromissen sloot en allerlei experimenten verrichtte -, vervaagde haar gelaat en ten slotte hoorde ik ook haar stem niet meer. Nog één maal heb ik haar even gezien, in een vreemd land en volkomen onverwachts. Sindsdien heb ik het idee dat al mijn werk niets anders is geweest dan een voorwendsel en een middel om haar te ontmoeten” (p. 445).

In oude culturen van het Nabije Oosten heeft de religie aandacht voor de rol van de zon en van de vrouw. Heeft dit het christendom beïnvloed?

Onze Lieve Vrouw van overal

In onze christelijke visie is Maria er omwille van Jezus. Wie en wat ze is, dankt zij aan Hem. In alles wat ze doet wijst ze naar Jezus. Een gezonde Mariaverering kan niet los staan van Jezus. Het feest van de tenhemelopneming brengt Maria bij haar verheerlijkte zoon.

Maria, de moeder van Jezus, ze is de Onze Lieve Vrouw van overal. De devotie van mensen kleedt en kleurt haar lokaal. Tot haar bidden mensen hun Ave zowel in tijden van oorlog als van vrede. Na oorlogen zijn kapellen gebouwd en beelden gehouwen voor Maria. In de twee tijdens de Eerste Wereldoorlog verwoeste dorpen van Langemarkt en Bikschote zijn de kerken herbouwd. Ze hebben glasramen tot eer van Maria met daarin taferelen uit de Wereldoorlog. In een van de vijf glasramen in Bikschote staat een gekroonde O.-L.-Vrouw centraal op een sokkel met kind en palmtak. Links van haar een geknielde biddende soldaat en rechts een oudere vrouw met paternoster in de hand.

Patrones van de pelgrims

Maria, vrouw van vlees en bloed, met een hart dat zoveel bewaarde (Lc. 2,19;2,51). Ze is de weg van het geloof gegaan. Zij kreeg daardoor het statuut van pelgrim en wordt als dusdanig vereerd. Op de weg naar Santiago - de grote Camino - kom je Jacobus tegen, vaak afgebeeld met de stok, de schelp en de drinkbus. Je hebt afbeeldingen van Jezus, die zelf de pelgrimstas draagt en met de leerlingen van Emmaüs op weg is. Maria wordt vereerd als Virgin del Camino in de buurt van León en als de peregrina in het heiligdom naar die naam in Pontevedra. Zij is gekleed als pelgrim en ze is de patrones van de pelgrims.

De basiliek van Sint Augustinus in Rome bezit een schilderij, dat Maria voorstelt als de Madonna van Loreto en patrones van de pelgrims. Dit werk van de Italiaanse barokschilder en grootmeester Carvaggio hangt in september 2014 als pronkstuk in het MAS (Antwerps Museum aan de stroom) voor de tentoonstelling ‘Heilige Plaatsen/Heilige Boeken’. Op dit topwerk is de intocht te zien van twee pelgrims in het ‘huis van de Heilige Familie’ van Loreto. Zij worden bij hun aankomst beloond met de verschijning van Maria en Jezus (kerknet.be).

Het huisje van Maria, het is een voorafbeelding van onze toekomst. In het hemels huis zal zij met Jezus en met het koor van engelen en heiligen allen onthalen, die trouw hun levensweg hebben afgelegd. Dan is ons gebed verhoord: “Schenk ons de vervulling van onze levenslange hoop: overvloedig leven in uw heerlijkheid.” In gemeenschap van de heiligen zullen wij met Maria, de Maagd en Moeder Gods, met de heilige Jozef haar bruidegom voor altijd Gods Naam aanbidden en Hem prijzen door Jezus Christus in de eenheid van de heilige Geest.” (Eucharistisch gebed, X).

Het schilderij van Caravaggio

Patrick Lateur schreef in Tertio een mooie beschouwing bij dit schilderij van Caravaggio. Het doek is volgens hem dit van de schoonste vrouw en de vuilste voeten. Maria onthaalt mensen die over de wegen van de wereld gaan. Patrick Lateur beschrijft het schilderij dat we straks in Antwerpen kunnen zien en dat hij meermaals heeft gezien in Rome in de kerk van Sint Augustinus:

“Voor de zoveelste keer liep ik naar de Sant’Agostino, in het midden van de wijk waar Caravaggio leefde. Vreemd, maar ik vertrek nooit uit Rome zonder achteraan links de Madonna van de pelgrims te hebben gegroet in de Capella Cavalletti. Ik ben er bijna altijd alleen, terwijl in de San Luigi dei Francesi mensen zich verdringen voor de Matteüsdoeken van de Capella Contarelli.

Het schilderij stelt de Madonna van Loreto voor met twee knielende pelgrims. Een vrome legende vertelt dat engelen het huisje van de Maagd aan het einde van de dertiende eeuw overvlogen uit Nazareth naar het stadje in de Marche. Wat bij anderen aanleiding vormt om een heilig huis, engelen en massa’s bedevaarders te schilderen, wordt door Caravaggio geëvoceerd in sobere, amper merkbare architecturale fragmenten. Ik zie een deurlijst in travertijn, rechts op de muur een gebroken pleisterlaag, onderaan een trede. Geen engelen. Op het voetpad knielen twee bedevaarders in verfomfaaide en vuile kleren, de handen gevouwen, het gelaat getaand. De voeten van de man zijn de vuilste die ik in Rome of elders ooit zag. In het deurgat staat Maria, de rug geleund tegen de deurlijst, de benen gekruist, de rechtervoet steunend op de tenen, want het Kind in haar armen weegt zwaar.

Een rijke glans ligt over haar linkermouw, maar het is vooral de blote, blanke hals die de aandacht trekt. Het is de felste plek op het doek. De courtisane Lena Antognetti, minnares van Caravaggio, gaf de Madonna haar zuivere trekken. Hier staat de mooiste Moeder met een levensecht Kind en in die bovenhoek valt op beiden licht in overvloed. De nimbussen achter hun hoofden onttrekken hen heel even aan de wereld, maar toch neigen hun gezichten vol mededogen naar de pelgrims die zelf in aanbidding omhoog kijken.

Tweemaal vier ogen, die elkaar kruisen in het duister waaruit de vier figuren oplichten. Zij vormen de essentie van het werk, naar hen gaat alle aandacht. De achtergrond blijft, zoals zo vaak bij Caravaggio, vaag. Van de vuile voeten naar de mooie hals lopen lijnen van hoop en belofte. En van gemeenzaamheid: de alledaagse houding van de aristocratische Madonna dialogeert met de adellijke houding van twee alledaagse mensen. In hen herkenden zich veel vrome zielen uit de laagste klassen, aan hen hebben veel adellijke heren zich geërgerd zonder te zien dat er naast de twee pelgrims nog plaats is voor een derde” (Tertio, 05.05.10)

Op de wegen van de evangelisatie

In zijn brief over de vreugde van het evangelie wijst paus Franciscus op de rol van Maria (Evangelii gaudium, 284-286). Hij noemt Maria de moeder van de evangelisatie. Hij eindigt zijn brief met een gebed tot haar, Ster van de nieuwe evangelisatie.

Maagd en Moeder Maria,

Gij die gedreven door de Geest

het Woord van leven hebt ontvangen

in uw diep en nederig geloof,

in totale overgaven aan de Eeuwige,

help ons ‘Ja’ te zeggen want nu, meer dan ooit,

moet de Goede Boodschap van Jezus weerklinken.

Gij die, vervuld van de aanwezigheid van Christus,

vreugde bracht aan Johannes de Doper,

en hem deed opspringen in de schoot van zijn moeder.

Gij die, jubelend van vreugde,

de wonderdaden van de Heer hebt bezongen.

Gij, die standvastig gebleven zijt onder het Kruis

met een onwankelbaar geloof

de vreugdevolle troost van de verrijzenis hebt ontvangen.

Gij bracht de leerlingen samen, wachtend op de Geest,

opdat de evangeliserende Kerk geboren zou worden.

Geef ons vandaag een nieuwe ijver als verrezenen

om aan allen het Evangelie van leven te brengen

dat de dood overwint.

Schenk ons de heilige hartstocht om nieuwe wegen te zoeken

opdat allen de schoonheid ervaren die niet verbleekt.

Gij, Maagd die luistert en aanschouwt,

Moeder van de schone liefde, bruid van de eeuwige bruiloft,

spreek ten beste voor de Kerk, waarvan gij de zuivere icoon zijt

opdat ze zichzelf nooit opsluit en nooit versaagt

in haar vurige verlangen naar de komst van het Koninkrijk.

Ster van de nieuwe evangelisatie,

help ons schitteren door het getuigenis van onze verbondenheid,

dienstbaarheid, vurig en edelmoedig geloof,

rechtvaardigheid en liefde voor de armen,

opdat de vreugde van het Evangelie

moge weerklinken tot aan de uiteinden van de aarde

en geen enkele plaats van zijn licht verstoken blijve.

Moeder van het levende Evangelie,

bron van vreugde voor de kleinen,

bid voor ons. Amen. Alleluia!

Zoeken in Preken Online