Over winnaars en verliezers

Feest · 15 augustus · Maria ten hemelopneming · wit

Beste vrienden,

Wij delen de mensen, en ook de wereld, op verschillende manieren in. Eén daarvan is de indeling in winnaars en verliezers. De winnaars, zo vinden wij doorgaans, dat zijn de sterken, de rijken, de door succes verwenden. Winnaars zijn voor ons al diegenen die het goed gaat in het leven.

De verliezers daarentegen, dat zijn al die mensen die van succes, bezit en bepaalde wensen gespeend zijn, diegenen die helemaal onderaan de ladder blijven staan. Winnaars zijn stralende mensen die toegejuicht worden, verliezers worden niet opgemerkt. Bij de winnaars horen diegenen die aan het schoonheidsideaal voldoen, die gezond en slank zijn. Tot de verliezers behoren al diegenen die lichamelijk anders valide of lijdend zijn. Leeftijd bepaalt ook dikwijls of ik tot de winnaars of tot de verliezers behoor. Daarom proberen veel mensen om er zo lang mogelijk jong uit te zien. Sommigen laten zich dat zelfs veel kosten aan schoonheidsoperaties.

Wie droomt er niet van om op het erepodium van het leven te staan om door je medemensen bejubeld en bewonderd te worden.

Ook mij is dat niet vreemd. Als kind heb ik er ook van gedroomd om een ster te zijn. Een gewone doorsnee mens te zijn is voor zeer velen helemaal niet attractief. Want het zijn toch alleen maar de winnaars die het in onze wereld kunnen maken. Maar is dat ook werkelijk zo?

Vandaag vieren we het feest van de tenhemelopneming van Maria. Laten we die vraag nu eens beantwoorden vanuit de eerste lezing uit de Apocalyps van Johannes. In die tekst ontmoeten we een vrouw die een groot teken aan de hemel is. Die vrouw is bekleed met de zon en de maan ligt onder haar voeten. Haar hoofd is omkranst met 12 sterren. Eén voor elke van de 12 stammen van Israël.

Die vrouw, die het uitverkoren volk Israël voorstelt, baart onder helse pijnen een kind, de lang verwachte Messias. Voor ons Christenen is die Messias Jezus.

De tegenstrever van die vrouw is een draak. Hij wil het kind verslinden, maar het wordt door God gered en weggevoerd. God bekommert zich om dat kind. Dat kind, de lang verwachte Messias, is voorbestemd om ooit over alle volkeren te heersen. De vrouw vlucht naar de woestijn waar God voor haar een toevluchtsoord bereid heeft.

Op het einde van de eerste lezing horen we een zin die ons moet oprichten, die ons moed moet geven en waaruit wij moeten leven: „Nu zijn de redding, de macht, en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn Messias.“

De draak, die de vrouw bedreigt, zal niet overwinnen. God handelt soeverein, niet de draak die aanvalt, maar de vrouw, die volledig op God vertrouwt, zal overwinnen.

Die tekst geeft eigenlijk een beschrijving van de Christenvervolgingen van de eerste eeuw. Maar ook wanneer het lijkt dat die eerste Christenen het onderspit delven omdat ze vervolgd en onderdrukt worden, Johannes beurt hen op: “Als we in ons leven op God en op zijn werken vertrouwen, dan zullen wij winnen en niet het kwade.”

Wij Christenen zijn niet hulpeloos uitgeleverd aan die draak van het kwaad, net zoals ook het kind en de vrouw niet hulpeloos aan het kwaad waren uitgeleverd. God is de soeverein van de geschiedenis, zowel van de wereldgeschiedenis als van mijn eigen persoonlijke levensgeschiedenis.

Ik geef toe, wanneer ik aan de Kerk van vandaag denk, dan krijg ik ook de indruk dat wij, Christenen, het zijn die verliezen. Wij zijn schijnbaar nog maar een klein overblijfsel. Soms lijkt het wel alsof wij de vreemde eenden in de bijt zijn. Gods boodschap schijnt in onze wereld geen weerklank meer te vinden. Je vijanden liefhebben, vredestichten, Bergrede, allemaal dingen die, in een wereld die geregeerd wordt door het geld van de banken, in de concurrentiestrijd dreigen onder te gaan. Maar wanneer we in God geloven, dan gebeurt er net het omgekeerde. Dan mogen we erop vertrouwen dat God in ons leven werkt. Dat is de boodschap van deze lezing. En wat ons dan nog meer vertrouwen kan geven. Het leven zal zegevieren!

De tenhemelopneming van Maria is een feest van Pasen. Het toont ons op een andere, een nieuwe manier: Niet de dood zal overwinnen, maar het leven!

Wij zijn geboren voor het eeuwige leven en niet om na ons sterven in het niets te verdwijnen.

Maar zeer veel mensen geloven dat na de dood alles voorbij is, en ze leven naar het motto: Laat ons maximaal van het leven genieten en in dat leven zoveel mogelijk trachten te beleven. Zij willen overal naartoe gaan en in hun leven alles gezien en meegemaakt hebben. Wee diegenen die hierbij niet kunnen volgen.

In zijn brief aan de Corinthiërs schrijft Paulus: “We moeten allemaal in Adam sterven. Maar in Christus worden we terug tot leven gewekt.” In Jezus worden we tot nieuwe mensen. Dan zijn we niet meer onderworpen aan de wetten van de wereld. De criteria van de wereld, wie winnaar en wie verliezer is, die hebben we achter ons gelaten. Nu tellen de criteria van de nieuwe wereld in God. Die nieuwe wereld is het paradijs dat we door de zondeval van Adam, waardoor de dood in ons leven is gekomen, hebben verloren.

Het is die nieuwe wereld in God die zal overwinnen. Dat is ook de blijde boodschap van het Magnificat, die we in het evangelie hebben gehoord. Ook al behoor je nu tot de verliezers van onze maatschappij, bij God hoor je bij de winnaars!

Dat bezingt Maria in het Magnificat: “Hij drijft uiteen wie zich verheven wanen, heersers stoot Hij van hun troon en wie gering is geeft Hij aanzien. Wie honger heeft overlaadt Hij met gaven, maar de rijken stuurt Hij weg met lege handen.”

Wie zal er ooit bij God tot de verliezers horen? Wie zijn die hoogmoedigen? Het zullen die mensen zijn die ervan uitgaan dat ze alles aan zichzelf en aan hun eigen kracht mogen toeschrijven. Het zullen diegenen zijn die zich niet willen bedanken. En de machtigen? Zijn die slecht omwille van hun macht? Neen, niet daarom. Maar wanneer ze vergeten dat zij, als machthebbers, als houders van hoge posities, eerst en vooral dienaars moeten zijn en niet heersers, wanneer ze hun macht misbruiken om anderen te onderdrukken, dan zullen ze van hun hoge troon worden gestoten. Zo worden de rijken bij God niet tot verliezers omwille van hun rijkdom, maar omdat ze weigeren om van hun rijkdom te delen, wanneer ze hun waarde als mens alleen nog in hun rijkdom zien. Macht en rijkdom mogen niet tot levensdoel worden. Want dan maken we ze tot afgoden, tot onze levensinhoud, die ons dan beheerst en waaraan we ons onderwerpen. Die afgoden maken ons onvrij!

Vandaag worden we naar het ware doel en de ware zin van ons leven gevoerd: een leven bij God en met God. Laat ons, net zoals Maria met God leven en onze hoop op Hem vestigen. Daartoe zijn wij, zowel de armen als de rijken, geroepen. Wie op God bouwen en op Hem vertrouwen zijn altijd de winnaars. Dan leven we reeds in dit aardse leven in Gods wereld. Maria heeft het heil reeds in haar leven gevonden. Dan kunnen ook wij in dit leven reeds veel heil ondervinden, en moeten daartoe niet wachten tot na onze lichamelijke dood.

Daarom zal alles wat het leven vernietigt ooit worden overwonnen, vooral de dood. Natuurlijk maken wij, zolang we in deze wereld leven, er ook deel van uit, zolang zijn we ook verwoven met haar vragen en haar zorgen. Zolang we in deze wereld leven zijn we aan haar onderworpen. Maar we moeten moed scheppen, God heeft alles overwonnen, vooral ook de dood. En omdat God de dood heeft overwonnen, kunnen wij, met Hem naast ons, alleen maar winnen, en we kunnen alleen winnen wanneer Hij aan onze zijde staat. Amen.

Zoeken in Preken Online