Beste collega’s,
misschien zijn jullie ook nog op zoek naar een geactualiseerde en solidair-betrokken manier om in de Vastenperiode en Goede Week de aloude kruisweg te gaan met jullie mensen..?
In bijlage vinden jullie de voorstelling van de ‘Kruisweg van de immigrant’ die door KMS (Kerkwerk Muliticultureel Samenleven) is gemaakt, en alle werkmateriaal dat daaromtrent te verkrijgen is. Plus de tekst van de toespraak die ik verleden donderdag mocht houden bij de opening van de tentoonstelling van die Kruisweg in roll-up versie, in de Heilig Hartkerk van Izegem. Fragmenten uit die tekst zijn misschien bruikbaar voor een eigen preek, meditatie of bezinningswoord in de Goede Week, wie weet..? In elk geval mag alles daaruit gebruikt en overgenomen worden. Als het maar zijn doel(publiek) bereikt…
Met hartelijke groet,
Geert Dedecker,
verantwoordelijke voor KMS West-Vlaanderen
Lentekriebels? Speel samen met je vrienden de spelletjes die Windows Live je aanbiedt! http://www.messengerbillboard.be/nl/play
VASTEN EN GOEDE VRIJDAG 2010:TOT LEVEN KOMEN met de Kruisweg van immigrant
TOT LEVEN KOMEN
stap voor stap de kruisweg van de immigrant gaan, in Jezus’ spoor
Tot leven komen|Kruisweg van de immigrant is een uitnodiging om binnen te stappen in één van de meest actuele en pijnlijke kwesties van onze tijd. Een uitnodiging om het verhaal van de immigrant te beluisteren en te bekijken als een bittere realiteit die bol staat van hoop en levensverwachting. Over immigratie en immigranten wordt veel geschreven en verteld. Te weinig dat immigratie oorzaken heeft. Persoonlijke en maatschappelijke. Eenvoudige of complexe. Wie echt van dichtbij gaat kijken die ziet dat immigratie een dramatisch gevolg is van ongelijkheid, sociaal onrecht, van een cultuur van onverantwoordelijk omgaan met elkaar en met onze planeet.
Déze beklijvende kruisweg wil dat alles verbeelden, laten zien en horen. Hij is gemaakt vanuit de stem van twintig immigranten die hun immigratieverhaal statie per statie vertelden. Doorheen hun lijdensverhaal schittert ook de hoop van degenen die ‘op weg’ moeten. Langs de lijdensweg breekt licht door. Vernedering, misprijzen, uitbuiting zijn niet ‘heerlijk’, integendeel. Jezus van Nazareth, Christus, gaat op Golgotha dezelfde weg. Na lichamelijke pijn, geestelijk verstoten, maatschappelijk uitgespuwd, verlaten en vol wanhoop, onverwacht opnieuw beademd door de Geest met de kracht van de verrijzenis.
**TOT LEVEN KOMEN is geschikt voor gebruik in kerkgebouwen, onderwijs, welzijnswerk en diverse pastorale initiatieven in het kader van de vastentijd en goede week. **
TOT LEVEN KOMEN | Kruisweg van de immigrant
is een project van Kerkwerk Multicultureel Samenleven – KMS
Te verkrijgen
-
in postervorm (16 afdrukken op licht karton in doos - formaat A3). Prijs: 25 euro per reeks
-
als verzorgde tekstbrochure (64 p. – A5 ) met divers tekstmateriaal voor individueel of groepsgebruik bij verschillende gelegenheden. Prijs: 1,50 euro/stuk
-
op CD - Rom (voor beeldprojectie (25 min), inclusief tekstmateriaal in pdf en muzieksuggesties). Prijs: 25 euro per cd-rom
De rollup tentoonstelling van deze kruisweg (16 zelfstandig staande staties) is niet meer beschikbaar tot Pasen 2010.
Voor info over de verhuurvoorwaarden:
Alle prijzen zijn exclusief verzendingskosten
Bestellen kan: langs
KMS - Huidevettersstraat 165 – 1000 Brussel Tel: 02/5021128 Fax:: 02/5028101
contact : Didier Vanderslycke
nationaal secretaris
Kerkwerk Multicultureel Samenleven
B-1000 Brussel
t (0032)-(0)2 - 5021128
f (0032)-(0)2 - 5028101
m (0032)-(0)478 - 234564
TOT LEVEN KOMEN – Kruisweg van de immigrant.
Op 4 mei 1995 werd op een belangrijk kruispunt in Nijmegen-Nederland een monument onthuld ter herinnering aan de bijna 400 joodse mensen uit de stad die in de tweede wereldoorlog zijn omgekomen. Het monument bestaat uit een bronzen beeld van een treurig voorovergebogen vrouw, en achter het beeld staat een gedenksteen, met daarop de volgende (bekende) tekst van Leo Vroman:
‘KOM VANAVOND MET VERHALEN
HOE DE OORLOG IS VERDWENEN
EN HERHAAL ZE HONDERD MALEN
ALLE MALEN ZAL IK WENEN…’
Het pleintje waar het beeld staat, werd ter gelegenheid van de onthulling van het monument vernoemd naar Kitty de Wijze, een jonge joodse vrouw uit Nijmegen, die in 1942 om het leven kwam in het concentratiekamp van Auschwitz.
Vanuit KMS vonden wij reeds geruime tijd dat er in Vlaanderen absoluut en dringend een gelijkaardig soort ‘gedenkteken’ moest worden opgericht voor al die ontelbaar vele mensen met een migratiegeschiedenis die hier bij ons de laatste jaren komen aangespoeld, en soms hopeloos op zoek zijn en blijven naar geborgenheid en toekomst, naar een huis en een thuis hier in ons midden…
Dat ‘gedenkteken’ is er nu. Het is de ‘Kruisweg van de immigrant’ geworden, die hier vanaf vandaag in twee kerken van Izegem zowat een maand lang in de roll-up versie wordt tentoongesteld.
Hoe is die Kruisweg tot stand gekomen?
In het najaar 2008 bezocht Saddie Choua, sociologe, filmmaakster en schrijfster, twintig mensen in België met een migratiegeschiedenis. Met de gekende kruisweg van Jezus van Nazareth op schoot liet ze hen statie na statie fragmenten uit hun ‘immigrantenverhaal’ vertellen, en vroeg hen te verwoorden wat de beelden van de kruisweg daaromtrent bij hen opriepen. De herkenning bleek verrassend groot te zijn. Het redactiecomité engageerde daarop Elisabeth Verwaest als fotografe, om vanuit het getuigenverslag een nieuwe verbeelding te maken van de aloude kruisweg. Zij componeerde in vijftien foto’s op canvas een nieuw geheel, trouw aan het basisconcept, maar ook aan de reflectie over de twintig gesprekken. Het resultaat was spraakmakend. Het werd een ware kruisbestuiving van lijden en hoop, wanhoop en opstanding.
Je leest de verzamelde teksten (ik heb ze zelf wel honderd keren doorgenomen – het is een behoorlijk dik pak A4-tjes); je kijkt naar de verbeelding ervan, en je gelooft je oren en ogen niet. Je begrijpt wat er staat, denk je - je wist toch reeds één en ander over asielzoekers en mensen zonder papieren. Maar ineens hoor je gesprekken van jaren geleden, alsof je erbij was. Je ziet gezichten en situaties die je van ergens meent te herkennen – en toch weer niet… Hoe komt dat?
Dat komt omdat ieder mensenleven een boek is. In ieder die geleefd heeft sluimeren verhalen die hij of zij nog nooit kon vertellen, een lied dat men kwijt is, vergeten dromen, namen die je niet meer te binnen schieten, gezichten die je je niet meer voor de geest kunt halen. Verbindingen zijn verbroken, sporen bijster geraakt, gaten gevallen. En toch - kan een mens zijn jeugd vergeten? Daar liggen toch je bronnen, toen ben je gemaakt of gebroken, of je wil of niet. Je jeugd en kindertijd, je verleden: voor de één is het een verloren paradijs, voor de ander een angstland, een ‘Egypte’ waar je ternauwernood aan bent ontkomen; voor weer anderen iets van beide, omarming en verstoting, verzadiging en honger, heimwee en afkeer. En al die herinneringen daar bij, aan godsdienst en politiek, aan eigen cultuur en nestwarmte, aan omgeven zijn of in de steek gelaten. Scherpe en vage, hele en halve waarheden, overbelichte fragmenten van geluk en ongeluk; met de vele latere vertekeningen en bijkleuringen er bij van je vroegste belevenissen… Verhalen zijn mensen, levende stukken geschiedenis en toekomstdromen. Verhalen zijn het leven zelf. Dank zij woorden en beelden bewegen zij en gaan hun eigengereide gang, en wie er iets van hoort of over voort vertelt, houdt kwetsbaar leven vast tussen zijn handen, en weet dat het uiteindelijk iets met zijn of haar eigen leven te maken heeft.
Uit de grote desolaatheid van het vluchteling-zijn kwamen deze verhalen van liefde en hoop. Verloren gewaand warmden zij zich op aan het vuur van het gesprek, en groeiden zienderogen in het hoofd, het hart, en de ogen van de geïnterviewden. Langzaam werden mensen zichzelf en braken open. Vertelde wanhoop trok een spoor van leven. Wat een verlossing – wat een open-baring: ik mag het eindelijk eens allemaal vertellen – er is iemand die mij hóórt, die luistert (niet ont-luistert!), die misschien begrijpt… Soms plaatsten de immigranten er zelf nog leestekens bij, vraagtekens en een enkel uitroepteken. En bij wijlen zelfs ‘drie puntjes’ of een ‘gedachtestreepje’ die vragen om een vervolg – gammele wegwijzers van geloof-ondanks, signalen die om toekomst smeken, bakens van hoop, strohalmen van bijna zeker weten.
Van aangezicht tot aangezicht…
En dan de foto’s. Fotografie heeft per definitie iets van bewaren, van ‘waar laten worden’ van licht en leven. Het duurzaam maken van een ‘ogen-blik’. Ontwikkelen ook achteraf, bewerken, versnijden en kadreren, om los te maken van al te individu-gebonden visies. Elke foto die met zin voor kunst en ambacht gemaakt wordt is een krachtmeting, een gevecht, een poging tot overwinnen van de chaos. Scheppingswerk… En dat alles in zwart-wit. Zulke beelden tonen haast vanzelf de wereld naakter, harder, eenzelviger. Zwart-wit fotografie is een ontkleurend medium, scherp en uitzuiverend. Wat ik eerst zie is een weefsel van lijnen en motieven, varianten op de ‘kruis-steek’. Licht en schaduw, en wat grijze tinten tussenin – meer is het niet. Zo vervlochten en in elkaar verward zijn oorzaak en gevolg, winst en verlies. Scherpe contrasten waarop ik me blind staar, en een moment ga denken dat het misschien allemaal uitzichtloos en onoplosbaar is.
Maar graaf ik dieper dan het oppervlak; kom ik met mijn binnenkant voorzichtig dichterbij, en kijk ik vanuit mededogen en inleving, dan merk ik wat veel eerder is en meer oorspronkelijk. Ik zie het kader en de context, alles wat aan de momentopname voorafgaat; ik zie dat er ogen zijn, een hand en een gezicht; dat uit het geheel telkens weer een aangezicht opdoemt van iemand, een mens in nood. Beeld van een onbekende en toch allernaaste die van oorsprong af om mijn aandacht roept, smeekt om mijn medeleven. Er is een aangezicht, een niet te loochenen lichtbron, die mij uitnodigt om te zien en met volle teugen de dorst naar leven te proeven. Zodat ik zelf op de duur bron word van mededogen en compassie. Vraag niet in de eerste plaats naar de naam en de herkomst van die mens – hij komt in Gods Naam beroep doen op jou. Zoek vooral ook niet naar de hemelse coördinaten van die God. Hij woont in elk gezicht van mensen hulpeloos, als een inscriptie in hun ziel, een haast onleesbaar opschrift op het kruis: ‘Ziedaar de mens…’
Heilige grond…
Diep geraakt word ik door deze beelden van de mens in zijn ontluistering. Ik wil mezelf er in herkennen, en niet langer verhelen dat hun lot het mijne is, vroeg of laat. Aandachtig moet ik schouwen om te zien dat er méér is dan angst. Open ogen die mij aankijken en vragen: ‘Laat me tot leven komen. Jij hebt toch leven in mèèr dan overvloed? Laat mij er dan van delen. Want ik ben je zus, je broer – een mens als jij…’ Met in die ogen ook bijna altijd iets van het ongenaakbare; een oorspronkelijke sterkte en waardigheid die toch intact zijn gebleven. Elke dag een beetje doodgaan, dat is een ervaring van heel wat geïnterviewden. Maar dan toch weer rechtop komen, niet verdoofd blijven liggen. Dit zijn mensen rechtop en oprecht, zelfs in het vallen langs de kruisweg tot driemaal toe.
Telkens weer ontdek ik ook dat het sleutelwoord om dit grote kruiswoordraadsel van de migratie en het op de vlucht zijn goed in te vullen is: ‘huiveren’, en ‘ontroerd zijn’. Je moet tot in je hart geraakt zijn, om deel te krijgen aan het gebeuren van de grote wereld. Alleen wat je gevoeld hebt en met heel je wezen hebt geproefd is blijvend en onuitwisbaar. Wij hebben in onze maatschappij alles geabstraheerd, vertheoretiseerd, gereduceerd. Wij spreken en denken nog zoveel over wat wij niet kennen van dichtbij. Over ‘het onrecht’, ‘de honger’ en de ‘armoede’, over heimwee, eenzaamheid, verlangen en verdriet…
En nu zie je ineens van dichtbij: dat is het dus, een immigrant te zijn. Hier in deze Kruisweg is een dieptebeeld van wat televisie en kranten dag na dag tonen. Dat is het nu concreet, waarover zo vaak gepraat wordt in abstracte termen. We krijgen een wereldwijd perspectief, samengebald in deze concrete mensen met een naam en een gezicht, en met hun indringende verhalen.
Veronica – de ‘ware icoon’…
Ik blijf na het zien en bemediteren van deze Kruisweg een beetje verweesd achter als Veronica uit de zesde statie. Met een stil makende impressie, een onuitwisbaar beeld gebrand op het netvlies van oog en geweten, een beklijvende ‘indruk’ van de immigrant in al zijn uniciteit en diversiteit - de ‘ware icoon’. Veronica zelf komt niet voor in de teksten van de evangelies. Toch is zij één van de bekendste namen uit de passieverhalen. Wellicht heeft dat te maken met het diepmenselijke en herkenbare gebaar dat zij stelt: de warmte van het ‘ik verlaat je niet’; het laten voelen: ‘Je kan op mij blijven rekenen…’ Soms kan een mens niets méér doen, dan het beeld van het lijden op zijn netvlies laten branden – in een poging om nooit meer te vergeten…
Waarom huiver ik zo sterk, telkens ik deze verhalen hoor, deze gezichten zie? Omdat het stand-punt van deze mensen, hun situatie, ‘heilige grond’ is - in de bijbelse betekenis van dat woord. Zij staan zondermeer op de plek waar ooit de onbekende Naam aan Mozes werd gespeld; waar die vreemdeling in Egypte het spoor bijster raakte in Niemandsland, om tenslotte te ontsporen in de vrijheid van het voorgoed betrokken zijn. ‘Heilige grond’ is dus voor mij het pad waarover deze kruisweg loopt, te midden de woestijn van Nergensland.
De kruisweg gaan mag geen devotioneel, vrijblijvend gebeuren zijn dat enkel in de Goede Week plaats grijpt. Het gaan van de kruisweg hangt samen met wat wij buiten die Week dag na dag proberen te doen. Essentieel is het besef dat Jezus ook vandaag nog gekruisigd wordt in ontelbaar velen. Al even essentieel is: de vloek die er bij hoort van onze kant. Het ‘godverdomme’ tegen onrecht. De krassen op de ziel. De afschuw, de schaamte waarmee je als toeschouwer achterblijft. Onze verering van het kruis kan er in bestaan in daden van solidariteit die dagelijkse kruisiging te bestrijden. De strijd voor gerechtigheid is de strijd voor het leven zelf. En dat vraagt om hardnekkigheid, om geduld, om woede, om inzicht, om trouw. En daar bovenop nog heel veel tederheid. Want die kan een enorme politieke kracht hebben. In de bevrijdingstheologie bestaat de slogan, op grond van woorden van de dichter Pablo Neruda: ‘De strijd van de armen voor gerechtigheid leidt uiteindelijk naar een weg van tederheid voor alle volken…’
Dat Grote Boek, die atlas van ‘gewijde geschiedenis’, waar al die heilige plekken en verhalen van vroeger en vandaag in staan beschreven, laat het altijd opengeslagen liggen in onze kerken en gebedsruimten naast deze Kruisweg, liefst nog met de versgedrukte krant erbij. Mogen de beelden en teksten ons geweten wakker houden en ons blijvend verontrusten en vertroosten…
Stoet van leven…
Deze Kruisweg wil tegelijk ook een eerbetoon zijn aan de zo ontelbaar velen (vrijwilligers en professionelen) die zich onvermoeibaar inzetten voor de opvang en begeleiding van deze mensen. ‘Er lopen heiligen op straat,’, schrijft Toon Tellegen ergens in een gedicht. ‘Ze zijn te herkennen aan hun onopvallendheid, aan hun onzichtbare mantels van oneindige kostbaarheid die losjes om hen heen wapperen, aan hun verdriet. Als we ze tegenkomen lopen we ze voorbij. Maar we horen iets ruisen. Als we omkijken zien we dat ze zich losmaken van de andere mensen, hun pas versnellen, zijstraten inslaan. Overal staan mensen stil en kijken om…’
Met de verdrukten solidair zijn kan op veel manieren. De beste en meest concrete manier is: mij laten kennen als een ‘compañero’, een ‘co-pain’, een ‘compagnon’, letterlijk iemand die zijn brood wil delen met zijn reisgezel. Je solidariseren is je blootstellen aan dezelfde verdrukking, beschimping en veroordeling als die welke de armen en verdrukten ondergaan. Dit is de kern, het meest krachtige van wat er over Jezus van Nazareth te verkondigen is: Hij is alvast niet weggelopen, Hij heeft zijn gezicht niet afgewend van onrecht en ontbering. Hij heeft zelf zijn laatste veiligheid opgegeven. Zijn paspoort, identiteit, integriteit, zijn rechten, identificatienummers, verzekeringen en verbanden. Hij was en is tot op vandaag een Goede-Vrijdag-mens, een Mens van God ook, altijd op zijn Paasbest…
Met deze kruisweg groeten wij jullie allen eerbiedig, mensen op de vlucht, en mensen-zonder-papieren, geregulariseerde en vaak reeds perfect geïntegreerde mensen van bij ons, en jullie begeleiders. Wij willen jullie namen zegenen. Er zullen wel grotere meesters zijn in de spiritualiteit, en zeker zijn er meer bekende. Maar jullie, mensen van deze Kruisweg, mogen van mij met jullie gezichten en verhalen voorgoed mee opgenomen zijn in mijn eigen kleine geloofs- en gebedsbibliotheekje. Ik buig diep voor jullie, en kijk jullie aan met groot respect.
Jullie zegenen betekent tegelijk altijd ook: jullie goede dingen aanzeggen (bene-dicere!), jullie vrede en sjaloom toewensen vooral. Je mag geloven dat Jezus leeft. Mens zoals wij, op wie wij mogen lijken. Dus mag jij ook leven, zus en broer. Je mag geloven dat wij ooit samen achter Hem aan zullen gaan, in een grote stoet van leven. Het graf ontkomen, de toekomst tegemoet. Je mag geloven dat die dag bijna is aangebroken. Tijd om te bloeien en in vrijheid te leven. Wij zelf zullen jullie namen en verhalen steeds weer in herinnering roepen om onze eigen bestemming niet te vergeten: dat wij solidaire mensen moeten zijn. Dat wij niet mogen toegeven aan de verleiding om oppervlakkig over alle lijden heen te leven. In jullie geschiedenis, in jullie heimwee en groot verdriet, in jullie onvervuld verlangen staat het kruis in ons eigen midden voorgoed geplant.
Moge dan ook deze ‘Kruisweg van de immigrant’ gezegend worden door de Heer van alle Leven en uitgroeien tot een instrument van Zijn Geest om onze deuren en harten te openen voor al wie vreemdeling is hier op aarde. Amen. Het zij zo! Van U is de toekomst, kome wat komt…
Geert Dedecker
(toespraak bij de opening van de ‘Kruisweg van de immigrant’ in de Heilig Hartkerk van Izegem – donderdag 25 februari 2010)