4e zondag in de veertigdagentijd C

C-cyclus · Vasten · 4e zondag van de Vasten · roze

Zondag na zondag in de veertigdagentijd leren we dat God onze Vader is. Vanaf de zondag van de bekoringen ontmaskert Jezus de duivel op dit punt. Hij is de Zoon van God en zal zijn werk gehoorzaam doen. Op de Tabor gaat het om meer dan gehoorzaamheid. Jezus is er ‘de Uitverkorene’. Hij is de geliefde Zoon. ‘Luistert naar Hem’, zegt de stem. Door te luisteren naar de Zoon, door gehoorzaamheid aan Hem, leren we God als onze Vader kennen. De derde zondag sprak over het vertrouwen. Abraham, Isaac en Jacob hadden vertrouwen gehad. God heeft hen beschermd en gezegend. Farao en Israël hebben God niet vertrouwd. Zij zijn omgekomen in de woestijn en in de Rode Zee. In het wachten op vertrouwen overdrijft God als een geduldige vader. Tien wonderen, tien tekenen, tien plagen, veertig jaar in de woestijn, vier jaar wachten op de vijgen van de boom, vooraleer Hij Egypte en Israël aan de vrijheid van hun onbekeerde hart overlaat.

Een vierde zondag gaan wij op zoek naar de definitie van God als onze Vader. Een nieuwe verrassing wacht ons. Een nieuwe parabel van de geliefde Zoon dwingt ons tot aanbidding of eigenzin, tot liefde of haat, tot bekering of volharding in de onverschilligheid. De verrassing bestaat hierin dat God geen groot onderscheid maakt tussen zondaars en rechtvaardigen. Als Vader heeft Hij beiden lief. Hij vergeet en vergeeft als de zondaar terugkomt en zoekt de rechtvaardige op, die meent zonder zonde te zijn. Alleen met beide zoons thuis is het feest voor de Vader. Zoveel hadden wij van God niet verwacht. Hij moest het ons zelf leren door de geliefde Zoon bij uitstek, die het ons in zijn parabel openbaart.

Het is de Vader van de beide zoons die we vandaag, op zondag Laetare, vieren, en die we volgende zondag vieren als we God ook zullen herkennen als de Vader van de overspelige vrouw en van de schriftgeleerden en Farizeeën, die haar willen stenigen. Ook daar openbaart Jezus dat het onderscheid tussen de vrouw en de aanklagers in Gods ogen minder dan gering is. De vrouw heeft gezondigd. Maar niemand wordt veroordeeld.

‘Laetare’ betekent: verheug u! De oproep bij de intrede zingt van vreugde: ‘Wees blij met Jeruzalem! Verzadig u aan haar troost-rijke borsten’! Verheug u dus, heilige kerk, hier samengekomen om de liefde te vieren. Uw enige bekommernis, uw enig verdriet zij de afwezigheid van zoveel zusters en broeders. Het openingsgebed is allegro: ‘alacri fide, met blij geloof moge uw volk zich voorbereiden op het komende paasfeest’! De verzoening in Jezus is de reden van deze blijdschap. Israël viert voor het eerst Pasen in Kanaän. God zelf is de wijn die ze daarbij drinken: ‘Proef en drink tot op de bodem: beste wijn is Jahwe’, antwoordt psalm 34 op het verhaal van Jozua. ‘Nieuwe schepping in Christus’ zijn wij volgens Paulus aan de Korintiërs, tweede toast voor het feest van vandaag. En ’nieuwe wijn’ moet ’niet in oude zakken’. ‘Vol vreugde bieden wij de gaven aan’, bidden wij na het evangelie van zoveel verzoening. Heel deze mis zindert van vreugde. Niemand die niet een stukje dronken is.

Er is een derde broer denkbaar. Hij is uit Jezus’ parabel te distilleren. Hij is niet ’naar een ver land’ vertrokken en ‘slechte vrouwen’ heeft hij niet aangedurfd. Als hij thuis bleef was het ook niet om hard te werken. Hij mist de moed van de jongste. Hij mist de werkkracht van de oudste. Een conformist is hij voor de oudste. Hij is echt niet sympathiek. Maar als hij hier de viering bijwoont, laat ook hij feest vieren, dat ook over zijn lippen een lied kome, dat ook hij de beker heffe! Dat hij hem drinke tot op de bodem! Christus’ bloed bevat hij tot verzoening van allen.

Zoeken in Preken Online