Er zijn in het evangelie parabels waarmee we zo vertrouwd zijn geraakt, dat wij aan de eigenlijke boodschap gemakkelijk voorbijgaan. Zo’n parabel is die van de verloren zoon.
De titel van deze parabel is problematisch: ‘Parabel van de verloren zoon’. Wie is er eigenlijk verloren? Is het de jongste zoon die thuis weggaat, in de vreemde veel miserie kent, dan terugkomt en door zijn vader verwacht en verwelkomd wordt? Of is het de oudste die thuis blijft, correct leeft, maar tenslotte niet meefeest omwille van zijn jongste broer?
Bijbelkenners willen de titel van deze parabel veranderen en hem noemen: de parabel van de barmhartige vader. Eigenlijk gaat heel het verhaal over de vader. Hij is het die zijn zoons tegemoet gaat, hen probeert te begrijpen en aan beiden evenveel liefde bewijst. Het probleem in deze parabel is niet de liefde van de vader, maar de vraag of wij deze liefde willen nemen. Vele mensen kunnen dit niet begrijpen: een mateloze liefde, die de zonden niet telt, die geen verdiensten af meet, maar enkel vraagt om aanvaard te worden. Daarom kan men misschien nog een andere titel plaatsen: de gelijkenis van de zonen van de vader. Wij zijn allemaal zonen en dochters van God, onze Vader. Wij zijn erfgenamen van zijn liefde en toewijding. De jongste zoon kan deze liefde erkennen en aanvaarden, al gebeurt het pas na de crisis die hij heeft doorgemaakt. De oudste zoon wil van deze liefde geen gebruik maken, hij wil de liefde van zijn vader verdienen. Stilzwijgend wil hij aan zijn vader zeggen: ik zal voor jou wel de knecht spelen. Maar dit knechtenleven maakt hem wel grimmig en duister. Hij spreekt niet meer van zijn broer, smalend noemt hij hem ‘uw zoon’, die ‘uw’ vermogen met slechte vrouwen heeft verkwist. Hij echter heeft zijn vader zoveel jaren trouw gediend. Zou hij zich nu ook door de liefde van de vader laten vinden? De rechtschapen zoon is door zijn eigen toedoen een verloren zoon geworden die, eenzaam en onverzoend, buiten de warmte van de liefde blijft. Hij begrijpt niet dat liefde niet verdiend moet worden, dat men die enkel hoeft te aanvaarden. Hij heeft alleen de uitnodiging te aanvaarden en het huis binnen te gaan. Don Helder Camara bemediteert deze tekst aldus: ‘Ik bid onophoudelijk voor de bekering van de broer van de verloren zoon. Steeds weer klinkt mij die verschrikkelijke vermaning in het oor: de eerste is opgestaan uit zijn zonde, de tweede… wanneer zal die wakker worden uit zijn deugd?’
Paulus schrijft in de tweede lezing van deze zondag: “God heeft zich door Christus met ons verzoend.” Hij telde de fouten van de mensen niet. “Wij smeken U in Jezus, Naam: laat u verzoenen met God.”
Dat doen wij als wij verzoend staan tegenover elkaar en elkaars fouten niet tellen, zoals de oudste broer deed. Laten wij ons keren naar God door te proberen een beetje goed te zijn zoals God, dan kunnen wij allen leven.