Pinksteren C

C-cyclus · Paastijd · Pinksteren · rood

Ieder jaar met Pasen herdachten de joden dat Jahweh hen had bevrijd uit Egypte, en hun nieuw land en nieuw leven had geschonken. Vijftig dagen later vierden ze elk jaar het dankfeest voor de oogst. Bij gelegenheid van dat feest kwamen ze van heinde en ver naar Jeruzalem.

Het is op die dag, terwijl er dus veel vrome gelovige joden verzameld zijn, dat de apostelen, aangevuurd door de heilige Geest, weer de straat op durven, en weer durven spreken over Jezus, zijn leven, sterven en verrijzen.

Lucas vertelt: joden, vrome mannen uit allerlei windstreken, liepen te hoop om naar hen te luisteren; en ze zeiden vol verbazing: ‘Maar zijn allen die daar spreken, dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ze een taal spreken die wij verstaan?'.

Inderdaad, de apostelen kwamen uit Galilea, en dat was voor vrome joden de streek van de heidenen. Daar woonden wat vissers rondom het meer, ongeletterden, niet thuis in de Bijbel, geen gesprekspartners omdat ze de Schriften niet konden lezen; die spraken hun taal dus niet…

Pinksteren gebeurt echter waar gelovigen die de Bijbel als hun eigen taal beschouwen, als hun eigen bezit, plotseling anderen in dezelfde taal horen spreken. Bijvoorbeeld: wanneer christenen niet-christenen horen spreken over vrede en gerechtigheid; of wanneer kerkelijke mensen anderen die nooit een kerk van binnen hebben gezien, horen praten over eerbied voor de schepping. Pinksteren gebeurt daar waar christenen, die de naastenliefde hoog in hun vaandel hebben, humanisten en anderen op dezelfde manier zorg zien dragen voor hun medemensen. Eigenlijk spreken ze dezelfde taal. Amnesty International bijvoorbeeld doet wat de kerk preekt: mensen bevrijden die ten onrechte gevangenen zitten. Soms komen er heel goede initiatieven uit een ‘verdachte’ hoek, en raken we ook een beetje in verwarring. Pinksteren gebeurt dus waar Galileeërs, zogenaamde heidenen, een taal spreken die ook de onze blijkt te zijn.

En het gebeurt ook omgekeerd. Je bent iemand die het christendom al lang heeft afgeschreven, de kerk beschouwt als een voorbij instituut, en plotseling ontdek je dat het christenen en kerkmensen zijn, die dingen doen, waar je hen niet voor had aangezien. Je ziet en hoort dat juist kerkmensen in Zuid-Amerika de kant van de armsten kiezen; je ziet hen in Oost-Europa jongeren een geestelijk dak boven hun hoofd geven; op de Wallen blijken een paar nonnen hun huis dag en nacht open te houden voor zwervers, hoeren en junks.

Waar we door elkaar geschud worden, en misschien het gevoel krijgen dat zij doen wat ik altijd als mijn gebied heb opgeëist, daar wordt het Pinksteren. Waar mensen elkaar herkennen in gezamenlijke zorgen en vreugde die wordt gedeeld, waar groepen die nauwelijks met elkaar van doen hadden, elkaar vinden, daar waait Gods heilige Geest.

En die Geest waait, zoals de Bijbel zegt, waar Hij wil. Hij zou vooral in en vanuit de kerk moeten waaien, dat wel, maar Hij is niet haar eigendom.

Zoeken in Preken Online