Het verhaal over het pinksterwonder heeft een bijzondere stijl. Let er maar eens op hoeveel sterk geladen woorden er gebruikt worden om die overrompeling van Gods Geest duidelijk te maken: een plotselinge rukwind, beweeglijke tongen van vuur, opengeslagen deuren en mensen bedwelmd door zoete wijn. En ook de uitwerking van die Geest is overrompelend: de twaalf waren op dezelfde plaats bijeen, en mensen uit alle volken liepen daar samen, zij hoorden zich allemaal aanspreken in hun eigen taal. Dit alles werd bewerkt door een en dezelfde Geest.
Nu zou er natuurlijk veel te zeggen zijn over de theologische betekenis van dit verhaal, maar in elk geval treffen ons drie dingen: bezieling, kracht en getuigenis.
Gods Geest werd de ziel van die eerste christenen. Hun bestaan werd niet meer geleid door menselijke motieven, zij waren vol van Gods Geest. De omstandigheden van hun leven zullen wel dezelfde zijn gebleven, met goede en kwade dagen, met ziekte en zorg, maar de apostelen weten alles in hun leven in verband te brengen met Jezus. Die bezieling hoeft geen wonderbaar gebeuren geweest te zijn, waardoor zij ineens totaal veranderden, maar zij laten zich niet meer ontmoedigen: hun leven heeft een nieuwe horizon gekregen.
Het pinksterfeest spreekt ook van kracht. De apostelen waren geen helden, zij hadden hun gebreken en fouten, zij waren bang en onzeker zoals ik en u. Maar als het erom ging te kiezen voor het goede, voor Jezus, dan wisten zij van geen wijken. Een innerlijke kracht dwong hen tot het goede. ‘Wij kunnen niet anders’, zeggen ze dan. Zij hebben moedig gedaan wat Jezus hun had voorgedaan, zij hebben openlijk de woorden van Christus verkondigd.
Tenslotte spreekt het pinksterverhaal van getuigenis. Een mens die leeft vanuit de Geest van Jezus, brengt zijn verleden en zijn toekomstig leven in verband met Jezus. Hij steekt zijn overtuiging niet onder stoelen of banken. Voor hem is Jezus de eerste en de laatste, Hij leeft zo van Jezus, dat hij in zekere mate Jezus gaat uitstralen, dat hij een levende verwijzing wordt naar Jezus. Dat getuigenis kan zwijgend zijn of sprekend, werkend of lijdend, maar door alles heen gaat iets van hem uit, dat naar Jezus verwijst.
Zeker, de apostelen kenden Jezus reeds lang, zij hadden dagelijks het leven met Hem gedeeld en toch hadden zij deze uitstorting van Gods Geest nodig om tot deze bezieling, kracht en getuigenis te komen.
Zo is het misschien ook bij ons: wij zijn reeds jarenlang christen, wij kennen de woorden en daden van Jezus, onze gewesten zijn sinds eeuwen geëvangeliseerd, maar toch spreekt de paus van een tweede evangelisatie en hebben ook wij die uitstorting van Gods Geest vandaag meer dan nodig. De Geest zal ons bezielen door ons alles in herinnering te brengen wat Jezus gezegd en gedaan heeft, zodat wij leven met de vraag: wat zou Jezus doen in mijn plaats? De Geest zal ons de kracht schenken om alles waarmee Hij ons van binnenuit bezielt, naar buiten te brengen, zodat wij zelf tegen de stroom van de tijd en van de mentaliteit van de wereld in durven getuigen van de waarheid van het evangelie.
Wij hoeven niet zitten te wachten op buitengewone dingen in de Kerk of de maatschappij; laten we maar niet te hoge eisen stellen aan de heilige Geest; hopelijk komen wij er zo ook, anders zou het gevaar kunnen bestaan dat ik en misschien ook u, buiten de prijzen zouden vallen.