Piksteren 2007

C-cyclus · Paastijd · Pinksteren · rood

Nadat op Hemelvaartsdag ná de voorlezing van het evangelie onze grote paaskaars, symbool van Christus die na zijn verrijzenis opnieuw aanwezig kwam onder Zijn leerlingen, door hen opnieuw werd gezien en ervaren, anders dan voorheen, anders dan vóór Zijn lijden en sterven, maar tóch … nadat die paaskaars, omhuld door een wierookwolk, was weggedragen ontstond er hier midden in de kerk een open plek, een leegte … Veertig dagen had de paaskaars hier gestaan en hadden wij geweten: de Heer is in ons midden, maar nu was er dat vacuüm, die lege ruimte … En de vraag is dan natuurlijk: Wat gebeurt er met die lege ruimte, wordt die weer opgevuld? Hoe wordt die ruimte opgevuld? Hoe gaan wij daar mee om? Wat gebeurt er? Het is, veelgeliefden, een heel reële vraag na ieder vertrek en na ieder neerleggen door iemand van een functie ook, bij elke vacature. We maken dat hier in de kerk ook voortdurend mee: Hennie wil stoppen met de bloemen. Wie gaat het dan nu doen? Hert worden Nazir en Mariëtte. Henk Ostendorf loopt al geruime tijd te aan te kondigen: Dan en dan stop ik ermee, met het kostschap. Wie neemt die taak van hem over. Meneer Vendrik, indrukwekkende bas, steunpilaar van het Salve Regina-koor, is gestorven. Komende woensdag wordt hij vanuit de Martelaren van Gorcum begraven. En hoe gaat nu zijn familie, zijn vrouw op de eerste plaats, hoe gaat men nu zonder hem verder? Hoe gaat het koor verder? Zijn er in deze tijd nog nieuwe steunpilaren voor een klassiek kerkkoor te vinden?

Een open ruimte, een vacuüm, een vacature … Vandaag, op de dag van Pinksteren, krijgen wij antwoord van godswege veelgeliefden. God zelf geeft het in en met wat wij zo mooi noemen: “de nederdaling van de Heilige Geest”. Vorig jaar zomer was ik met een groep van hier in Zuid-Frankrijk. En daar maakten wij veelgeliefden op een avond een geweldig onweer mee. Alsof we vanuit de hemel op de foto genomen werden, alsof er vanuit de hemel werd gefitst. Vanuit de hemel klonk een geweldig orkest. Er werd uit alle macht op de pauken en van die grote deksels geslagen. Onze Germaanse voorouders zeiden: Donar, de god van de donder, slaat met zijn zweep de paarden waarmee hij door het zwerk gaat … Met ons kleine clubje zaten wij ernaar te kijken, naar dit hels spektakel in de hemel. We zaten tussen de geopende veranda-deuren. Iemand zei: “dit is het decor voor een thriller”. Maar wij genóten en wij voelden ons volkomen veilig. Wat ons vandaag verhaald wordt In het Boek der Handelingen van de Apostelen líjkt erop veelgeliefden … Het kleine, bange clubje van Jezus’ leerlingen zit bij elkaar. En toen … “kwam er een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de Heilige Geest en begonnen op luide toon te sprekenin vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.” Het Pinkster-wonder. In het evangelie is het Jezus’ die blaast over zijn leerlingen en daarbij zegt: “Ontvang de Heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.” Hoe moeten we dit alles verstaan veelgeliefden? Om te beginnen denk ik: Wat Jezus tussen Zijn oren had, de inhoud van Zijn Geest - en dat was en dat is de Geest van God zelf, dát precies is het veelgeliefden, díe Geest is het die Hij aan ons wil geven; opdat wij dus tussen ónze oren krijgen wat Jezus er had; opdat wij de Geest van God zelf tussen onze oren hebben.

We weten, veelgeliefden, vanouds wordt verbeeld en mogen wij geloven dat het gebéurt in het zogenaamde sacrament van het vormsel. Gisteren hebben elf mensen van hier, twee al wat oudere middelbare scholieren en negen volwassenen (de meesten van hen werden hier in afgelopen paasnacht gedoopt); die elf ontvingen gisteren van hulp-bisschop Jan van Burgsteden het Heilig Vormsel. Hij strekte zijn handen over de vormelingen uit en bad voor hen en vervolgens kwamen ze één voor één naar voren en hij, de bisschop, zalfde hen met het heilig chrisma. “Ontvang het zegel van de Heilige Geest” zei hij tot ieder en hij sprak tot allen een vriendelijk vaderlijk woord.

Op de weg náár Heiloo toe (ik was op de fiets gegaan samen met Father Eric en met Anya Banen en met Boy, één van de vormelingen, negentien jaar oud en hij werk bij een beveiligingsbedrijf); op weg naar Heiloo toe hadden we grapjes zitten maken met Boy zo in de zin van: Nou, kijk nog maar eens goed naar Boy. Want dit is nog Boy zónder de Heilige Geest, maar zometeen is het Boy mét … Maar, veelgeliefden, zo wérkt het natuurlijk niet, mééstal niet tenminste. De meeste mensen ervaren geen blimseminslag en geen hemels vuur op het moment dat ze zo’n sacrament ontvangen - en misschien is dat maar goed ook. We zouden het misschien niet verdragen. Het zou deze of gene dan wel eens makkelijk “te veel” kunnen worden - net als bij een èchte blikseminslag. Nee, veelgeliefden, de toediening het sacrament is het zichtbare teken van een onzichtbare genade. God wérkt in ons met Zijn Geest, maar in de meeste gevallen merken we er niets of tenminste: niet veel van … zódanig dat sommigen misschien denken: Gebeurt er wel echt iets? Is het geen suggestie allemaal? Is het geen illusie? Maken we het niet elkaar wijs? Is het niet “De nieuwe kleren van de keizer” dat sacrament en die Geest en die hele God? Staat er nou wel echt stroom op, op die handen van de bisschop of van welke priester dan ook die het Heilig Vormsel toedient?

“Heer, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp …”. Het eerste Pinksterfeest was een ontlading van een geweldige kracht, van vuur. En de vraag is: Ís die kracht, dat vuur er nog altijd? Kan die kracht, dat vuur opnieuw aangewakkerd worden? Kan het in ons en in onze kerk als geheel en ook binnen deze specifieke kerkgemeenschap opnieuw oplaaien? Wat moet er dan gebeuren? Ik denk mensen: Zéker kan dat. Maar de mate waarín dat gebeuren kan, daarin is God afhankelijk van onze bereidheid om het met ons te láten gebeuren, om Zijn Heilige Geest met ons te láten doen. Want wie durft dat? Wie durft zich écht helemaal ter beschikking te stellen? Wie durft echt tegen de Heilige Geest te zeggen: Hier ben ik. En neem mij. Maak mij tot uw instrument. Ik zal doen wat Gij mij ingeeft … Nou mensen, dat is niet zo eenvoudig … Want dan zouden er wel eens vreemde, niet te overziene, door ons niet beheersbare dingen kunnen gebeuren met ons. En dat is natuurlijk eng. De Heilige Geest is een geweldige, oneindige, óverstromende mateloze kracht van goedheid, van vrede, van vreugde en van vergeving die aan al onze kleinzieligheden en aan al ons gemits en gemaar geen boodschap heeft en dat alles wegspoelt met Liefde. The sky is the limit, mensen: de grens is alleen de hemel. Maar je bent tegenwoordig als pastor al blij als de mensen nog een beetje naar je kerk komen, als alles een beetje op peil blijft, als de collectes en de opbrengst van de Aktie Kerkbalans niet terugloopt en als je met hangen en wurgen van het bisdom je lekkend kerkdak mag repareren, als je nieuwe leden voor het parochiebestuur kunt vinden en mensen om de kerk schoon te maken en de bloemen te verzorgen en als koster en om in het koor te zingen en om de kerk in de middaguren open te kunnen houden … Ja, veelgeliefden, dan mag je als pastor “je handjes al dichtknijpen” als dat een beetje lukt … O.k. - maar het steekt een beetje schril af tegen hoe je wéét dat het óók zou kunnen … Wat zóuden wij als gelovige mensen en als kerkgemeenschap niet kunnen betekenen voor deze wereld, voor deze stad, voor onze familie en voor onze vrienden als wij ons geloof écht ten volle zouden leven zoals de Heilige Geest het ons ingeeft … Het zou hier een dringen kunnen zijn mensen, het zou véchten om een plaatsje kunnen zijn bij wijze van spreken want gelovige mensen vechten natuurlijk niet. De missen en de gebedsvieringen zouden uit hun voegen kunnen barsten van de toevloed van mensen, het Salve Regina-koor en de andere koren zouden de toevloed van nieuwe leden niet meer áán kunnen. Kosters, bestuursleden en bloemschikkersters: je zou ze voor het uítkiezen kunnen hebben. Er zou gedoopt en getrouwd kunnen worden bij de vleet. De kerk, ook déze kerk, zou buzzing wirh life, kunnen zijn, nog veel meer dan nu reeds het geval is. De liefdesmotor van de Heilige Geest zou op volle toeren willen en ook kunnen draaien, zodat de vonken ervan afspatten en het gevaar van oververhitting niet denkbeeldig is. Deze kerk zou een heel warm hart in deze stad kunnen zijn mensen waar iedereen die er komt opgekikkerd en verwarmd en getroost vandaan komt. Ja, zeggen natuurlijk pater Rob Hollak en zijn generatie-genoten: Vroeger, toen wij jong waren, wás het zo ook … Inderdaad, veelgeliefde, zo was ’t toen ook. Maar ik zeg U vandaag: Zo, maar dan anders natuurlijk; zo zou het opnieuw kunnen worden … O ja, hóe dan? Nou, mensen, veelgeliefden, het is heel eenvoudig …

Hier, midden in de kerk, heeft veertig dagen lang, tot Hemelvaart, de paaskaars gestaan, symbool van de Verrezen Christus. Maar die kaars is nu weg. Er is een vacature! Wie gaat er op die plaats staan? Wie bekleedt die vacature? - Ieder mens die toegerust is met Gods Geest, en dat zijn mínstens en om te beginnen álle mensen die het Heilig Vormsel hebben ontvangen - al die mensen zouden goed moeten luisteren, nóg béter dan ze misschien al deden, naar wat de Geest hen influistert respektievelijk toeróept of misschien wel inwendig toeschréeuwt en toesméékt met onuitsprekelijke verzuchtingen. Alle mensen die ooit of recentelijk het sacrament van het Heilig Vormsel hebben ontvangen die zouden moeten pópelen om die ruimte die is ontstaan sinds Christus’ Hemelvaart, om die in te nemen, om op diezelfde plek te gaan staan. En iedereen die nog niet het Heilig Vormsel heeft ontvangen die zou moeten popelen om het zo spoedig mogelijk wèl te ontvangen. In Jezus’ Naam. Amen.

Zoeken in Preken Online