Met recht en reden kan de vraag gesteld worden of het wel de moeite waard was zoveel geld te investeren in de bemande vluchten naar de maan. De kennis die die vluchten hebben bijgebracht is nog geen duizendste deel van wat de vluchten gekost hebben. Eigenlijk is men niet veel meer te weten gekomen, dan wat de sterrenkundigen al wisten. Waarom heeft men dan zoveel geld in die maanvluchten geïnvesteerd?
Waarom de gevaarlijke Matterhorn bestijgen? Honderden mensen hebben bij de bestij ging van die berg het leven gelaten. Ze hebben de top nooit bereikt. En wat te zeggen over hen die behouden terugkeerden? Hoeveel angst, ijzige sneeuwstormen, bitterkoude nachten hebben ze doorstaan? Waarom wil men zijn leven zo op het spel zetten? Alleen om boven op de top te komen en van een enig stuk natuur te genieten?
Waarom stel ik die vragen? Moeten we ook niet dezelfde vraag stellen over ons eigen levensverhaal? Wij tobben ons af, wij maken ons moe, wij zuchten onder de zorgen… en waartoe dient het? Is dit alles wel de moeite waard als ons leven toch moet eindigen met de dood? Geleerden komen met die vraag nooit klaar en wij zijn er allemaal, bewust of onbewust, dikwijls mee bezig. «Moeder, waarom leven wij?» is de titel van een boek. Het is een vraag die in elk leven, vroeg of laat, gesteld wordt. Wat heeft die dode nu van al zijn zwoegen? Van al zijn zorgen?
Tegen die achtergrond van het zoeken naar de zin van het leven moeten we het feest van vandaag plaatsen. Voor de meeste zegt Hemelvaartsdag niets meer. Het is een dagje rust of een dagje uit in de natuur of elders. Maar dit verandert niets aan het feit dat de Heer ten hemel opgevaren is. Wat stellen wij ons onder dit mysterie voor? Het evangelie probeert onder woorden te brengen of probeert te beschrijven wat niet onder woorden te brengen is. Wat onaards is, kun je niet beschrijven. Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen wat God ons voorbehoudt. Hemelvaart is eigenlijk maar een aspect van het Paasmysterie, Het zegt ons dat de Heer leeft over de dood heen, en dat Hij een nieuwe bestaanswijze is binnengegaan.
Samen met de apostelen mogen wij vandaag op de berg gaan staan en naar de hemel kijken, want de verheerlijkte Heer heeft een boodschap voor ons.
“Ik ga vooruit”, zegt Hij, “om u een plaats te bereiden bij de Vader.” Ons menselijk bestaan is niet ten dode gewijd. Integendeel, ons leven bereikt pas zijn volle ontplooiing na de dood. Wie kan geloven in de heerlijkheid van Jezus, zal in zijn leven ook nieuwe ongehoorde mogelijkheden ervaren, die reiken tot over de dood heen. Een gelovig mens is meer hemelburger dan aardbewoner. Hij zal al zijn krachten niet in deze aarde investeren. Hij zal zich niet vastbijten in zijn aardse opgaven en plichten, alsof er voor hem niets anders zou bestaan. Want wat zal de aarde ons overlaten van al wat wij haar met de grootste moeite hebben afgedwongen?
De overlevering bewaart ons een woord van Jezus dat niet in het evangelie opgeschreven is. De wereld is als een brug. Ga erover heen, maar bouw daarop niet uw huis. Dat is zeer juist! Op een brug richt je geen huis op om er te blijven wonen. Een brug brengt al die het wenst naar de overkant. Op aarde moeten we niet al te huiselijk leven. We moeten immers nog aan de andere oever komen. Met twee voeten stappen we over de brug, die ons zal dragen, maar we voelen er ons niet thuis.
In het begin spraken we over nutteloze investeringen. Geen enkele verstandige zakenman zal zijn geld investeren in een zaak die bijna failliet is. Maar zijn wij dan zo kortzichtig dat wij al onze levensenergie investeren in een leven en in dingen die niets dan dood betekenen? Onze voorouders hebben dit feest van Hemelvaartsdag tot een hoogdag gemaakt. Ze waren overtuigd van de ongehoorde hoop die in dit feest tot uiting kwam. Als wij nu durven binnengaan in het goddelijk leven van Jezus, worden we meer en meer vreemdelingen op aarde. Maar de grenzen van ons bestaan zullen verruimen en we kunnen zeker zijn dat Jezus ons zal binnenvoeren in een land waar geen dood, geen leed of tranen meer zullen zijn. Onrustig blijft elk mensenhart tot het zijn rust kan vinden in de liefde van Christus, die de garantie is van eeuwig leven. Het is de moeite waard om alle krachten te investeren in deze hoop.