Lucas vertelt het hemelvaartverhaal tweemaal. In het boek van de Handelingen stijgt de Heer pas veertig dagen na Pasen ten hemel, in het evangelie gebeurt dat op Pasen zelf. We laten het aan Bijbelgeleerden over om een verklaring te zoeken voor dat verschil. Het evangelieverhaal laat wel duidelijker uitkomen dat Hemelvaart een moment is in het geheel dat reikt van Golgota tot Pinksteren. Dat is één groot gebeuren: de gekruisigde overwint de dood en maakt voortaan alles nieuw. In dat verband is ook sprake van vergeving van zonden. Dat geldt niet alleen voor de leerlingen die dit meemaken, maar voor allen die zich voortaan in geloof aan de verrezen Heer overgeven.
Er gebeurt dus in de opstanding van de Heer iets met ons. Het hardnekkige ‘neen-tegen-God’, dat als het ware bij ons ingebakken is en waar we op eigen kracht niet overheen kunnen, is door de Heer zelf doorbroken. Hij heeft ons bestaan aangenomen met alles erop en eraan. Zelf heeft Hij niet gezondigd, maar Hij heeft zich wel vereenzelvigd met de situatie van zondige mensen. Daarom, zegt de Schrift, is Hij aan het kruis gestorven. Zo kan het Nieuwe Testament getuigen dat de verrezen Heer de heerschappij van zonde en dood doorbroken heeft. Er is zelfs sprake van ‘heerschappijen, machten, krachten en hoogheden’ die Hij overwonnen heeft. Die taal komt uit een wereld die niet meer de onze is. Ons wereldbeeld is helemaal anders. Maar daarmee hebben dergelijke woorden hun betekenis niet verloren.
Voor ons betekent het dat Jezus Christus, de verrezen en verhoogde Heer, het laatste woord heeft. En dat niet alleen op het einde van de tijden, maar nu reeds. Het heeft er alle schijn van dat ons bestaan beheerst wordt door ‘de machten en krachten’ van corruptie, onrechtvaardigheid, geweld en dood, maar in feite is dat niet meer zo. Als puntje bij paaltje komt, heeft Hij, de Heer, het laatste woord. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven. Hem is alle macht gegeven. Dat klinkt aanmatigend. In feite groeit dat gedurfde geloof uit de belofte van de Heer: ‘Ik ben met u, alle dagen, tot aan het einde van de tijden.'
In dat geloof is de verhoging, de Hemelvaart van de Heer een essentieel moment. Hemelvaart betekent dat Christus niet ergens halfweg tussen God en ons staat. Hij is nu helemaal bij en in God. Daarom hoeven we ons niet aarzelend af te vragen of we met Hem wel op de goede weg zijn. Hemelvaart antwoordt ondubbelzinnig: die weg leidt naar God. Maar hij loopt wel hier op aarde. We hoeven niet naar de hemel te staren. Het heimwee naar God leidt niet van de aarde weg. Hij die nu ‘ten hemel gevaren’ is, heeft zelf die weg op aarde afgelegd tot op dat punt waar de dood alles verzwelgt: het kruis.
Mochten we het toch nog wat moeilijk hebben met dat ‘hemelvaren’, laten we dan kijken naar die mensen die na Hemelvaart aan de slag gegaan zijn. En laten we de vraag stellen waar ze de kracht vandaan halen. Jawel, van Hem die nu bij de Vader in de hemel is.