7e Paaszondag C

C-cyclus · Paastijd · 7e zondag van Pasen · wit

Als ik bij mensen ben van wie vader of moeder is overleden, en vraag wat er op het gedachtenisprentje zou moeten staan, of er dingen zijn die moeder echt ter harte gingen, dan hoor ik nogal eens: ‘Ze hoopte dat we het samen eens zouden blijven'.

Diezelfde zorg had Jezus ook. Naarmate zijn heengaan dichterbij komt, horen we Hem vaker bidden, vragen om eenheid.

Wij, mensen, hebben voortdurend de neiging onszelf te vergelijken met anderen. We kijken gauw tegen anderen op; we denken gauw dat anderen meer presteren of het verder hebben geschopt dan wij; dan zijn wij maar stommelingen. Door dit soort denken gaan mensen zich minder voelen of overdreven hun best doen om anderen te kunnen bijbenen. Andersom kan ook: om je heen kijken en denken dat je een heel stuk voorligt op anderen. Je voelt je sterker, beter dan zij.

De leerlingen van Jezus hebben ook de neiging zich met elkaar te vergelijken. Sommige denken, dat zij, wanneer Jezus er niet meer zal zijn, wel een leidende positie zullen krijgen, en andere zijn nu al bang dat ze er straks onderdoor moeten.

Jezus ziet dat al aankomen, en dus bidt Hij meer dan eens dat ze het eens zullen blijven. En Hij wijst hun ook een weg, een methode om de eenheid te bewaren. Op een dag zet Hij een kind in hun midden, en legt hun uit dat ze alle grootdoenerij weg moeten doen uit hun kring. Hij legt uit dat het eigenlijk niet belangrijk is wat we allemaal doen en presteren, maar dat het erop aankomt hoe we iets doen, met welke intentie. Het gaat erom of je anderen ermee dient.

Wat of wie je ook bent, hoe hoog of laag je ook staat, je grootheid hoef je niet zo ver te zoeken. Je eigenlijke waarde ligt in de wijze waarop je je leven in dienst stelt van anderen, die in feite even groot en klein zijn als jij.

Veel onenigheid tussen mensen, in gezinnen, clubs, in de samenleving, in de wereld dichtbij en in de grote wereld van het journaal, komt doordat er altijd mensen zijn die alleen maar gediend willen worden in plaats van te dienen.

En terwijl de kerk in Jezus ogen het goede voorbeeld zou moeten geven, is het daar echt niet veel beter. Ook in onze geloofsgemeenschap denken we nog veel te dikwijls in hoog en laag, in dienen en gediend worden, en voelt de ene kerkmens zich belangrijker dan de ander.

Met Jezus bidden we mee dat we één zijn, leren één zijn. Wanneer in de jonge kerk de weduwen tekortgedaan wordt, is Stefanus één van de diakenen die worden aangesteld om speciaal zorg te dragen voor hen die ten onrechte achteraankomen. Maar het wordt hem niet in dank afgenomen. Opkomen voor hen die in de knel geraakt zijn, was en is een riskante onderneming. De eenheid onder mensen dienen is een hachelijke zaak.

De Braziliaanse theoloog Boff zei eens: ‘Als ik mijn brood aan de armen geef, ben ik een heilige. Als ik aan mijn medegelovigen vraag waarom die mensen honger hebben, ben ik een communist'.

Wie het opneemt voor hen die dat zelf niet kunnen, heeft - vinden velen al gauw - een grote mond. Ze verstoren de eenheid, de harmonie. Maar dat is niet zo. Ze houden van mensen zoals Jezus dat heeft voorgedaan.

Zoeken in Preken Online