God, zorg voor hen

C-cyclus · Paastijd · 7e zondag van Pasen · wit

Een man, ooit groot en sterk, was in zijn laatste dagen. Daar lag hij op zijn sterfbed, klein en kwetsbaar, maar ongebroken. Zijn dochter en schoonzoon zaten aan zijn bed, samen met de twee kleinkinderen. Hij was altijd gek geweest op z’n kleinkinderen. Voor hij voorgoed zijn ogen sloot, sprak hij een soort gebed tot zijn dochter: ‘Zorg goed voor je kinderen!’ Dat was het laatste wat hij zei. Bekommerdheid klonk door in zijn woorden. Machteloosheid ook, omdat hij zelf niets meer kon doen. En liefde voor zijn kleinkinderen. Dat alles kwam samen in die ene smeekbede, die bijna klonk als een bevel.
Zoiets klinkt ook door in de nogal ingewikkelde evangelietekst van vandaag over ‘de eenheid bewaren’, over ‘verbonden blijven met elkaar’. Steeds weer draait de evangelist cirkels rond hetzelfde thema. Jezus gaat sterven. Hij moet zijn geliefden achterlaten. Hij kan niets meer voor ze doen. En daarom bidt hij: ‘Vader, zorg goed voor ze, Ik heb ze van U ontvangen. Ik vertrouw ze aan U toe. Houd ze ook bij elkaar.’ Dat was niet zo gemakkelijk in de tijd, dat deze toespraak door Johannes werd opgeschreven. Er was een overweldigend aanbod van religies, goden en vereringen overal vandaan. Eén grote markt van religies. ‘Vader, Iaat ze in die veelvoudigheid niet verloren gaan. Want Ik heb heel veel van hen gehouden, Ik was met hen van harte verbonden, Ik heb ze gezien met hun talenten en mogelijkheden. Vader, houd hen in de gaten, zie hen zoals ze werkelijk zijn. Geef ze niet prijs aan de verstrooiing.’

In onze samenleving zijn veel ouderen. Zij genieten van de rust na een leven lang hard werken. Juist dan, als je taak ten einde komt, ga je helderder zien, waar het werkelijk op aan komt. Je hebt geploeterd en gewerkt alsof het allemaal van jou afhing. Het was altijd druk. Elk uur wel iets anders. Maar het wordt avond. Je moet je werkzaamheden overdragen. En dan rest je niets meer dan te bidden, aan te bevelen, over te laten. Hopend dat jouw investering in het leven zich zal doorzetten in een nieuwe generatie.
Als Jezus zijn ‘werk’ overdraagt aan zijn leerlingen, doet Hij een belofte: ‘Ik blijf met jullie verbonden. Ik blijf jullie zien en begeleiden. Je zult het merken.’
Zo hoor ik opa’s en oma’s datzelfde beloven aan hun kleinkinderen. Ze kunnen ze niet meer helpen bij de vaak ingewikkelde levensopgaven, maar ze beloven aan hen te denken, een kaarsje op te steken bij een moeilijk examen, te bidden. Kunnen we zó met elkaar omgaan, met zorg en aandacht, ook in situaties waarin we ons machteloos voelen? Komt dan dat kleine smeekgebed over onze lippen: ‘Lieve God, houd ons in de gaten, blijf nabij.’
Met elkaar meeleven en elkaars kruis dragen, met groot geduld en volharding het goede opdelven, dat vaak diep verscholen ligt in het mensenhart en door veel ellende, verdriet en boosheid is overwoekerd. We zouden liever op de vlucht slaan. Solidair zijn met elkaar, daar is kracht voor nodig. Geestkracht. Om die kracht bidden wij, naar die Geest zien wij uit. Samen dienen we zo het licht in de duisternis. Waar zouden we anders toe dienen?

Zoeken in Preken Online