«Een nieuw gebod geef Ik u, hebt elkaar lief.» Wat is er eigenlijk nieuw aan dit gebod? Ook het Oude Testament kende al het gebod van de liefde. Daar lezen we: «Gij moet uw naaste liefhebben als u zelf». Is er dan een verschil? Ja, het verschil ligt in de maatstaf van de liefde. Terwijl het Oude Testament zegt: «Hebt elkaar lief zoals u zelf», zegt Jezus in zijn afscheidsrede: «Zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ge elkaar liefhebben.» In het Oude Testament is de maatstaf van de naastenliefde de eigenliefde; in het Nieuwe Testament is de maatstaf van de naastenliefde de liefde van de Heer Jezus. Deze maatstaf plaatst de naas-tenliefde in een totaal andere categorie. Het is geen praktische regel meer om het sociale leven te ordenen. Achter dit nieuwe gebod staat de Heer Jezus zelf. Zijn liefde is model en maatstaf van onze naastenliefde. En deze liefde is ook het eigenste kenmerk van een leerling van Jezus.
Wat is nu eigenlijk typerend voor deze liefde van Jezus? De liefde van de Heer is dienstbaarheid. De Mensenzoon is niet gekomen om zich te laten dienen, maar om te dienen. Jezus vat heel zijn levenshouding samen in de alledaagse, nederige dienst van de voetwassing. In het dienen, in het zich neerbuigen uit Hij zijn liefde. Hij buigt zich over alles wat zwak is, over armen, zieken, hongerigen en zondaars. Zijn hart lijdt mee met ieder die lijdt. Als de Heer zich zo vernedert naar wat klein en zwak is, is het dan juist dat wij, die zijn leerlingen zijn, de anderen vanuit de hoogte behandelen?
De liefde van de Heer is barmhartigheid. Hij had een warm hart voor de mensen. Hij had tijd voor iedereen. Als Hij iets deed dan deed Hij het met heel zijn hart, met heel zijn persoon. Hij gaf met het hart en zijn hand deelde slechts verder. Is het dan juist dat wij, zijn leerlingen, koelbloedig en harteloos mensen in nood in de steek laten?
De liefde van de Heer is vergeving. De Heer heeft nooit iemand iets betaald gezet. Hij heeft nooit teruggeslagen. «Vader, vergeef het hun», bad Hij op het kruis. Hij doorbrak die eindeloze spiraal van slaan en terugslaan, van betalen en betaald zetten. Hij opende daarmee de mogelijkheid dat iedereen altijd opnieuw kon beginnen. Altijd is er een nieuwe toekomst mogelijk.
De liefde van Jezus is toewijding. In de toewijding van heel zijn leven heeft Hij Gods naam duidelijk gemaakt: «Ik zal er zijn voor u». Heel zijn leven was toewijding aan de Vader en toewijding aan de mensen. Hij heeft ons een voorbeeld gegeven: zijn woorden, zijn lichaam en bloed, zijn Geest. Hij maakt dit duidelijk in het eenvoudig gebaar van breken en delen. «Dit ben Ik voor u, gebroken en gegeven voor allen». Is het dan juist dat wij, zijn leerlingen, zo kleingeestig denken aan ons eigen persoontje en alleen bekommerd zijn om dat kleine ‘ik'?
Daaraan zullen allen herkennen dat gij mijn leerlingen zijt als gij elkaar liefhebt. Jezus wil herkend worden in de handelwijze van zijn leerlingen. Het meest treffende getuigenis, dat een leerling van zijn Heer kan geven, is de liefde tot de ander.
De ketting van de liefde moet steeds verder gaan. Niet alleen van de Vader op de Zoon, van Jezus op zijn leerlingen, maar ook van elke christen op de anderen. Die ketting mag niet onderbroken worden. De eigenlijke traditie van de Kerk ligt in het ononderbroken doorgeven van de liefde.
«Zoals Ik u heb liefgehad, zo moet gij ook elkaar liefhebben.» Onze liefde tot elkaar vindt haar oriëntatiepunt in de liefde van Jezus. Aan zijn liefde tot ons kunnen wij de liefde tot elkaar toetsen. Die ketting van de liefde mogen wij niet breken. Liefhebben zoals de Heer is natuurlijk een opgave. Daar komen we nooit mee klaar. Daarom moeten we de moed toch niet opgeven. De Heer herinnert er ons aan hoe Hij ons het eerst heeft liefgehad. En omdat wij door Hem bemind worden, kunnen wij ook de anderen liefhebben. Als wij anderen kunnen liefhebben, dan danken wij dat niet aan onze eigen prestatie alleen. Het is een geschenk van zijn liefde, Hij maakt onze liefde mogelijk. Zijn liefde is voor ons tegelijk model en impuls. En als wij onze ogen openen, dan ontdekken wij, dat ook in onze parochie meer van die liefde zichtbaar wordt dan wij op het eerste gezicht zouden denken. Iemand die waarlijk liefheeft, ziet ook deze verblijdende werkelijkheid.