Het boek der vertroosting

C-cyclus · Paastijd · 5e zondag van Pasen · wit

Christenen zijn al eeuwenlang allergisch voor het boek der Openbaring. Dat wij de Apocalyps lezen, is niet vanzelfsprekend. Het is allemaal zo vreemd. De beelden misleiden ons. Het is literatuur voor alleen maar gevorderden: wild en drakerig, zoals de schilderijen van Jeroen Bosch. Niet iedereen kan dat smaken. De gedrochten zijn er te veel aan. Het lijken wel spoken. Allemaal buitenaardse wezens, ruiters en paarden, tronen en kronen, schalen en schotels, rood bloed en witte gewaden. Wat mag dat toch betekenen? En vooral: waar kan zoiets mijn gewone of triviale bestaan raken? Of moeten we leren over deze beelden heen te kijken? Om zodoende te smaken wat hier tot onze vreugde geschreven staat? Dat is natuurlijk de bedoeling van de auteur van deze geheimtaal. De Apocalyps is immers tot onze vertroosting geschreven. Meer nog: er is weinig literatuur die zo sterk onze nood aan vertroosting dient.

Het stuk van vandaag is op dat punt zeer, zeer welsprekend. Om het eenvoudig te zeggen: weinig woorden uit het hele Nieuwe Testament zijn zo gevuld met hoop en met troost. Alleen maar oppassen dat je het niet reserveert voor Allerheiligen en Allerzielen. Of voor uitvaartliturgie. Het is ook hoopvol in juni en in september. Het is zonder meer hét troostboek voor mensen die de strijd van het leven (moeten) verduren. Ik zeg nu iets wat - tussen haakjes - heel klassiek is. Sint-Jan schreef zijn evangelie als een boek van geloof, zijn brieven als een boek van liefde en zijn Apocalyps als een boek van hoop. Zo versiert hij voor ons onze drie ‘goddelijke’ deugden. Het is zijn trilogie. Hoge literatuur.

Vandaag staan we stil bij wat ons tot vertroosting is. Het mag Jan al waar zijn dat het leven een strijdtoneel is, toch is dat het laatste niet. Dat is het refrein van dit vreemde boek. Hier wordt net laatste woord gesproken. Het laatste woord is dat mensen die hun strijd hebben gestreden, ééns op hun lauweren zullen mogen rusten. Vrede zal het laatste zijn. En ook het rusten. Niet het gelaten berusten, maar het geladen rusten. Dat is het besef dat we niet voor niets hebben getreurd en dat we niet voor niets de moeilijke weg zijn gegaan van eerlijkheid en van trouw. Eens zal blijken dat eerlijkheid het langst zal duren en dat oneerlijkheid maar even duurt. De schijn zal mensen heel lang charmeren maar ééns zal het duidelijk en openbaar worden dat de uitgelachen en verworpen mens gelijk heeft. Hij heeft gelijk, omdat hij de zaak van het goede diende. Dat is de hoofdtoon van het moeilijke boek der Openbaring. Het moge alle beschadigde en besmeurde, alle beladen en belaste mensen tot vertroosting zijn. Het is een boek dat perspectieven biedt.

De trouw beleven en de oprechtheid, dat doen mensen niet voor niets. Dat loont. Dat dient de laatste bedoeling van het leven. Alle mensen die niets anders te bieden hebben dan trouw, mogen het nu weten: God is de minnaar voor wie het goede minnen. Uiteindelijk is heel dit boek één groot en beeldrijk pleidooi voor de moeizame volharding. Het goede op aarde wordt gedaan met het medeweten van God die het goede goed ziet. Hij bezit daarvoor een geoefend oog.

Alleen het goede overleeft tijd en eeuwigheid.

Zoeken in Preken Online